Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:310 BW
Genoemd in 2.390 uitspraken · Officiële wettekst
2.390 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 59 · live
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Arbeidszaak. Letselschade. Beslechting deelgeschil ex art. 1019w Rv., leidende tot het oordeel dat de op letselschade gebaseerde vordering van werknemer op zijn werkgever is verjaard.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Asbestzaak. Aansprakelijkheid Eternit
Beroepsfouten advocaten. Vorderingen tegen vijf advocaten stranden. Stuitingsbrief en dagvaarding gericht aan groep advocaten die ten tijde van de beroepsfout op het briefpapier van de maatschap stonden vermeld. Die groep is niet met de maatschap of aan de afzonderlijke maten van
Beroep op verjaring ex artikel 3:310 lid 1 BW gegrond.
Ongerechtvaardigde verrijking. Bestuursorgaan keert een te hoog subsidiebedrag uit en vordert teruggave. Gelet op formele rechtskracht staat in rechte vast dat verweerder een te hoog subsidiebedrag heeft ontvangen. In reconventie wordt schadevergoeding gevorderd wegens onrechtmat
Gedn.conv./eis.reconv. hebben perceel grond gekocht van de gemeente. Volgens de Gemeente had op grond van de overeenkomst na herhaalde uitstellen aan de bouwplicht moeten zijn voldaan op 1 april 2009. Nu gedn.conv./eis.reconv. niet aan de bouwplicht heeft voldaan, maakt de gemeen
Geen bescherming onderbewindgestelde, omdat voor de Bank niet kenbaar was en evenmin naar objectieve maatstaven kenbaar had moeten zijn, dat in verband met geesteljke beperkingen een bewind was ingesteld. De vordering met betrekking tot de kredietvergoeding van 11,3 % op jaarbasi
Verzet, verstek. Verjaring? Verblijf in penitentiaire inrichting voor risico geadresseerde indien stuitingsbrief wel wordt uitgereikt aan de inrichting, maar de geadresseerde niet bereikt.
Geschil terzake van pornografisch materiaal waarin modellen in optreden die 'hoogstwaarschijnlijk jonger' dan 18 jaar zijn Eiseres is terzake in Italië tot in hoogste instantie veroordeeld tot gevangenisstraf en een geldboete. Vordering afgewezen; is verjaard.
Eisverandering en verjaring; Ongerechtvaardigde verrijking; Wanprestatie.
Onrechtmatige overheidsdaad; verjaring rechtsvordering op de voet van art. 3:310 lid 1 BW; aanvangstijdstip verjaringstermijn in geval van voortdurende schade. (81 RO)
"Schadevergoedingsvordering na strafvorderlijk optreden. Inbeslagname cd's / videobanden door opsporingsambtenaren Buma/Stemra. Grondslag ontbreken redelijke verdenking / verontachtzaming fundamentele vereisten: bewijsopdracht met betrekking tot verjaring. Grondslag onzorgvuldig
Aanspraak op nadeelcompensatie naar aanleiding van geluidszonering vierbanenstelsel is verjaard. Aangezien het verzoek van eiser betrekking heeft op de vergoeding van schade, verzet de aard van de rechtsverhouding zich niet tegen de overeenkomstige toepassing van de verjaringsbep
Aanspraak op nadeelcompensatie naar aanleiding van geluidszonering vierbanenstelsel is verjaard. Aangezien het verzoek van eiser betrekking heeft op de vergoeding van schade, verzet de aard van de rechtsverhouding zich niet tegen de overeenkomstige toepassing van de verjaringsbep
Verjaring. Schadevergoeding na mishandeling. Twee conclusie regel.
Verbintenissenrecht. Uitvoering van overeenkomsten van geldlening en levensverzekering. (81 RO)
Eiser stelt als executeur testamentair vorderingen in tegen gedaagde (zijn broer). Het gaat kort gezegd om het volgende: Eiser verwijt gedaagde dat hij als bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld (art. 2:9 en 6:162 BW). Gedaagde zou volgens eiser privékosten ten laste van
Geschil tussen curator en bank inzake verrekening van een verpande vordering (artikel 53 en 54 Fw), onrechtmatige daad, selectieve betalingen, kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 lid 1 en lid 7 BW). Beroep op verjaring.
Eiseres heeft de Ontvanger en gedaagde sub 2 en 3 hoofdelijk aansprakelijk gesteld op grond van onrechtmatige daad. Die onrechtmatige daad komt er kort samengevat op neer dat de Ontvanger en de bij de belastingdienst werkzame persone ngedaagden sub 2 en 3 haar volgenseiseres stel
Vordering tot schadevergoeding wegens wijziging pensioenregeling. Geen sprake van opbouw pensioenpremie tussen VUT-datum en pensioendatum. Verjaring.
Beleggen met geleend geld. Klachtplicht (art. 6:89 BW). Stuiting verjaring (art. 3:317 BW). HR NJ 2010, 331. HR NJ 2010, 545. Eisers spreken de tussenpersoon en de bank aan uit hoofde van tekortkoming en onrechtmatige daad. Eisers hebben onvoldoende onderbouwd dat de klacht die z
Verjaring vordering o.d. ex art. 3:310 lid 1 BW, nasleep HR 11 juli 2003, NJ 2004,570