Verbintenissenrecht; rentederivaat. Cessie ter incasso, stelplicht en bewijsaanbod. Verjaring, art. 3:310 lid 1 BW, daadwerkelijke bekendheid met schade en aansprakelijke persoon, zorgplicht bank, betekenis afwezigheid geruststellende mededelingen. Verwerping beroep op dwaling, a
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:310 BW
Genoemd in 2.390 uitspraken · Officiële wettekst
2.390 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Onrechtmatige daad. Verjaring; art. 3:310 BW. Rechter heeft procedure aangespannen tegen advocaat wegens uitlating advocaat in interview dat die rechter met advocaten belde over een zaak. Na royement van die procedure vordert advocaat schadevergoeding van rechter op de grond dat
20 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/288HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: m
-
Onrechtmatige daad, verjaring. Aanvang verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Geldt wetenschap van bestuurder van benadeelde rechtspersoon ten aanzien van de onrechtmatige daad van een derde als wetenschap van de rechtspersoon? Belangenverstrengeling van bestuurder. Verlengings
Effectenlease. Vordering vanwege advisering tussenpersoon (Spaar Select). Geen verjaring. Geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
Dexia, tussenpersoon. Vervolg op ECLI:NL:RBNNE:2018:4726. Beroep op verjaring afgewezen.
Beleggingsadviesrelatie. Onzorgvuldig handelen bank? Beroep bank op klachttermijn art. 6:89 BW; stelplicht en bewijslast; onderzoeksplicht cliënt?; maatstaf; alle relevante omstandigheden; bijzondere zorgplicht bank; verklaringen bank.
Arbeidsrecht. Verjaring van op grond van art. 7:658 BW tegen werkgever ingestelde vordering tot vergoeding schade als gevolg van RSI-klachten. Om de verjaringstermijn te doen aanvangen is geen bekendheid van benadeelde met alle schadecomponenten vereist. Voldoende is dat benadeel
Vermogensrecht. Verjaring. Advocaat aansprakelijk voor niet tijdig stuiten van verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW van vordering (van degenen die vanwege een dividenduitkering ingevolge art. 2:248 BW aansprakelijk zijn voor tekort in boedel) op adviseur die hen heeft aangeraden deze
Vermogensrecht. Korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW. Ongeval minderjarig kind. Verzuim ouder verjaring te stuiten. Degene die de identiteit met een beperkt onderzoek had kunnen achterhalen, maar heeft nagelaten een dergelijk onderzoek in te stellen, kan zich niet ter
Effectenlease. Vordering afnemer wordt toegewezen. Vordering vanwege advisering door Spaar Select. Dexia had behoren te weten van advisering. Geen vordering op grond van buitengerechtelijke kosten.
Vermogensrecht. Verjaring van rechtsvordering tot vergoeding van schade. Aanvang korte verjaringstermijn (art. 3:310 BW).
Effectenlease; Dexia-affaire. Is een cliëntenremisier die tevens adviesdiensten verricht bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst, vergunningplichtig? Art. 3 Richtlijn Beleggingsdiensten 93/22/EEG, art. 7 en 10 Wet toezicht effectenverkeer 1995, art. 12 Vrijstelling
Tekortschieten financiële dienstverlening Bank, gebrekkig advies, schadevordering. Klachtplicht art. 6:89 BW, tijdigheid klacht, relevante omstandigheden. Stuiting verjaring, art. 3:317 lid 1 BW; stuitende werking door daad van rechtsvervolging, art. 3:316. Causaal verband tusse
aandelenlease; wetenschap Dexia van advisering door tussenpersoon Spaar Select; afnemer niet gebonden aan WCAM-overeenkomst; verjaring.
Bijdrageplicht hoofdelijke schuldenaren; regresvordering; art. 6:10 lid 2 BW; niet voldaan aan stelplicht. Verjaring; art. 3:310 BW; aanvangstijdstip; niet vereist dat benadeelde daadwerkelijk bekend is met juridische beoordeling feiten en omstandigheden waaruit voor hem de schad
Arbeidsrecht. Geschil tussen een winkelketen met pensioenfonds en hulpkrachten/parttimers over de vraag of de winkelketen gehouden is hen alsnog met terugwerkende kracht op te nemen in de pensioenregeling over de periode dat zij daar in dienst zijn geweest maar niet aan de regeli
Koop. Overgedragen notarispraktijk. Ontbinding koopovereenkomst voor zover deze op de goodwillvergoeding betrekking heeft. Oordeel hof dat leerstuk van de non-conformiteit geen betrekking heeft op goodwill, onjuist. In geval van verkoop van een onderneming kan een tekortkoming in
-
Verjaring. Aanvang korte verjaringstermijn art. 3:310 lid 1 BW. Voldoende zekerheid dat schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van betrokken persoon?
Verjaring en stuiting van individuele vorderingen nadat collectieve actie ex artikel 3:305a BW is geëindigd door toewijzing van verklaring voor recht. Vragen over toepassing van artikel 3:316 lid 2, 3:324, 3:319 lid 2 BW.
Verbintenissenrecht. Verjaring. Art. 3:310 lid 1 BW. Bekendheid met de schade en met de aansprakelijke persoon. Art. 24 Rv. Heeft het hof de feitelijke grondslag van het beroep op verjaring aangevuld?
Aansprakelijkheid voor gebrekkige opstal (art. 6:174 BW). Verjaring vordering benadeelde. Aanvangsmoment van de twintigjarige verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW. Gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt. Voortdurend karakter van die gebeurtenis. Nuancering van HR 25 jun
Personenvennootschap. Verjaring. Stuiting van verjaring vordering op vof en haar vennoten. Afzonderlijke stuiting nodig? Uitleg van jegens vof afgelegde stuitingsverklaring.