Kortgeding. Executiegeschil. Verjaring van wettelijke rente en lasten na veroordelend vonnis (art. 3:24 BW).
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:308 BW
Genoemd in 322 uitspraken · Officiële wettekst
322 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Burenrecht. Strijd omtrent de erfgrens. Beroep op bevrijdende verjaring ex art. 3:105 BW en verkrijgende verjaring ex art. 3:99 BW verworpen. Bezit, houderschap, intervisie van houderschap ex art. 3:111 BW. Onrechtmatig snoeien van overhangende takken.
Verbintenissenrecht. Verjaring; stuitingshandeling; rechtshandeling; toch werking krachtens 3:37 lid 3 BW van in aangetekende brief opgenomen verklaring, nu het voor rekening komt van geadresseerde dat deze de tevergeefs aangeboden brief niet op het postkantoor heeft opgehaald. (
Kredietovereenkomst. Veroordeling bij verstek tot betaling van hoofdsom plus rente, berekend per maand, is geen veroordeling tot betaling per maand, en is niet verjaard. Executie geruime tijd na opheffing faillissement is niet naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Langlopende lening. De vordering tot betaling van rente over de periode tot 12 januari 2002 is verjaard. Na verjaring van de rente-vordering resteert een natuurlijke verbintenis als bedoeld in artikel 6:3 BW. Er kan geen rente worden gevorderd over een natuurlijke verbintenis die
Het GEA heeft voor recht verklaard dat de verjaringstermijn van art. 3:308 BW van toepassing is, hiertegen is het hoger beroep van het Eilandgebied gericht. Hof oordeelt dat de hoofdregel van toepassing is, dus dat vorderingen terzake van geldschulden ten laste van het Eilandgebi
Nieuw Erfrecht, Berekening legitieme portie, deelgenoten en legitimarissen, waarde van de nalatenschap, art 4:6 en 4:65 BW. Erflaatster heeft haar echtgenoot (erflater) tot enig erfgenaam benoemd. Erflater heeft een van zijn kinderen, de dochter, uitgesloten van erfgenaamschap.
Geen sprake van onverschuldigd betaald loon nu niet is komen vast te staan dat de werkgever de WAO-uitkering (alsnog) in mindering mag brengen op het loon Vordering in conventie afgewezen. Loonvordering in reconventie van werknemer grotendeels afgewezen wegens onduidelijke/onbegr
Rechtsverwerking t.a.v. vordering betaling huishoudelijke kosten na overlijden schuldeiser. Bewijslast. Art. 6:2 Bw; 150 Rv
Een verplichting onder opschortende voorwaarde behoort tot de aftrekbare schulden ingevolge artikel 20, lid 3 Successiewet 1956, ook als de verplichting teniet is gegaan omdat de schuldeiser van die verplichting de enige erfgenaam is van de schuldenaar. Het voorwaardelijke karakt
Loon dient tijdens de schorsing te worden doorbetaald.
Is voor de verschuldigdheid van rente na vonnis een ingebrekestelling vereist?
Werkgever heeft een wettelijke en CAO-verplichting om een gedeeltelijke WAO-uitkering van zijn werknemer aan te vullen, maar betaalt abusievelijk 7 jaar lang door. De vordering tot terugbetaling van onverschuldigd betaald loon wordt gematigd tot de helft; geen verjaring."
Indien er van moet worden uitgegaan dat [geïntimeerde] op 30 september 1987 een uit overeenkomsten van geldlening voortvloeiende schuld van zijn moeder heeft overgenomen ter zake waarvan [appellant] de schuldeiser is èn indien er van moet worden uitgegaan dat ter zake een rente i
Aanspraak van vruchtgebruikster van de nalatenschap, waaronder uit de pachtovereenkomst voortvloeiende rechten, op nakoming door de pachter van uit de pachtovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen (artikel 3:9 lid 2 juncto 3:216 BW). Toepasselijkheid van artikel 8 PW/7
Réprise-vordering. Vervolg op HR 13 januari 2006, NJ 2006/60. Verweren van de man falen. Vermeerderde eis is hetzelfde als de reeds eerder afgewezen vordering en daarom niet toelaatbaar in het geding na cassatie. Wettelijke rente.
Verzoek om vergoeding van de (wettelijke) rente. Verjaringstermijn.
Huurgeschil over ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand (81 RO).
Vordering tot opheffing beslag. Beslagvrije voet gehalveerd wegens weigering inzicht te geven in inkomsten en financiële armslag. Geen verjaring vordering wettelijke rente op grond van artikel 3.308 BW.
Betreft een vordering van een pluimveevangbedrijf tot terugbetaling van de premie die ten onrechte zou zijn betaald als gevolg van het feit dat de eisende partij ten onrechte aangesloten is geweest bij diverse bedrijfstakregelingen en - fondsen in de agrarische sector. Vordering
toepasselijkheid CAO na overgang van onderneming, nawerking, verjaring, rechtsverwerking en "ne bis in idem" ivm schikking
hoger beroep, wijziging pensioenreglement, leveren tegenbewijs
Gedaagde heeft executoriaal derdenbeslag gelegd ter tenuitvoerlegging van een verstekvonnis van 6 januari 1986. Na het faillissement van eiseres, dat in 1989 is opgeheven wegens gebrek aan baten, heeft gedaagde jarenlang niets van zich laten horen. Eerst op 22 september 2005 somm
Vordering tot betaling herziene erfpachtscanon over lange periode. Geen verjaring. Geen rechtsverwerking.
10 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/043HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. Z.B. Gyömörei, t e g e n DE BELASTINGDIENST/RIVIERENLAND, voorheen de Ontvanger van de Belastingdienst/Onder-neminge