Gedn.conv./eis.reconv. hebben perceel grond gekocht van de gemeente. Volgens de Gemeente had op grond van de overeenkomst na herhaalde uitstellen aan de bouwplicht moeten zijn voldaan op 1 april 2009. Nu gedn.conv./eis.reconv. niet aan de bouwplicht heeft voldaan, maakt de gemeen
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:307 BW
Genoemd in 1.005 uitspraken · Officiële wettekst
1.005 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
Het enkele feit dat de gemeente wegens de achterstalligheid in de betalingen reeds in 2001 bevoegd was het krediet op te eisen is onvoldoende voor het oordeel dat het volledige krediet opeisbaar was in de zin van artikel 3:307 lid 1 BW. Veeleer is sprake van een verbintenis tot n
Verjaring en overgangsrecht inzake verzekering voor arbeidsongeschiktheid.
Partijen werken van 1990 tot 2000 samen in het kader van de onderneming van een van hen. Zij gaan in 2000 uiteen. Eiser maant gedaagde in 2008 tot nakoming van een vordering, voortvloeiend uit de beëindigde samenwerking. Rechtbank oordeelt de vordering verjaard.
Verrekening van over- en ondermaat bouwgrond. Verjaring van een daaruit voortvloeiende vordering.
Studiefinanciering; verjaring; inningsbevoegdheid: burgerlijk recht: BW; Nederlandse Antillen; Nederlands-Antilliaans recht; overgangsregeling
Overeenkomst van geldlening. Gedaagden beroepen zich op verjaring en eiseres op stuiting van de verjaring. (Tegen)bewijsopdrachten.
Loonvordering. Vordering tot betaling overwerk is verjaard. Vordering suppletie tot 100% salaris bij eerste ziekte jaar toewijsbaar. Hof acht voldoende aannemelijk gemaakt dat deze suppletie staande praktijk was en dat na wijziging van art. 7:629 deze arbeidsvoorwaarde niet is aa
Verboden staatssteun; nietigheid overeenkomst; onverschuldigde betaling.
verzekeringsrecht, verjaring, stuiting Opgetreden scheurvorming in aangelegde gecombineerde ligthrail/busbaan die onderdeel vormt van het Zuidtangent project. De rechtbank komt tot de conclusie dat de vordering is verjaard, en dat rechtsgeldige stuiting van de verjaring niet heef
Verbintenissenrecht. Verjaring vordering uit vaststellingsovereenkomst; opeisbaarheid; arbitrage; toepasselijkheid art. 3:316 BW ondanks vernietiging vonnis in arbitrale procedure waarin de vordering is ingesteld; geen stuiting verjaring.
Executiegeschil. Restschuld hypotheek. Verjaring. Termijn. Overgangsrecht. Tijdige stuiting. Geen misbruik van recht.
Langlopende lening. De vordering tot betaling van rente over de periode tot 12 januari 2002 is verjaard. Na verjaring van de rente-vordering resteert een natuurlijke verbintenis als bedoeld in artikel 6:3 BW. Er kan geen rente worden gevorderd over een natuurlijke verbintenis die
kredietovereenkomst; beroep op verjaring; stuiting
Uitleg overeenkomst en matiging boete.
Verbintenissenrecht; toepasselijkheid verjaringstermijn uit art. 7.23 lid 2 BW
Hoofdzaak, vrijwaring en ondervrijwaring Verkooptransactie m.b.t. onroerend goed. In de hoofdzaak in conventie beroep op toerekenbare tekortkoming in nakoming van verplichtingen uit hoofde van akte van economische eigendomsoverdracht, alsmede van verplichtingen uit hoofde van ach
Eiseres heeft in 2001 werkzaamheden verricht voor gedaagde. Ktr : de vordering is verjaard omdat gedaagde betwist de aanmaning – die de verjaring zou kunnen stuiten- te hebben ontvangen (zij het dat dit onder omstandigheden voor rekening van gedaagde kan komen). Eiseres heeft on
Het gaat om een vordering tot terugbetaling van een oude studieschuld. Het Antilliaanse recht is van toepassing. Doordat de Antilliaanse wetgever de verjaringstermijn van 30 jaren later heeft vervangen door een verjaringstermijn van vijf jaren dan de Nederlandse wetgever, is de v
Regresvordering jegens hoofdelijk(mede)schuldenaar ivm aflossing restant hypotheekschuld; verjaring; rechtsverwerking.
Eiseres heeft bij koopovereenkomst van 28 september 1999 van gedaagde gekocht een restaurant te Yerseke. Het restaurant is geleverd op 18 oktober 1999. In de koopovereenkomst is het door eiseres gekochte onroerend goed als volgt omschreven: het onroerend goed met ondergrond en er
Beroep op verjaring ex art. 3:307 lid 1 BW: aanvang verjaringstermijn. Uitleg overeenkomst: naast taalkundige uitleg van een bepaling is van belang wat partijen met die bepaling hebben beoogd.
Erfrecht, vaststellingsovereenkomst, geld ter beschikking gesteld voor onbepaalde tijd, verjaring, rente.
Zelfs indien daarvan zou worden uitgegaan, kan [geïntimeerde], blijkens de onder 4.5 weergegeven rechtsregels en vaste jurisprudentie van de Hoge Raad in verband met art. 3:37 lid 3 BW, niet volstaan met het bewijs dat hij de brieven heeft verzonden. In het geval de herinneringen
Beroep door appellanten op verjaringstermijn van 20 jaren als bedoeld in artikel 3:307 lid 1 BW faalt: de vordering moet gekwalificeerd worden als een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen. Het instellen van de vordering is geschied langerdan vijf jaar na het ove