Vader stelt diverse malen aan zoon geldbedragen ter beschikking. Schenking of geldlening? Hof: geldleningen. De zoon verbindt zich telkens om ten behoeve van zijn vader hypotheek te verlenen. Hypotheekrecht is uiteindelijk verleend kort nadat de zoon bij arrest uitvoerbaar bij vo
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:307 BW
Genoemd in 1.005 uitspraken · Officiële wettekst
1.005 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Wck; verjaring; opeisbaarheid uitstaande saldo; opeisbaarheid kredietvergoeding/vervallen termijnen; verhouding met “schone lei” in het kader van WSNP.
Spaar/beleggingsproduct (KoersPlan). Leemte in KoersPlanovereenkomsten wat betreft (hoogte van) in te houden premie voor overlijdensrisicoverzekering? Haviltex-maatstaf. Invulling leemte op grond van art. 6:248 lid 1 BW; vaststelling redelijke premie. Beroep op verjaring; art. 3:
Art. 81 lid 1 RO. Beslagrecht. Verklaringsprocedure op de voet van art. 477a Rv. Devolutieve werking hoger beroep.
Eiser eist nakoming vaststellingsovereenkomst. Vordering afgewezen i.v.m. verjaring.
Verzet Dwangbevel. Bestuursdwangaanschrijving is onherroepelijk geworden. Formele rechtskracht is uitgangspunt. Eiser kan als overtreder worden aangemerkt. Vordering van de gemeente is niet verjaard. De algemene verjaringstermijn van 20 jaar is van toepassing (art. 3:306 BW).
Rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen. Verjaring op grond van art. 3:307 lid 1 BW. Geen sprake van rechtsgeldige stuiting. Geen wilsovereenstemming over financiële afwikkeling van het gespleten derde optierecht; art. 6:221 lid
Verschillende vorderingen met betrekking tot beëindiging zakelijke samenwerking tussen golfprofessional en exploitant golfbaan.
Verzekeringsrecht. Verjaring. Overgangswet NBW. Beroep op verjaring is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
De zaak betreft in hoofdzaak de verjaring van de vordering tot het doen van een uitkering krachtens een arbeidsongeschiktheidsverzekering en het overgangsrecht op dat punt. Ratio korte verjaringstermijn in het algemeen noopt tot uitleg bekendheid artikel 7:941 lid 1 BW die gelijk
Geldlening. Verjaring vordering. Ontvangst aangetekende (stuitings)brief. Track&trace formulier toereikend bewijs?
Regresvordering hoofdelijk schuldenaar. Verjaring.
Cessie vorderingen uit hoofde van een opstalverzekering en aansprakelijkheidsverzekering. Verzekeringsrecht, overgangsrecht, verval en verjaring vorderingen. Beroep op directe actie van art. 7:954 BW.
Vorderingen uit schulderkenning uit vrijgevigheid. Deels verjaard. Geen sprake van schuldomzetting. Beroep op de gevolgen van de schulderkenning uit vrijgevigheid in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Art. 81 RO. Beëindiging zakelijke samenwerking. Geldvordering. Beroep op bevrijdende verjaring; art. 3:307 lid 1 BW.
Overeenkomst; lening; beroep op verjaring niet gevolgd.
stelplicht en bewijslast ten aanzien van opschortende voorwaarde, geen schadevergoeding naast contractuele boete, dwaling, schending van inlichtingenplicht
In 1999/2000 heeft bedrijf X zich tegenover FC Den Bosch, dat destijds in financieel zwaar weer verkeerde, verplicht het exploitatietekort over het seizoen 1999/2000 aan te vullen. Om de liquiditeitspositie aan te verbeteren, heeft bedrijf X in de periode januari 2000 to en met j
Invordering kosten bestuursdwang. Verjaring. Artikel 3:310 BW.
Ouders vorderen van zorgverzekeraar vergoeding van kosten medische behandeling die hun zoontje in de VS heeft ondergaan en die toen uitsluitend in de VS werd verricht. Beroep verzekeraar op verjaring faalt. Overgangsrecht. Beroep op rechtsverwerking faalt ook. Medische behandelin
Verjaring, stuiting door erkenning, boete
rechtsvordering tot vergoeding van door eiser in het kader van de (beoogde) samenwerking met gedaagde verrichte werkzaamheden verjaard? Artikel 3:307 lid 1 BW
Verbintenissenrecht. Kredietovereenkomst. Verjaringsverweer; art. 3:307 lid 1 BW. Materiële rechtsverhouding verandert niet door veroordelend vonnis met betrekking tot een deel van de vordering. Andere verjaringstermijn art. 3:324 BW doet daaraan niet af. Feitelijk oordeel hof da
Huur van bedrijfsruimte. De vordering betreft naheffing servicekosten over de jaren 2005 tot en met 2009. Gedaagde beroept zich achtereenvolgens op verjaring, verval van recht, rechtsverwerking en dwaling. Verjaring: Wanneer is een vordering tot naheffing van servicekosten opeisb
Hoofdelijke aansprakelijkheid van opvolgend bestuurder krachtens artikel 2:180 lid 2 sub b BW wegens schending volstorting bij oprichting vennootschap.