Verjaring. Bevrijdende verjaring van rechtsvordering tot nakoming. Moment aanvang verjaringstermijn; samenloop tussen art. 3:311 lid 1 BW (gedeeltelijke of anderszins gebrekkige nakoming contractuele verbintenis) en art. 3:307 BW (in het geheel niet nagekomen contractuele verbint
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:307 BW
Genoemd in 1.005 uitspraken · Officiële wettekst
1.005 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verjaring. Huwelijksvermogensrecht. Vergoedingsrecht uit hoofde van huwelijkse voorwaarden in verband met vermogensverschuiving tussen echtgenoten. HR 12 juni 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC2558. Art. 1:87 BW. Had hof i.p.v. aan verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:306 BW) overeen
Schadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade. Voorwaardelijke vordering? Aanvullen van rechtsgronden. Verjaring o.g.v. art. art. 3:307 lid 2 BW; aanvangsmoment. Bewijs dat voldaan is aan voorwaarde in voorbehoud, ondanks v
Verjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm uitgegeven proces-verbaal van schikkingscomparitie?
Relatievermogensrecht. Caribische zaak. Partijen hebben samengewoond en zijn nadien gehuwd geweest. Man vordert vergoeding van vrouw i.v.m. betalingen op lening waarvoor hypotheek op woning van vrouw rust. Hebben betalingen geleid tot vermogensverschuiving ten gunste van vrouw? R
Schadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade. Voorwaardelijke vordering? Aanvullen van rechtsgronden. Verjaring o.g.v. art. art. 3:307 lid 2 BW; aanvangsmoment. Bewijs dat voldaan is aan voorwaarde in voorbehoud, ondanks v
Verjaringstermijn voor de vordering van de bank die resteert nadat het hypothecaire zekerheidsrecht is uitgewonnen bedraagt vijf jaar. Het is in de onderhavige situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de bank cliënten houdt aan de voorwaarde dat
Huwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art. 3:306 BW of de vijfjaarstermijn van art. 3:307 BW van toepassing?; schending grenzen rechtsstrijd;
consumentenkrediet, oneerlijk rentebeding, geen recht op rente, geen aanpassing vordering tot vergoeding ter hoogte van wettelijke rente. Hof wijst tussenarrest met het oog op de berekening van de verschuldigde hoofdsom.
Beroepsaansprakelijkheid van advocaat. Verzuim om verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraak (art. 3:324 BW) te stuiten? Rechtsgevolg van stuiting door daad van tenuitvoerlegging in de zin van art. 3:325 lid 2, onder c, BW: nieuwe verjaringsterm
Huur en terugvordering geldlening door holding samenhangend met echtscheiding.
Verbintenissenrecht. Kredietovereenkomst. Verjaringsverweer; art. 3:307 lid 1 BW. Materiële rechtsverhouding verandert niet door veroordelend vonnis met betrekking tot een deel van de vordering. Andere verjaringstermijn art. 3:324 BW doet daaraan niet af. Feitelijk oordeel hof da
Verjaring en stuiting. Appellant had een hypothecaire geldlening en er ontstond achterstand in de aflossingen. De bank heeft na executoriaal beslag op het loon van appellant (2010) de woning executoriaal verkocht (2012) waarna er nog een restschuld was. Op die restschuld bleef he
Vermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft overwaarde woning van de ander? Ongerechtvaardigde verrijking? Verjaring? Redelijkheid en billijkheid? Toepassing verlengingsregel voor echtgenoten en geregistreerde part
Handelszaak. Is handhaven van executoriaal loonbeslag door de bank onrechtmatig omdat de vordering waarvoor dit beslag is gelegd is verjaard? Geoordeeld wordt van niet. De vordering waarvoor het executoriale loonbeslag is gelegd, is door dit executoriale loonbeslag maandelijks ge
Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en nalatenschap. Is aan de eisen van artikel 3:182 BW voldaan? Waardering woning. Verjaring verplichting tot uitkering uit maatschapsovereenkomst. Vervaltermijn recht van koop. Beroep op verjaring en vervaltermijn onaanvaardbaar?
Vermogensrecht. Verjaring. Vordering uit hypothecaire geldlening. Hypotheekrecht uitgewonnen. Stuiting door maandelijkse inning executoriaal loonbeslag? Daad van rechtsvervolging. Art. 3:307 BW. Art. 3:316 BW. Art. 3:323 lid 3 BW.
Personen- en familierecht. Verbintenissenrecht. Verjaring. Aansprakelijkheid van ene echtgenoot voor verbintenissen aangegaan door andere echtgenoot ten behoeve van de gewone gang van de huishouding (art. 1:85 BW). Kan verbintenis uit geldlening verbintenis zijn als bedoeld in ar
Een medewerker van een bank mag nog steeds aanspraak maken op een leaseauto. De toekenning van een leaseauto dient namelijk als arbeidsvoorwaarde te worden aangemerkt.
Arubaanse zaak. Huwelijksvermogensrecht. Vergoedingsrechten en- plichten in huwelijkse en voorhuwelijkse periode. Grondslag? Verjaring vergoedingsplicht voorhuwelijkse periode? Heeft het hof de omvang van het vergoedingsrecht correct vastgesteld? Vermeerdering van eis in appel?
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1 BW)? Samenhang met 20/01479.
Kostenveroordeling
Verjaring vordering uit hoofde van geldleningsovereenkomst
indeplaatsstelling, 7:307 BW
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Verjaring. Procesrecht. Overeenkomst totstandbrenging onroerendgoedproject. Tekortkoming in de nakoming van een toezegging tot aanbieding van een soortgelijk project? Opeisbaarheid. Art. 3:307 lid 1 of lid 2 BW? Gedekt verweer in appel?