A koopt grond en B bouwt op die grond een huis; B betaalt alle lasten en woont ruim 20 jaar in het huis; A revindiceert; is er sprake van inbezitneming van de grond door B? (artikelen 3:107 BW e.v.) Is er sprake van verjaring van de vordering tot beëindiging van bezit? (artikelen
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:306 BW
Genoemd in 924 uitspraken · Officiële wettekst
924 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Eigendom grond. Beantwoording van de vraag of de betreffende strook grond is overgedragen aan de hand van de in de notariële akte van levering tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, onder verwijzing naar HR 8 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8901 en HR 2 december 2005, ECLI:N
Erfdienstbaarheid. Op perceel A rust een erfdienstbaarheid van voetpad ten behoeve van perceel B. De percelen A en B grenzen met de achterzijde aan elkaar. Op perceel B bevindt zich een winkelpand met bovenwoning. Op enig moment koopt de eigenaar van perceel B het naastgelegen pe
Vordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art. 3:105 BW. Interversieverbod, art. 3:111 BW. Aanvang verjaringstermijn, art. 3:314 lid 2 BW.
Man stelt zich op standpunt dat de vordering van de vrouw ex artikel 3:179 lid 2 BW dient te worden afgewezen omdat er sprake zou zijn van verjaring. Hof wijst beroep op verjaring af omdat de verjaringstermijn van artikel 3:306 BW niet van toepassing is op een vordering tot verde
Aan de orde is de vraag of een vaart naar een woning, welke vaart in eigendom is van de buurman, valt aan te merken als openbaar vaarwater. De wetsgeschiedenis van Boek 5 onderscheidt drie categorieën van openbare wateren. Aan het begrip openbaar vaarwater moet een engere beteken
Beklag, Beslag, art. 552a Sv. Klager heeft geen belang bij zijn cassatieberoep en wordt n-o verklaard nu uit de door de AG ingewonnen inlichtingen is gebleken dat de Rb in een andere onherroepelijk geworden beschikking de teruggave van de schilderijen heeft gelast aan een ander.
Eigendom; inbezitneming; verkrijgende verjaring. Art. 3:105, 107, 108, 112, 113, 306 BW. Geval waarin koper krachtens rechtsverhouding met verkoper jegens deze gerechtigd is, vooruitlopend op levering van het verkochte, zich over het verkochte daarover de feitelijke macht te vers
Beroep op verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid ex art. 3:99 BW verworpen wegens ontbreken van goede trouw. Rechtbank constateert ambtshalve verkrijgende verjaring als bedoeld in art. 3:105 lid 1 BW.
Heffingen Productschap Tuinbouw. Verzoek restitutie van zonder rechtsgrondslag betaalde heffingen. Beperking tot 5 jaar. Restitutie heffingen. Terugkomen van besluit. Periode. Wettelijke rente. Eigen schuld
Recht van opstal. Verkrijging door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging van bezit (art. 3:306 jo. 3:105 lid 1 BW); stelplicht.
Wet betreffende verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds 2000, Overgangswet NBW art. 73, art. 3:306 BW Werkgeefster beroept zich op verjaring van pensioenrechten van werknemer. Volgens het hof kan de verplichting van werkgeefster tot betaling van pensioenpremies niet
Onrechtmatige overheidsdaad (CBB geen "independent tribunal" als bedoeld in art. 6 EVRM), besluit CBB tot verwerping van het beroep van een melkveehouder tegen het besluit van de minister tot afwijzing van diens aanvrage tot toekenning van extra melkquotum op de voet van art. 11
1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/030HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. de stichting SINT LUCAS ANDREAS ZIEKENHUIS, gevestigd te Amsterdam, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n ONDERLINGE WAARB
-
-
-
Erfdienstbaarheden. Verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid uit hoofde van art. 3:105 BW. Geval van aangrenzende erven die aanvankelijk in dezelfde hand waren en waarvan de inrichting vanaf het moment dat de eigendom in verschillende hand kwam duurzaam op een dulden of niet
Staatssteun. Artikel 108 lid 3 VwEU. Ontvankelijkheid Stichting (collectief belangenbehartiger). Ongeoorloofde wisseling van partijhoedanigheid. Eisen aan het zijn van belanghebbende in de zin van artikel 108 lid 2 VwEU en artikel 1, aanhef en onder h, van de Verordening (EU) 201
Legitieme portie onder het oude erfrecht. Overgangsrecht erfrecht. Goederenrechtelijke aanspraak of vorderingsrecht? Verjaring? Bepaling belastbare verkrijging door belanghebbende bij overlijden van zijn langstlevende ouder, terwijl de nalatenschap van de kortstlevende ouder onve
Uitoefening erfdienstbaarheid van gootrecht. Uitleg akte van vestiging. Aansluiting riool op pompput dienend erf zonder toestemming (art. 5:75 BW) toelaatbaar? Opheffing wegens gebrek aan belang? Is een erfdienstbaarheid van ‘recht van inparkeren’ ontstaan door verjaring (art. 5:
In deze zaken tussen buren gaat het over de vraag waar de juridische erfgrens tussen de beide percelen precies loopt. Volgens Deshima is zij op grond van bevrijdende verjaring eigenaar geworden van een strook grond aan partij A zijde van de kadastrale erfgrens. Volgens partij A i
Burengeschil. Waar ligt de juridische erfgrens tussen de percelen? Bevrijdende verjaring (3:105 BW) en verkrijgende verjaring (3:99 BW). Beroep op verjaring slaagt ten aanzien van één deel van de strook grond Bekrachtiging vonnis kantonrechter.
Eigendomsverkrijging van een strook grond langs water door verjaring en van de walbeschoeiing door horizontale natrekking. Is sprake van openbaar water? Misbruik van bevoegdheid van gebruik van een omgevingsvergunning voor het (her)bouwen van de boothuizen zolang er geen deugdeli
Geen verkrijgende verjaring van grondperceel naast het perceel waarop de vroegere burgemeesterswoning staat. De Gemeente mocht van de burgerlijke rechter een inhoudelijk oordeel vragen over de eigendom van het naastgelegen perceel (Windmill-criterium). Opeenvolgende bewoners, waa