Artikel 3:185 BW. Toedeling van onroerende zaken aan erfgenamen in het kader van afwikkeling nalatenschap. Tegen welke waarde: de bindende taxatiewaarde uit 2005 of de waarde ten tijde van de verdeling?
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:301 BW
Genoemd in 395 uitspraken · Officiële wettekst
395 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Erfrecht. Uitleg uiterste wil. Blijft partner na eindigen samenleving en samenlevingsovereenkomst erfgenaam en executeur?
Civiel, scheiding en deling van de nalatenschappen van hun ouders, koopovereenkomst, consignatiekas.
Civiel, verklaart het verzet gegrond en vernietigt het verstekvonnis.
De advocaat van de man heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd bevestigd dat hij de zaak in hoger beroep niet binnen acht dagen na het instellen daarvan heeft ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Dit was met het oog op de betrouwbaarheid van de openbare registe
Afwikkeling deelgenootschap naar Turks recht. Geen ruimte voor litispendentie omdat Nederlandse procedure eerder aanhangig is gemaakt dan Turkse. In hoger beroep moet alleen nog waarde van woningen worden vastgesteld.
Faillissementsrecht. Pauliana (art. 42 Fw). Vernietiging van een samenstel van rechtshandelingen. Kan het wetenschapsvereiste van art. 42 Fw ook betrokken worden op het samenstel als zodanig? Vernietiging van rechtshandelingen en veroordeling tot ongedaanmaking en teruglevering.
Bevoegdheidsincident afgewezen; voorgelegde geschil gaat over meer dan waardering woning zodat rechtbank bevoegd is.
ontvankelijkheid hoger beroep art. 3:301 lid 2 BW; bewijs koopovereenkomst; schriftelijkheidseis 7:2 BW
erfrecht: verdeling nalatenschap. inschrijving rechtsmiddel. rechtsvordering door deelgenoot namens gemeenschap op andere deelgenoot. betekenen eiswijziging aan niet verschenen erfgenaam.
Vervolggeschil over levering van aandeel in pand na uittreding uit de maatschap.
Artikel 3:301 BW. Inschrijving in rechtsmiddelenregister. Ontvankelijkheid.
Kort geding. Indeplaatstreding vonnis. Verstek. Toewijzing.
Kort geding. Hoger beroep niet ontvankelijk want niet ingeschreven in rechtsmiddelenregister. Hof komt niet toe aan beoordeling van beslissing voorzieningenrechter inzake het spoedeisend belang.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Na het einde van hun relatie is een geschil ontstaan over de gezamenlijke woning. {gedaagde} woont in de woning. {Eiser} wil de woning verkopen. Tijdens de mondelinge behandeling van een eerder kort geding hebben partijen overeenstemm
Hoger beroep tegen een gelaste verdeling van de gemeenschappelijke woning. Artikel 3:301 lid 2 BW. Uitspraak met indeplaatstreding van akte tot levering. Geen inschrijving in het rechtsmiddelenregister. Niet-ontvankelijk. Welke oordelen zijn hiermee onlosmakelijk verbonden.
Bestuurders stichting vragen over en weer om elkaars ontslag. De secretaris is niet eenzijdig ontslagen door de penningmeester. De rechtbank ontslaat in plaats daarvan de penningmeester wegens taakverwaarlozing. De penningmeester heeft gebrekkige rekening en verantwoording afgele
Verzetprocedure. Ontruiming en (terug)levering van de woning. Partijen hebben een geldleningsovereenkomst gesloten onder zekerheidsstelling van het recht van hypotheek. Opzegging overeenkomst omdat niet aan de betalingsverplichtingen werd voldaan. Ter voorkoming van een executiev
Erfrecht. Verzet tegen verstekarrest. Ontvankelijkheid.
Overeengekomen verdeling op grond van artikel 3:196 BW vernietigd. De vrouw is voor meer dan een vierde benadeeld. Het vermoeden van dwaling is onvoldoende betwist, geen tegenbewijs.
Appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken inschrijving in het rechtsmiddelenregister (3:301 lid 2 BW); beoordeling vorderingen betreffende de hypotheekschuld en betaalde kosten voor de voormalige gezamenlijke woning.
Kort geding. Machtiging eiseres voor het te gelden maken van de gemeenschappelijke woning.
-Verdeling echtelijke woning. Rechtbank heeft een reële executie bepaling van artikel 3:300 BW opgenomen. Hoger beroep is niet ingeschreven in het rechtsmiddelenregister (3:301 lid 2 BW). Appellante is toch ontvankelijk in haar hoger beroep omdat zij haar leveringsverplichting ni
ontvankelijkheid hoger beroep, artt. 3:300, 3:301 BW.
Deze zaak betreft kort gezegd de financiële afwikkeling van een relatie tussen samenwoners met een samenlevingsovereenkomst, die daarnaast samen een vof hebben gehad en beleggingspanden in gezamenlijke eigendom hebben verworven. Zij zijn als verdachten aangemerkt in verband met w