Hoger beroep niet ingeschreven in register bedoeld in art. 433 Rv. Omvang niet-ontvankelijkheid
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:301 BW
Genoemd in 395 uitspraken · Officiële wettekst
395 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Overeenkomstenrecht. Tussen particulier en gemeente gesloten koopovereenkomst met betrekking tot een perceel. Algemene voorwaarden voor de verkoop van bouwgrond. Bouwplicht. Kwam gemeente een beroep op ontbinding toe? Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. (81 RO).
artikel 3:301 BW
Erfrecht. Keuzelegaat. Uitspraak die in de plaats treedt van de tot levering van registergoede-ren bestemde akte (3:300 lid 2 BW), ontvankelijkheid cassatieberoep, overgangsrecht, uitleg testament, aan legaat verbonden tijdsbepaling geen afzonderlijke verplichting; 81 RO
Procesrecht. De valkuil van art. 3:301 lid 2 BW
Appel tegen vonnis tot inschrijven van een leveringsakte. Art. 3:301-2 BW juncto 433 Rv Niet ontvankelijkheid, nu het rechtsmiddel niet tijdig in het daartoe bestemde register is ingeschreven.
Het niet tijdig inschrijven van het hoger beroep inzake 3:301 lid 2 BW in het register van artikel 433 Rv leidt nog steeds tot niet-ontvankelijkheid.
Gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid hoger beroep vanwege verzuim het rechtsmiddel tijdig in te schrijven in het in artikel 433 Rv bedoelde register. Belang bij incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het bestreden vonnis.
Eigenaren van de twee appartementsrechten in een woonhuis hebben elkaar over en weer een optierecht bij overlijden gegeven, tegen een vaste prijs. Bedoeling met vrienden in een pand te wonen met veel gemeenschappelijke voorzieningen. Partner kan uitoefening optierecht niet blokke
Goederenrecht. Erfdienstbaarheid; legalisering gepleegde overbouw; begrip grove schuld uit art. 5:54 lid 3 BW; fout van architect; misbruik van bevoegdheid, art. 3:13 BW.
Huwelijksvermogensrecht. Schadevergoeding wegens onrechtmatige daden gepleegd tijdens het huwelijk; echtelijke woning.
Huwelijksvermogensrecht. Schadevergoeding wegens onrechtmatige daden gepleegd tijdens het huwelijk; echtelijke woning.
Erfrecht. Geschil tussen erfgenamen over geldigheid van een testament wegens wilsonbekwaamheid van erflater ten tijde van het maken van het testament; dwang als bedoeld in art. 4:490 (oud) BW, bewijslastverdeling (81 RO).
[appellant sub 1] en [appellante sub 2] hebben weliswaar betoogd dat Rabobank de betaling van f 700.000,- reeds in eerste aanleg op haar vordering in mindering had moeten brengen en dat dit verzuim, naar het hof begrijpt, geleid heeft tot veroordeling van [appellante sub 2] tot b
Uitleg van een testament en de waardering van een tweetal legaten met betrekking tot een woning, nl. legaat van gebruik en bewoning en een keuzelegaat. Toekenning van rente als compensatie voor het uitblijven van afrekening.
Afstand van legitieme portie bij boedelvolmacht. Inbreng ingeval bij legaat aan echtgenoot is toegekend het recht op overname van de woning tegen inbreng en het zakelijk recht van gebruik en bewoning van die woning. Uitleg testament. Tijdstip van waardering van legaten. Waarderin
Reële executie. Niet-ontvankelijk hoger beroep tegen vonnis met veroordeling tot medewerking aan eigendomsoverdracht van onroerende zaken nu het niet tijdig in rechtsmiddelenregister (art. 433 Rv.) is ingeschreven; strekking art. 3:301 lid 2 BW; ambtshalve toetsing; onjuiste adre
Reële executie. Niet-ontvankelijk hoger beroep tegen uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis dat in de plaats treedt van tot levering van onroerende zaak bestemde akte (art. 3:300 lid 2 BW) en niet tijdig in rechtsmiddelenregister (art. 433 Rv.) is ingeschreven; strekking art.
De beperking van de ontvankelijkheid dient het gerechtvaardigde belang van de waarborg van de betrouwbaarheid van de openbare registers met het oog op de ten aanzien van de verkrijging van registergoederen vereiste rechtszekerheid, welk belang een bredere strekking heeft dan enke
19 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/112HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n 1. WITADI HOLDING B.V., 2. WITADI B.V., beide gevestigd te Didam, VERWEERSTER
Tot aan het pleidooi in hoger beroep was tussen partijen in geschil of [geïntimeerde sub 1] nu wel (stelling Bravia Finance in conventie) of niet (stelling [geïntimeerde sub 1] in reconventie) is gebonden aan de uiteindelijk na de notariële akte van rectificatie van splitsing in
-