Eindvonnis. Huurovereenkomst woonruimte. Oude en nieuwe gebreken. Herstel gebreken. Onderzoekskosten.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:299 BW
Genoemd in 465 uitspraken · Officiële wettekst
465 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Kort geding. Afstemmingsregel. Machtiging ex art. 3:177 lid 1 BW voor verkoop en levering huis om vastgestelde verdeling te effectueren.
Kort geding. Meewerken verkoop woning.
Kort geding. Conventie en reconventie. Erfrecht. Beneficiaire aanvaarding van nalatenschap. Vereffening. Geldlegaat gelijk aan legitieme portie. 4:78 BW. 3:299 lid 1 BW.
Kort geding. Bindend advies. Gezamenlijk aanwijzen bindend adviseur na civiele procedure. Verplichting om daaraan medewerking te verlenen. Geen verjaring, want verzoek van de een aan de ander om mee te werken, was een passende handeling tot het verkrijgen van bindend advies in de
Erfrecht. Nalatenschap. Betaling uit depot notaris.
Kort geding. Vordering curator tot meewerken aan bindend advies. Door betaling van de proceskostenveroordelingen door de curator is de in een eerder kort geding aangenomen bevoegdheid tot opschorting vervallen. Het beroep op verjaring noch het beroep op art. 37 Fw slaagt. Gedaagd
Kort geding. Vordering curator tot meewerken aan bindend advies. Gedaagde is bevoegd tot opschorting. Beroep op afstand van recht, . Rechtsverwerking en verjaring slagen niet.
Kort Geding. Veroordeling tot aanbieden andere woning. Proces-verbaal (vaststellingsovereenkomst opgemaakt na de zitting) geen executoriale titel voor gedwongen ontruiming.
Gevorderde medewerking tot het laten schoonmaken van een ernstig verwaarloosde huurwoning toegewezen.
Huwelijksgoederenrecht. Procesrecht. Verdeling gemeenschap. Omvang rechtsstrijd in hoger beroep en tweeconclusieregel. Nova.
Echtscheiding, partneralimentatie, huwelijksvermogensrecht; verdeling huwelijksgemeenschap; aandelen BV
Eigendomsoverdracht en levering onroerend goed; instemming erfgenamen; echtheid van de onder de (beweerdelijke) overeenkomst geplaatste handtekeningen.
ex-samenwoners; belang partijen bij verkoop woning (art. 3:178 lid 3 BW); schending art. 21 Rv door appellant
Gedaagde heeft zijn recht om een erfafscheiding te plaatsen misbruikt. Van ontoelaatbare wateroverlast is niet gebleken. Eiser in reconventie heeft voorts geen belang bij de vordering tot verwijdering van ondergrondse leidingen.
Kort geding. Huurwoning met brandgevaar wegens ernstige vervuiling woning. Huurder verblijft in gesloten inrichting. Machtiging aan verhuurder ex art. 3:299 lid 1 BW om huurwoning te betreden ter opheffing brandgevaar.
Huurders van een woning in Amsterdam-West moeten een serre verwijderen die zij zelf hadden geplaatst.
Vordering woningbedrijf tot (o.m.) verkrijgen van machtiging om zichzelf toegang tot perceel te verschaffen om tot onderbreking te komen van levering van ruimteverwarming/ruimtekoeling/warm en koud tapwater. Kantonrechter wijst vordering af op de grond dat de Algemene wet op het
Overheidsprivaatrecht. Ruimte voor Ruimte (RvR)-regeling. Mogelijkheid tot het aangaan van bevoegdhedenovereenkomst. Mag gemeente op grond van RvR-regeling sloop van stallen en intrekking milieurechten elders in gemeente of provincie bedingen in ruil voor planologische medewerkin
Geschil tussen ex-partners. Na beëindiging van de samenwoning van partijen is de vrouw met de minderjarige kinderen in de woning blijven wonen. De vrouw wenst de woning over te nemen en vordert dat de man daaraan zijn medewerking verleent en dat hij meebetaalt aan de restschuld e
Huurzaak. De vraag of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding in de zin van artikel 7:268 lid 2 BW wordt bevestigend beantwoord. Vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst wordt toegewezen.
Toepassing lijfsdwang.
Medewerking huurders aan dringende (herstel)werkzaamheden, als bedoeld in artikel 7:220 BW.
Conventie: vordering VvE. Ontvankelijkheidsverweer op basis van nietigheid van het besluit om gedaagde te dagvaarden is afgewezen. Het - in beginsel - nietige besluit is bekrachtigd in een vergadering van de VvE. Verklaring voor recht dat geen sprake is van verjaring van het excl
Verkoop vakantiewoningen met walbeschoeiing en steigers aan coöperatie en individuele eigenaren. De coöperatie en de eigenaren hebben tijdig geklaagd in de zin van artikel 7:23 BW. Voorshands bewezen geacht dat de walbeschoeiing niet beantwoordt aan de koopovereenkomst. Voor wat