Merkenrecht. Zaak van merkhouder tegen expediteur en partij die decodeerfaciliteit aan derden ter beschikking stelt. Vraag of sprake is van merkinbreuk dan wel onrechtmatig handelen dan wel handelen als tussenpersoon. Tussenvonnis.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:294 BW
Genoemd in 34 uitspraken · Officiële wettekst
34 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
arrest na verwijzing. Retentierecht en het inroepen ervan
Procesrecht. Grenzen van rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Retentierecht. Vervolg op HR 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:970. Hoge Raad doet zelf af.
De accountant die opdracht krijgt tot het opstellen en deponeren van de jaarrekening van een rechtspersoon, verbindt zich in beginsel tevens om die jaarrekening tijdig op te maken en om te bewerkstelligen dat deze vervolgens ook tijdig kan worden gepubliceerd. De in artikel 2:394
Faillissementsrecht. Gestanddoening overeenkomst door curator, art. 37 lid 2 Fw; omvang verplichting tot zekerheidsstelling. Contractuele verplichting bankgarantie te stellen; beroep wederpartij op opschortingsrecht en retentierecht.
geen beroep op gezag van gewijsde eerder vonnis vanwege afspraken in vaststellingsovereenkomst; bestanddeelvorming op grond van art. 8:1 lid 3 BW en gevolgen daarvoor voor het beroep op retentierecht op schip en/of tijdelijk gesepareerde motor; derdenwerking retentierecht t.o.v.
Retentierecht op onroerende zaak. Vereiste feitelijke macht. Uitoefening retentierecht via een ander mogelijk. Niet echter wanneer die ander een vertegenwoordiger van de schuldenaar is. Aansprakelijkheid voor gevolgen van ten onrechte beroep op retentierecht.
Retentierecht aannemer op woningen. Bevel in kort geding aan opdrachtgever om uitoefening van het retentierecht weer mogelijk te maken. Alternatief: bankgarantie.
Procesrecht. Uitoefening retentierecht door aannemer. Grenzen rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. Vervolg op ECLI:NL:HR:2023:970. Verwijzingshof heeft vóór cassatie en verwijzing afgewezen vordering alsnog toegewezen.
De curator houdt gedaagden als voormalige (indirecte) bestuurders van bedrijf 1 aansprakelijk voor het tekort in het faillissement van bedrijf 1, en gedaagde 1 als voormalig bestuurder van bedrijf 2 voor het tekort in het faillissement van bedrijf 2. De rechtbank wijst de primair
Kort geding. Aannemer tegen VvE en sommige leden daarvan. Aannemer heeft geen retentierecht op dakterras.
Bank, met hypotheekrecht, vordert in kortgeding verbod op het (verder) uitoefenen van een retentierecht op een onroerende zaak. Volgens de bank claimt de aannemer met het retentierecht ten onrechte een bevoorrechte schuldpositie en dat raakt haar positie in een mogelijk te strate
Curator heeft afgifte gevorderd van door retentor teruggehouden zaak ex art 60 Fw. Derde, die hypotheekrecht op dat goed heeft, kan tot uitwinning overgaan en vrijelijk aan de koper leveren, maar is gehouden via de curator uit de verkoopopbrengst de bevoorrechte retentor te voldo
“Vordering teruggave hond toegewezen in kort geding. Eiser is eigenaar. Bewaarnemingsovereenkomst. Geen geslaagd beroep op retentierecht, nu kosten zijn gemaakt nadat de hond al was teruggevraagd door eiser. Niet gebleken dat eiser niet in staat is om voor de hond te zorgen.”
Retentierecht (artikel 3:294 BW). Door de reparateur van een trekker wordt tegenover de nieuwe eigenaar van de trekker onterecht een beroep gedaan op het retentierecht: ten aanzien van een aantal als “oude facturen” bestempelde vorderingen komt de reparateur geen beroep op het re
Huurgrond – weekendhuis Choloma – geen opstal vergoeding – toestemming verhuurder voor ingebruikgeving door huurder – houderschap – bezit -
Kort geding. Retentierecht, art 6:52 jo 3:290 BW. Geen feitelijke macht en onvoldoende aannemelijk dat sprake is van opeisbare vordering. Daarbij naar maatstaven redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat retentierecht wordt uitgeoefend.
Retentierecht. Uitleg van de wettekst, met name van de betekenis van artikel 3:294 BW. Transportonderneming A heeft een trekker met oplegger geleasd van leasemaatschappij B. A heeft met garagebedrijf C een onderhouds- en reparatieovereenkomst gesloten, die voorziet in de betaling
Verbintenissenrecht. Incidentele vordering. Bouw fabriek. Geschil over betaling facturen. Retentierecht.
Kort geding. Voormalige (?) retentor legt conservatoir beslag onder eigenaar nadat rechtbank retentierecht afwijst en retentor in hoger beroep komt. Art. 3:294 BW. Art. 3:295 BW. Opheffing beslag? Belangenafweging. Misbruik bevoegdheid?
retentierecht op zeeschip; Nederlands recht toepasselijk (10:129 BW); verwijzing naar HR 7-01-2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA4123) Belgisch recht toepasselijk op insolventieprocedure en gevolgen daarvan (4 lid 1 en 11 IVO) voldoende samenhang i.c. voor opschorting afgifte schip , ook ta
Vraag of retentierecht rechtsgeldig is ingeroepen. Artikel 3:291 lid 2 BW en artikel 3:392 BW
Einde retentierecht. Houderschap retentor? 3:294 en 3:295 BW.
Vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid door de curator tegen bestuurder en vermeend feitelijk bestuurder. Sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Echter voldoende aannemelijk gemaakt dat andere feiten en omstandigheden dan onbehoorlijke taakvervulling een belangri