Kort geding, geldvordering, gedogen executie, hoogte vordering retentierecht.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:290 BW
Genoemd in 179 uitspraken · Officiële wettekst
179 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Geldvordering. Geschil inzake kosten voor stalling en verzorging van paarden. Retentierecht.
Stalling van een container en boot, huur of bewaarneming? Invloed van het door eiser uitgeoefende retentierecht op de verschuldigde vergoeding.
Onderaannemer heeft geen retentierecht. Geen feitelijke macht. Geen rechtsgeldig retentierecht door plaatsing hekken nadat bouwplaats is verlaten.
afgifte goederen, betaling facturen en retentierecht.
Veroordeling tot betaling voor verrichte werkzaamheden.
DLL vordert de opbrengst en de afdracht van verschillende geleasede objecten van het Samenwerkingsverband op grond van eigendomsrecht. Het standpunt van het Samenwerkingsverband dat zij, en niet DLL, eigenaar van de objecten is geworden, slaagt niet. Het Samenwerkingsverband komt
opschorting, retentierecht, artikelen 6:52 BW, 6:57 BW, 3:290 BW/in deze zaak is het beroep op het recht om de verplichting tot afgifte van een paard op te schorten afgewezen; beroep op het retentierecht ongegrond.
Aanneming van werk. Beroep op schuldeisersverzuim dan wel opschorting. Schadevergoeding.
Huurgrond – weekendhuis Choloma – geen opstal vergoeding – toestemming verhuurder voor ingebruikgeving door huurder – houderschap – bezit -
Toewijzing vordering betaling € 3.961,- uit hoofde van stallingsovereenkomst. Beroep op verrekening met € 4.800,- i.v.m. onverschuldigde betaling gepasseerd (6:136 BW). Eiseres mocht gebruikmaken van retentierecht (inhoud stalkasten).
KG Roemeens bouwbedrijf wordt in kort geding onder meer veroordeeld tot afgifte van (fiscale) stukken die zien op Roemeense bouwvakkers die in Nederland worden ingezet t.b.v. van Nederlandse aannemer.
Beroepsfout advocaat. Maatstaf aansprakelijkheid. Causaal verband. Schade wegens verbeurte dwangsommen; schadebegroting. Eigen schuld.
Artikelen 7:601 BW, 3:290 BW, 6:52 BW, 159 lid 2 Rv. Retentierecht op inboedel wegens niet betaalde BTW voor factuur voor werkzaamheden aan bedrijfspand. Bewijsopdracht dat opdracht is verstrekt voor werkzaamheden aan bedrijfspand en dat akte namens appellant getekend is. Appella
Aanneming; ‘anticipatieve ontbinding’; deskundigenbericht; retentierecht.
Opheffing retentierecht
Vordering tot revindicatie. Retentierecht. Schadevergoeding. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:60
Kort geding. Vordering tot afgifte Ferrari afgewezen. Curatoren doen terecht beroep op retentierecht. Voldoende aannemelijk dat curatoren vordering hebben op de eigenaar uit hoofde van zaakwaarneming.
aanneming van werk; reparatie Mercedes
Kort geding. Vordering tot afgifte (klassiek) auto in conventie, retentierecht, vordering tot afgifte gereedschappen in reconventie, executieproblemen.
Kort geding. Retentierecht, art 6:52 jo 3:290 BW. Geen feitelijke macht en onvoldoende aannemelijk dat sprake is van opeisbare vordering. Daarbij naar maatstaven redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat retentierecht wordt uitgeoefend.
Toewijzing van de vordering(en) in conventie tot het eindigen van de uitoefening van een (eventueel) retentierecht van gedaagde en tot ontruiming. Er kan niet met de vereiste mate van waarschijnlijkheid worden vastgesteld dat gedaagde een beroep op retentierecht toekomt. Zelfs al
Deurwaarderskortgeding. Wie zijn “betrokken partijen” in de zin van artikel 438 lid 4 Rv? Beroep op retentierecht door derde jegens pandhouder die pandhoudersbeslag heeft laten leggen, slaagt niet, omdat niet aannemelijk is dat aan de vereisten van artikel 3:291 lid 2 BW is volda
Kort geding: koopovereenkomst aandelen. Vordering tot verstrekken omzetgegevens ivm vaststellen koopprijs toegewezen. Gestelde tekortkomingen rechtvaardigen niet de opschorting van verbintenis tot verstrekken omzetgegevens.
Kopje KG 18-403 vs 26/11/18 Retentierecht, vereisten art. 3:290 BW