Goederenrecht. Procesrecht. Niet-inschrijving cassatieberoep in rechtsmiddelenregister (art. 3:29 lid 3 BW). Herstel mogelijk? Ratio inschrijvingsvoorschrift. Onverbrekelijk samenhangend oordeel dat deelt in niet-ontvankelijkheid?
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:28 BW
Genoemd in 85 uitspraken · Officiële wettekst
85 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Proces- en goederenrecht. Toewijzing van verklaring voor recht dat hypotheekrechten als gevolg van art. 3:45 BW nietig zijn. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de verplichting om een hoger beroep tegen een vonnis met een verklaring van waardeloosheid van een
Kort geding. Waardeloosverklaring van een in 1924 gevestigd recht van hypotheek. Art 3:28 en 3:29 BW. Verstek verleend tegen een vereniging die is opgehouden te bestaan en twee personen (trustees) die, naar gevoeglijk wordt aangenomen, zijn overleden.
Erfpacht. Een woningbouwcorporatie heeft aan gedaagde het recht van erfpacht gegeven op een perceel grond met woning. Nadat in de woning een hennepkwekerij is aangetroffen door de politie, heeft de woningbouwcorporatie de erfpacht opgezegd. De enkele aanwezigheid van een hennepkw
Opzegging erfpacht wegens aantreffen grote hoeveelheid (soft)drugs. Geen toerekenbaarheid vereist.
Waardeloosverklaring van inschrijving in de openbare registers. Niet-ontvankelijkheid vanwege niet tijdige inschrijving in het rechtsmiddelenregister? Art. 3:39 lid 3 BW. Samenhang met rechtspraak met betrekking tot art. 3:301 lid 2 BW.
Verzoening van partijen na scheiding van tafel en bed?; art. 1:176 BW (oud); omstandigheden van het geval; samenwonen van partijen is niet doorslaggevend. Gevolgen voor het bezwaren en vervreemden van onroerende goederen.
Rechtbank heeft inschrijving in openbare registers van akte tot onder meer levering van woning waardeloos verklaard. Hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat het niet tijdig is ingeschreven in rechtsmiddelenregister. Art. 3:29 lid 3 BW.
Opzegging recht van erfpacht wegens schending voorwaarden. Inschrijving in rechtsmiddelenregister. Is de erfpachter ernstig tekort geschoten? 5:87 BW.
-
Nietige overeenkomst – strekking. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een overeenkomst die – hoewel de inhoudelijke prestatie niet rechtstreeks verboden is – de strekking heeft een ander te benadelen zodat sprake is van een nietige overeenkomst ex artikel 3:40 BW.
Incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring. Waardeloosverklaring inschrijving hypotheekrecht (3:29 lid 1 BW) en vernietiging hypotheekverlening. Op grond van artikel 3:29 lid 3 BW moeten verzet, hoger beroep en cassatie tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 3:29 l
Procesrecht. Art. 3:45 BW. Vernietiging onverplichte rechtshandeling. Behelst door rechtbank gegeven verklaring voor recht verklaring van waardeloosheid? Art. 3:29 BW. Inschrijving hoger beroep in rechtsmiddelenregister? Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep?
De rechtbank beveelt de gedaagden om gezamenlijk één bankrekening aan te wijzen waarop de eiser een bedrag dient te betalen en beveelt de gedaagden om ieder voor zich een opgave te doen van het bankrekeningnummer. Verder worden de gedaagden gebiedt om iedere vorm van executie of
Vordering in kort geding tot doorhaling hypotheekinschrijving. Afwijzing omdat de hypotheekinschrijving niet waardeloos is geworden in de zin van art. 3:28 BW.
Vermogensrecht. Erfdienstbaarheid. Is tenietgaan erfdienstbaarheid door vermenging een inschrijfbaar feit? Art. 3:17 BW. Welke feiten zijn aan de verkrijger van het heersend erf tegen te werpen? Art. 3:24 BW.
Opzegging erfpacht wegens ernstig tekortschieten erfpachter in verband met schending zelfbewoningsplicht en verhuurverbod. Beëindiging voortgezette huurovereenkomst. Belangenafweging valt uit in voordeel van erfverpachter (woningcorporatie).
bewijswaardering; schijnconstructie; anderbeslag; dulden dan niet wordt meegedeeld in executieopbrengst; artikel 3:28 BW
Vermogensrecht. Erfdienstbaarheid. Is tenietgaan erfdienstbaarheid door vermenging een inschrijfbaar feit? Art. 3:17 BW. Welke feiten zijn aan de verkrijger van het heersend erf tegen te werpen? Art. 3:24 BW.
Aan één van de gedaagden is in een ontnemingsprocedure een verplichting tot betaling van bijna 2,5 miljoen euro opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Een deel van dat bedrag heeft de Staat kunnen innen. Om ook het restantbedrag te kunnen innen heeft de St
Tweede schadestaatprocedure. Verjaringstermijn 20 jaar. Art. 3:324 en 325 lid 1 onder c BW: instellen schadestaatprocedure is daad van tenuitvoerlegging. Tweede schadestaatprocedure in strijd met goede procesorde. HR 28 november 1969, ECLI:NL:PHR:1969:AC4973. Eisvermeerdering in
Er is sprake van verzet tegen een kort geding vonnis in Arnhem. De opposant beroept zich op relatieve onbevoegdheid van de rechtbank Arnhem. Dit wordt gehonoreerd. De voorzieningenrechter vernietigt het Arnhemse vonnis niet, maar verwijst naar Zutphen. De voorzieningenrechter Zut
Verzoek tot heropening vereffening.
Erfpacht, opzegging. Vorderingen worden afgewezen, omdat eiser niet voldoende heeft onderbouwd dat gedaagden de zelfbewoningsplicht niet hebben nageleefd.
Eiser verzoekt opheffing van ten laste van hem door gedaagden gelegde beslagen. Partijen hebben een geschil over de uitvoering van een aannemingsovereenkomst die zij met elkaar hebben gesloten. Deze overeenkomst ziet op de sloop en herbouw van de schuur aan de woning van gedaagde