Onverschuldigde betaling/Ongerechtvaardigde verrijking na faillietverklaring; Redelijkheid en billijkheid.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:278 BW
Genoemd in 42 uitspraken · Officiële wettekst
42 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Cassatie in belang der wet. Richtlijn ‘4.7.2 Kinderalimentatie’ uit Rapport Alimentatienormen versie 2010 onverenigbaar met art. 295 lid 3 F. waarin discretionaire bevoegdheid rechter-commissaris tot verhoging vrij te laten bedrag. Bewerkstelligen van feitelijke voorrangspositie
WHOA, verzoek ex artikel 378 Fw van de herstructureringsdeskundige, duiding aspecten die van belang zijn voor het tot stand brengen van een akkoord
Vermogensrecht. Vennootschapsrecht. Aansprakelijkheidsverklaring moedermaatschappij voor schulden dochtermaatschappij, art. 2:403 lid 1 onder f BW. Leidt bevoorrechte vordering op dochtermaatschappij tot bevoorrechte vordering op moedermaatschappij? Wettelijke grondslag voorrecht
Vermogensrecht. Vennootschapsrecht. Aansprakelijkheidsverklaring moedermaatschappij voor schulden dochtermaatschappij, art. 2:403 lid 1 onder f BW. Leidt bevoorrechte vordering op dochtermaatschappij tot bevoorrechte vordering op moedermaatschappij? Wettelijke grondslag voorrecht
Proefprocedure. Werknemersvordering jegens moedermaatschappij op grond van 403-verklaring ontbeert preferentie.
Aanvaarding van de stelling van eiser tot verificatie zou er toe leiden dat het object van het voorrecht van de werknemer ex artikel 3:288 sub e BW ingevolge de 403-verklaring zou worden uitgebreid met het vermogen van moedervennootschap. Nu evenwel uit de tekst van artikel 2:40
Conclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over het verhalen van kosten door het UWV op een garantsteller in het geval dat een werkgever-eigenrisicodrager failliet is verklaard. De raadsheer advocaat-generaal stelt voorop dat voor verhaal op de garantsteller niet is vereis
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Mogen in het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven en in het Procesreglement verzoekschriftprocedures in handels- en insolventiezaken gerechtshoven regels worden opgenomen over de omvang van p
art. 3:278 BW / art. 474g Rv / verzoek tot verkoop en overdracht aandelen / afwijzing nu vordering pandhouder hoger is dan verwachte opbrengst uit verkoop
Proefprocedure. Werknemersvordering jegens moedermaatschappij op grond van 403-verklaring ontbeert preferentie.
Aanvaarding van de stelling van eiser tot verificatie zou er toe leiden dat het object van het voorrecht van de werknemer ex artikel 3:288 sub e BW ingevolge de 403-verklaring zou worden uitgebreid met het vermogen van moedervennootschap. Nu evenwel uit de tekst van artikel 2:40
Hypotheekrecht is niet waardeloos en zal niet worden doorgehaald. Niet is komen vast te staan dat de hypotheekhouder geen vordering heeft op de hypotheekgever.
Eiseres heeft diverse vorderingen ingesteld tegen de curator q.q. en pro se. Maatstaf aansprakelijkstelling curator q.q. en pro se. Erfpacht canon is geen boedelschuld in de zin van de Faillissementswet. Eiseres heeft als eigenaar ingevolge artikel 5:100 lid 3 BW en artikel 5:105
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7451, NJ 2009/92 (Singulus/Nemox). Strekking van art. 241c
Deze zaak gaat over de vraag of de curator in het faillissement van een VOF het faillissementstekort en het onbetaalde deel van zijn salaris ter verificatie kan indienen in de WSNP van de vennoten, en tegen welke rang. De rechtbank oordeelt dat de curator (q.q.) een concurrente v
Renvooiprocedure naar aanleiding van een rangregeling. De niet verschenen eiser wordt geacht de aanmelding van zijn vordering in de rangregeling te hebben ingetrokken (486 lid 3 Rv). De vordering van de wel verschenen eiser wordt erkend. Lening en hypotheekrecht niet in strijd me
Executie door verkoop aandelen niet als zodanig misbruik van recht. Behoefte aan nader onderzoek naar waarde aandelen en mogelijkheid beperkte executie.
Bankrecht. Borgtocht. Uitwinning pandrecht. Vordering van de bank tot betaling uit hoofde van een borgtocht. De borg was (indirect) bestuurder van vennootschappen. Het krediet dat door de bank aan deze vennootschappen was verstrekt is opgezegd en na uitwinning van de zekerheden r
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Kredietovereenkomst met vestiging pandrecht. Herstructurering financiering op verzoek pandhouder. Is financieringsovereenkomst paulianeus? Benadeling schuldeisers? Art. 42 Fw.
Renvooizaak. Vordering tot verificatie. Hypothecaire geldlening bestaat en wordt erkend. Geen buitengerechtelijke vernietiging hypotheekrecht. Hypotheekverstrekking betrof geen onverplichte rechtshandeling in de zin van artikel art. 3:45 lid 1 BW. Ook ontbreekt wetenschap van sch
Geen spoedeisend belang bij vordering tot staking van de executie nadat in eerste aanleg de schorsing van de executie is bevolen en daartegen niet is geappelleerd en bovendien ook conservatoir beslag is gelegd.
Art. 81 lid 1 RO. Ontvankelijkheid vordering uit onrechtmatige daad. Rechtspersonenrecht. Insolventierecht. Faillissement na toepassing noodregeling (art. 5a Tijdelijke regeling invoering Wft (oud), art. 213f (oud) Fw). Insolventie omdat geen akkoord is aangeboden (art. 173 lid 1
Renvooiprocedure. Rangregelingprocedure verdeling opbrengst executie 26 casco’s binnenschepen. Gerechtelijke bewaring. Conservatoir beslag. Artikelen 8:820 (kosten van uitwinning) en 8:821 BW (kosten tot behoud). Geen subrogatie. Beroep op artikel 8:820 BW faalt; opgevoerde koste
Executieverkoop mag doorgaan. Recht van parate executie.