Conservatoir leveringsbeslag; toepassing rechter betekeningsvoorschriften exploten; vervreemding in weerwil beslag; gevolgen beslag (blokkerende werking); faillissement beslagene tijdens hoofdzaak; beslagene als rechtspersoon opgehouden te bestaan?; toepasselijkheid HR 13 novembe
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:277 BW
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Kort geding over tevergeefs inroepen van een bankgarantie waarop conservatoir beslag is gelegd.
Dwangakkoord toegewezen. Belangenafweging tussen weigerende schuldeiser en verzoeker. Geen benadeling van schuldeisers doordat de vordering van DUO niet onder de schuldregeling valt. Ondanks het grote aandeel van de weigerende schuldeiser in de schuldenlast, valt de belangenafweg
Kort geding. executiegeschil; kennelijke misslagen; belangenafweging, proportionaliteit
Vordering verbod beslaglegging. Vordering zekerheidstelling ter voorkoming van beslaglegging.
Cassatieprocesrecht. Vervolg op HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172. Vorderingen tegen vennootschap en tegen bestuurder daarvan in verband met faillissement van (voormalige) dochtervennootschap. Oordeel dat subsidiaire vordering wegens onrechtmatig handelen alleen tegen ve
Weigering homologatie akkoord surseance. Er is sprake van een sluipakkoord, omdat aan één schuldeiser finale kwijting werd verleend, terwijl de schuldenaar de bedoeling heeft procedures tegen andere schuldeisers na totstandkoming van het akkoord voort te zetten. Zonder de bevoord
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Zijn vorderingen van stichting jegens SNS Reaal en de Staat concurrent of achtergesteld? Uitleg overeenkomst.
Faillissementsrecht. Verrekening ex art. 53 lid 1 Fw door bank met schuld uit bodemverhuurconstructie. Is uitzondering van HR 22 december 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0995 (Tiethoff q.q./NMB) van toepassing?
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Onvoldoende onderbouwing dat andere feiten of omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest alsmede dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan bestuurder te wijten is en dat bestuurder
Hoger beroep tegen beschikking houdende verlof ex art. 700 Rv dat deels is geweigerd. Uitgangspunten om geoorloofdheid object-keuze beslaglegger te toetsen. Omstandigheden voldoende om verlof uit te breiden naar andere vermogensbestanddelen.
Homologatie (gestaffeld) akkoord in surseance.
Op 2 februari 2017 conservatoir derdenbeslag gelegd door belanghebbende ten laste van appellante onder haar moedervennootschap geintimeerde, ter verzekering van verhaal van vorderingen belanghebbende jegens appellante; op 17 augustus 2017 door appellante ten laste van geintimeerd
Veroordeling ter zake van belaging (feit 1) en smaadschrift (feiten 2 en 3). De verdachte heeft gedurende een langere periode op meerdere manieren veelvuldig en tegen haar wil (eenzijdig) contact gehad of gezocht met (personen uit de omgeving van) een van de aangeefsters. Hij hee
De rechtbank oordeelt dat de bestuurder bij een aandelenoverdracht en een cessie van een vordering een tegenstrijdig belang had met de inmiddels in staat van faillissement verkerende onderneming van wie hij bestuurder was in de zin van artikel 2:256 BW (oud). Verder kunnen deze r
Voor de door deurwaarder gemaakte executiekosten kan geen bevelschrift ex artikel 237 lid 4 Rv worden afgegeven, nu het geen nakosten in de zin van dat artikel betreft.
Bekrachtiging vonnis waarbij grootste schuldeiser ingevolge het bepaalde in artikel 287a lid 5 Fw in redelijkheid tot weigering van instemming met de door schuldenaar voorgestelde schuldregeling heeft kunnen komen. Niet alleen staat het elke schuldeiser in beginsel vrij staat om
zijn vorderingen uit hoofde van verzekeringsovereenkomst verpand aan de bank?
Faillissementsrecht. Procesrecht. Vernietiging faillietverklaring in hoger beroep. Afstand van hoor en wederhoor door afspraak over volgorde uitlatingen na mondelinge behandeling; HR 9 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4039, NJ 2007/140. Is niet meer aan pluraliteitsvereiste vold
Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid insolventieadviseur jegens gezamenlijke faillissementscrediteuren; Peeters/Gatzen-vordering. Ingangsdatum wettelijke rente, art. 6:83, onder b, BW. Verder grotendeels art. 81 lid 1 RO.
Door betaling van een verpande vordering aan degene die bevoegd is de betaling in ontvangst te nemen, gaat de vordering teniet en daarmee ook het op de vordering rustende pandrecht
Botsende algemene voorwaarden ? Aan vuistpandrecht te stellen eisen. Kan pandrecht gevestigd worden voor vorderingen uit opslag die ontstaan zijn na faillissement opdrachtgever opslag, gelet op fixatiebeginsel ? Bijzondere faillissementskosten.
Faillissementsrecht. Rangorde (art. 3:277 BW). Aan bank verpande, door curator onrechtmatig geïnde vorderingen. Gaat boedelvordering van de pandhouder wegens schadevergoeding voor op de kosten van executie en vereffening, waaronder het salaris van de curator? (HR 28 september 19
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Beslag- en executierecht. Overgang door fusie (art. 2:309 BW) van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging executoriale titel. Betekening van die overgang aan de geëxecuteerde bij deurwaardersexploot (art. 431a Rv). Mogelijkheid voor verkrijgende rechts
Afwijzing dwangakkoord door rechtbank wordt door hof bekrachtigd. art. 287a Fw