Kort geding. executiegeschil; kennelijke misslagen; belangenafweging, proportionaliteit
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:277 BW
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Zijn vorderingen van stichting jegens SNS Reaal en de Staat concurrent of achtergesteld? Uitleg overeenkomst.
De rechtbank oordeelt dat de bestuurder bij een aandelenoverdracht en een cessie van een vordering een tegenstrijdig belang had met de inmiddels in staat van faillissement verkerende onderneming van wie hij bestuurder was in de zin van artikel 2:256 BW (oud). Verder kunnen deze r
Schuldeiser in faillissement stelt de curator q.q. en pro se aansprakelijk op de grond dat zij geen betaling in het faillissement ontvangt. De rechtbank wijst onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 16 december 2011 (ECLI:NL:HR:2011: BU4204, Prakke/Gips) de vorderin
Uitleg clausule van achterstelling / achtergestelde lening. De eiser verwijt aan de gedaagde, een notaris, dat deze medewerking heeft verleend aan een transactie waardoor zekerheidsrechten van eiser zijn uitgehold. Volgens de stelling van eiser had hij het zekerheidsrecht op de r
Vermogensrecht. Vennootschapsrecht. Aansprakelijkheidsverklaring moedermaatschappij voor schulden dochtermaatschappij, art. 2:403 lid 1 onder f BW. Leidt bevoorrechte vordering op dochtermaatschappij tot bevoorrechte vordering op moedermaatschappij? Wettelijke grondslag voorrecht
Eindvonnis na meerdere tussenvonnissen (LJN: BT 6370, BV7039, BY7819) in geschil tussen gedupeerde leninggevers en 5 Roemeense rechtspersonen en hun (oud-) bestuurder. Laatstgenoemden worden op grond van wanprestatie resp. onrechtmatige daad veroordeeld tot terugbetaling van de g
Curator in het faillissement van W. en S. vordert betaling van WTT. Betreft een achtergestelde lening die nog niet opeisbaar is geworden, vordering curator afgewezen.
Art. 81 RO. Beroep tegen faillietverklaring. Achtergestelde lening? Misbruik van bevoegdheid?
Een overeenkomst tot achterstelling van een vordering, zoals geregeld in artikel 3:277 lid 2 BW, heeft geen gevolg voor de opeisbaarheid van die vordering.
Faillissement staat, gelet op bedoeling van partijen, niet in de weg aan het toerekenbaar tekort schieten in de uitvoering van een overeenkomst van achterstelling. Geen onrechtmatig handelen bank door niet aanvullend te financieren.
Hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, Insolventieverordening). Faillietverklaring.
Derde vonnis, eerste twee vonnissen van de rechtbank Den Bosch. In deze uitspraak komen een aantal zaken aan de orde, namelijk (1) is er sprake van achtergestelde leningen, (2) er wordt niet teruggekomen om een bindende eindbeslissing, (3) uitleg van een surseanceakkoord aan de h
Conventie. Dwingend bewijs van akte van geldlening ontzenuwd. Voor het overige niet voldaan aan stelplicht, dus afwijzing vordering. Reconventie. Geen sprake van achtergestelde leningen. Het staat schuldeiser vrij om zijn gehele vordering slechts bij één van de vennoten van een v
Aansprakelijkheid bestuurder van besloten vennootschap bij failissement. Onbehoorlijk bestuur. Bestuurder slaagt in bewijs dat faillissement van de vennootschap in belangrijke mate is veroorzaakt door omstandigheden die met onbehoorlijk bestuur niets van doen hadden.
-