Onteigening vermogensbestanddelen en effecten SNS Reaal en SNS Bank. Verzoek tot vaststelling schadeloosstelling, art. 6:8-10 Wft. Recht op volledige vergoeding van de schade, werkelijke waarde onteigende vermogensbestanddeel of effect. Formele rechtskracht onteigeningsbesluit. B
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:277 BW
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Pandrecht. Bank heeft openbaar pandrecht op al hetgeen rekeninghouder van bank te vorderen heeft. Kan bank zich na het peilmoment van art. 54 Fw verhalen op betalingen door derden aan die rekeninghouder die in rekening-couran
Faillissementsrecht. Hoger beroep tegen faillietverklaring; taak appelrechter; beoordeling naar tijdstip uitspraak. Betaling van steunvorderingen door derden; strijd met paritas creditorum? Leningen aangegaan ter betaling van steunvorderingen?
Uitspraak inzake schadeloosstelling onteigende effecten en vermogensbestanddelen SNS REAAL N.V. en SNS Bank N.V. De Ondernemingskamer zal deskundigen benoemen om de waarde van de onteigende effecten en vermogensbestanddelen SNS REAAL N.V. en SNS Bank N.V. te onderzoeken. Partijen
OM-cassatie. Beklag, beslag, art. 552a Sv. HR wijst één beschikking. Voortduring beslag en rechtsbijstand. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat het door klaagster en klager gestelde belang bij (gedeeltelijke) opheffing van de ex art. 94a Sv gelegde beslagen zwaarder dient te we
Onteigening vermogensbestanddelen en effecten SNS Reaal en SNS Bank. Verzoek tot vaststelling schadeloosstelling, art. 6:8-10 Wft. Waardering achtergestelde vorderingen, uitleg achterstellingsbepalingen, verifieerbaarheid vorderingen, rangorde vorderingen in verband met art. 128
Uitspraak inzake schadeloosstelling onteigende effecten en vermogensbestanddelen SNS REAAL N.V. en SNS Bank N.V. Deskundigenbericht De Ondernemingskamer beveelt met het oog op de vaststelling van de hoogte van de schadeloosstelling van onteigende effecten en vermogensbestanddelen
Faillissementsrecht. Verzoek ex art. 69 F. tot vernietiging van door curator op de voet van art. 58 F. gestelde termijn dan wel om een bevel tot intrekking van de termijn; misbruik van recht door curator; gelijkheidsbeginsel uit art. 3:277 BW.
Vennootschapsrecht. Tussentijdse uitkering van dividend. Vordering van de curator op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 lid 1 BW), onrechtmatig handelen jegens schuldeisers van de vennootschap (art. 6:162 BW) en nietigheid/vernietigbaarheid van dividendbesluit (
29 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/166HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. ABN-AMRO BANK N.V., gevestigd te Ams
Faillissementsrecht. Rangorde (art. 3:277 BW). Aan bank verpande, door curator onrechtmatig geïnde vorderingen. Gaat boedelvordering van de pandhouder wegens schadevergoeding voor op de kosten van executie en vereffening, waaronder het salaris van de curator? (HR 28 september 19
Erfrecht. Vereffening. Voorschotbetalingen op loon vereffenaar. Vereffeningskosten moeten vóór de overige schulden van de nalatenschap worden voldaan.
Uitleg van pensioenreglement. Cao-norm. Vloeiende overgang tussen cao-norm en Haviltex-norm.
-
Faillissementsrecht. Pandrecht. Verkoop van aan de bank verpande winkelvoorraad met toestemming van de bank tegen pinbetalingen. M.b.t. die betalingen uitzondering op het verrekeningsverbod voor de bank van art. 54 lid 1 Fw? Toepassing van o.m. de arresten Mulder q.q./CLBN, Van G
Onteigening vermogensbestanddelen en effecten SNS Reaal en SNS Bank. Verzoek tot vaststelling schadeloosstelling, art. 6:8-10 Wft. Recht op volledige vergoeding van de schade, werkelijke waarde onteigende vermogensbestanddeel of effect. Formele rechtskracht onteigeningsbesluit. B
Verbintenissenrecht. Zekerheidsstelling; verhouding tussen schuldeisers; het burgerlijk recht kent een gesloten stelsel van dwangmiddelen en middelen tot bewaring van recht; uitgangspunt daarbij is dat schuldeisers een gelijk recht van verhaal hebben op het vermogen van de schuld
-
Procesrecht. Beslag- en executierecht. Art. 3:277 lid 1 BW. Art. 480 e.v. Rv. Afzien door schuldeiser van meedelen in executie-opbrengst. Volgt uit art. 480 e.v. Rv dat schuldeiser daarvoor instemming van schuldenaar behoeft? Proceskostenveroordeling indien vernietiging van in ho
Peeters/Gatzen-vordering; aansprakelijkheid extern insolventie-adviseur; gezamenlijkheid van schuldeisers;
Aansprakelijkheidsrecht. Executie- en beslagrecht. Aansprakelijkheid voor conservatoire en executoriale beslagen voor vorderingen die deels ongegrond blijken. Grond om terug te komen van HR 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2841, en HR 5 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL7059? Leve
Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Zijn schulden die voortvloeien uit bestuursrechtelijke lasten die aan de curator zijn opgelegd wegens de niet-naleving van milieuwetgeving, aan te merken als boedelschulden, verifieerbare concurrente faillissementsschulde
Bestuurdersaansprakelijkheid. Medewerking bestuurder aan totstandkoming en uitvoering dividendbesluit in het kader van een overname. Vorderingen curator jegens (indirect) bestuurder, primair op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur, subsidiair op grond van onrechtmatige daad.
Aanvaarding van de stelling van eiser tot verificatie zou er toe leiden dat het object van het voorrecht van de werknemer ex artikel 3:288 sub e BW ingevolge de 403-verklaring zou worden uitgebreid met het vermogen van moedervennootschap. Nu evenwel uit de tekst van artikel 2:40
-