Waardeloos verklaren hypothecaire inschrijving.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:274 BW
Genoemd in 73 uitspraken · Officiële wettekst
73 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Kort geding. Proces-verbaal van mondelinge uitspraak op grond van artikel 29a Rv. Waardeloos verklaring hypothecaire inschrijving, hypotheekverstrekker is ontbonden vennootschap.
Artikel 3:29 BW: verklaring van waardeloosheid van inschrijving hypotheekrecht in de openbare registers van het Kadaster, eiser niet ontvankelijk jegens ontbonden vennootschap, maar wel zelfstandig belanghebbende, niet ontvankelijkheid, kracht van gewijsde, belang bij machtigen b
Waardeloos verklaring inschrijving hypotheek.
Kort geding. Royementsverklaring hypotheek afgewezen, omdat onvoldoende duidelijk is dat de lening volledig is afgelost. Opheffen beslag afgewezen, ondanks dat de vordering waarvoor beslag is gelegd in de bodemprocedure is afgewezen.
Waardeloosverklaring hypothecaire inschrijving als bedoeld in artikel 3:274 lid 1 BW en artikel 3:29 BW toegewezen. Niet-ontvankelijk voor zover de vordering is gericht aan de ontbonden en vereffende vennootschap. Sprake van onmiddellijk belanghebbende in de zin van artikel 3:29
Kort geding. Waardeloos verklaren hypothecaire inschrijving. Eisers niet-ontvankelijk, niet bestaande rechtspersoon kan geen partij zijn in procedure. Eisers wel onmiddellijk belanghebbenden idzv 3:29 lid 1 BW. Ook machtiging bewaarder tot doorhalen.
Waardeloosverklaring hypotheekrecht.
Waardeloos verklaring hypotheek ogv 3:29 BW. Hypotheek afgesloten in 1985, hypotheekhouder onvindbaar. Levering wordt belemmerd. Verstek
Bevoegdheidsincident in een door de curator gestarte hoofdzaak die ertoe strekt om een veroordeling te krijgen van de buitenlandse gedaagde, die tweede hypotheekhouder is, om een hypothecaire inschrijving op een tweetal percelen in een Nederlandse gemeente die eigendom zijn van d
civiel recht, waardeloos verklaren hypotheekrecht.
Vordering nakoming overeenkomst zonneparken; beëindigingsovereenkomst; dwaling; afwijzing conventie; toewijzing reconventie.
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2016:3752. Vordering verklaring voor recht dat Bank heeft toegezegd algeheel royement te verlenen voor hypothecaire inschrijving en bevel dit royement ook uit voeren. Nu er nog een door de hypotheek gezekerde schuld openstaat, is er geen grond voor royemen
Vastgoedovereenkomst. Zowel voor de tekortkoming als voor het causaal verband met de schade zijn onvoldoende concrete feiten gesteld om de vordering te kunnen dragen.
Volmacht. Heeft de notaris binnen de grenzen van de aan hem verleende volmacht de betreffende rechtshandelingen verricht. Bewijswaardering
Kort geding: art. 3:274 lid 1 BW, vordering tot medewerking aan doorhaling van hypotheekakte. Niet aannemelijk gemaakt dat hypotheekrecht teniet is gegaan. Lening waarvoor recht het van hypotheek is gevestigd is slechts ten dele afgelost.
Derdenbeslag, verklaringsprocedure. Is vordering van eenmanszaak op echtgenote overgegaan op BV waarin deze eenmanszaak is ingebracht?
Verklaringsprocedure. Stelplicht en bewijslast. Beslaglegger betwist primair dat derde-beslagene een verklaring in de zin van art. 476a Rv heeft afgelegd, subsidiair wordt de inhoud van die verklaring betwist. Derde-beslagene heeft rechtsgeldig een verklaring in die zin van art.
Goederenrecht. Bankhypotheek; executoriale verkoop scheepswerf door hypotheekhouder; verbod uitoefening retentierecht. (81 RO).
Weigering curatoren om medewerking te verlenen aan royement van een hypotheekrecht. Uitleg van verklaring (gedaan namens) failliet. Geen sprake van afstand van hypotheekrecht, omdat niet is voldaan aan de door de wet daaraan gestelde eisen, maar wel sprake van opzegging van hypot
Het beroep op artikel 3:36 BW reeds niet omdat [appellant sub 1] niet heeft gesteld, althans toegelicht, dat zij op enig moment (bij het aangaan van de financieringsovereenkomst met Rabobank Betuwe) op basis van enig door de Rabobanken opgewekt vertrouwen inzake het lot van de ba
Voor het uitoefenen van een (rechtsgeldig) retentierecht is ingevolge artikel 3:290 BW in de eerste plaats vereist dat de retentor direct of indirect de (naar verkeersopvattingen, wet en uiterlijke omstandigheden te beoordelen) feitelijke macht over de zaak uitoefent. Naar het vo
Uitleg (financierings)overeenkomst. De geldschieter kan zich door een bepaald besluit te nemen en uit te voeren in een positie van verrekening brengen. Dit was voorzien in de overeenkomst. Eenmaal in die positie zou een tot zekerheid door (de bestuurders van) de geldlener verstre