afwijzing verzoek tot verlof conservatoir beslag tot levering onroerende zaken. Onvoldoende aannemelijk dat sprake is van een mondelinge koopovereenkomst. Onduidelijk wie verkopende partij is. Onvoldoende belang bij beslag. Het beslag staat niet aan overdracht aan veilingkopers i
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:273 BW
Genoemd in 34 uitspraken · Officiële wettekst
34 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Opheffing executoriaal beslag op een woning na verkoop en levering van die woning zonder doorhaling van beslag als gevolg van fouten van deurwaarder en notaris.
Executoriale verkoop van scheepscasco’s uit hoofde van subrogatie door schuldeiser die tevens pandhouder is. Vordering tot vaststelling van verdeling executie-opbrengst tussen executant en andere schuldeiser, art. 486 lid 1 Rv. Beperkt gerechtigde wiens recht door executie teniet
Vraag in kort geding of beslagrecht wordt misbruikt door niet mee te werken aan vrijwillige verkoop door hypotheekhouder namens de eigenaar. Hof acht misbruik niet aannemelijk geworden.
Onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW toegewezen. Goedkeuringsverklaring ex art. 3:270 lid 3 BW aangehouden omdat thans onvoldoende vast staat of alle vorderingen die de bank op belanghebbenden stelt te hebben door de eerste hypotheek zijn verzekerd.
Afwikkeling rangregeling
Rententierecht op onroerende zaken zoals schepen is in beginsel mogelijk, mits de retentor op ook voor derden voldoende kenbare wijze de feitelijke macht over het schip uitoefent. Nu het schip in de macht van de eigenaar van het schip is gekomen, is het retentierecht op grond van
Verbod aan gedaagde om gebruik te maken van een door eiser gegeven onherroepelijke volmacht tot verkoop, nu de door eiser verstrekte volmacht niet ziet op een transactie die voorzienbaar leidt tot een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van eiser.
De centrale vraag die hier beantwoord moet worden is of de notaris onrechtmatig heeft gehandeld jegens de Rabobank (een beroepsfout heeft gemaakt) door het restantbedrag dat op zijn kwaliteitsrekening stond en dat niet meer uitgekeerd hoefde te worden aan enig schuldeiser op gron