Conservatoir beslag op registergoed gevolgd door eis in de hoofdzaak; verval van het beslag doordat in hoger beroep nog slechts een declaratoir wordt gevorderd?; verdeling na executie door hypotheekhouder (art. 3:270 BW); rangregeling en renvooiprocedure; inmiddels verjaarde vord
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:271 BW
Genoemd in 29 uitspraken · Officiële wettekst
29 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Gerechtelijke rangregeling 3:271 lid 1 BW; bevelschrift 485 Rv.
artikel 3:271 lid 1 BW en artikel 3:29 lid 1 BW. Een verzoek aan de handelsrechter om de gevestigde hypotheekrechten waardeloos te verklaren. In beginsel dient een dergelijk verzoek bij dagvaarding te worden aangebracht en dient er een 'spoorwissel' toegepast te worden. Dat is ec
Tussenbeschikking. Verzoek tot benoemen rechter-commissaris voor het vaststellen van een rechterlijke rangregeling ex art. 3:271 BW en artikel 552 Rv. Voorgenomen beslissing om verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, omdat verzoeker geen belanghebbende is als be
Hoger beroep van ECLI:NL:RBOVE:2021:4855; na ondershandse executoriale verkoop door en uitbetaling aan eerste hypotheekhouder geschilpunten rond gerechtelijke rangregeling met tweede hypotheekhouder en faillissementscurator van de schuldenaar; ontvankelijkheid van tweede hypothee
Parate executie door (eerste) hypotheekhouder. Vordering tot betaling van restantvordering bestaande uit boeterente. Matiging van boete op grond van art. 6:248 lid 2 c.q. 6:94 BW. Verhouding tot rangregeling ex art. 3:271 lid 1 BW. Bepaalbaarheid cessieakte.
Kort geding. Hypothecaire leningen. Zakelijke lening en woninglening. Cross-defaultbepaling. Indien er problemen zijn met de ene lening, mag de Bank ook de andere lening beëindigen. De eerste rechter heeft terecht de vorderingen van de leningdebiteuren, gericht op voortzetting va
Erfrecht. Moeten vorderingen van de dochter aan te merken als schulden van de nalatenschap van erflater. Hof gelast comparitie van partijen.
Geschil over verdeling en uitkering van opbrengst onderhandse verkoop verhypothekeerd goed. Positie eerste hypotheekhouder jegens koper en overige hypotheekhouders. Vordering van overige hypotheekhouders jegens behandelend notaris tot uitkering overeenkomstig artikel 3:271 lid 2
Aanspraak op executieopbrengst bank. Geen doeloverschrijding. De aanspraak op de executieopbrengst van het bedrijfspand is niet teniet gegaan als gevolg van nietigheid wegens doeloverschrijding of als gevolg van het ontbreken van toestemming ex artikel 1:88 BW.
Erflater en dochter hebben tijdens leven erflater allerhande constructies opgezet om vermogen veilig te stellen. Tweede echtgenote wordt thans aangesproken door dochter, haar echtgenoot en de kleinkinderen van erflater.
Verzoek benoeming rechter-commissaris ten overstaan van wie de verdeling van de opbrengst zal plaatsvinden (rangregeling) ex art. 3:271 lid 1 BW omdat eigenaar/curator de vordering van de executerende hypotheekhouder betwist. Deze rechtsingang staat ook open als er geen andere sc
De centrale vraag die hier beantwoord moet worden is of de notaris onrechtmatig heeft gehandeld jegens de Rabobank (een beroepsfout heeft gemaakt) door het restantbedrag dat op zijn kwaliteitsrekening stond en dat niet meer uitgekeerd hoefde te worden aan enig schuldeiser op gron