Aansprakelijkheid notaris na executoriale verkoop woning. Afgifte stukken.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:270 BW
Genoemd in 68 uitspraken · Officiële wettekst
68 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
In deze zaak gaat het om de neergang van een al vijftig jaar door een vader (later met zijn zoon en nog weer later door de zoon alleen) geëxploiteerd grondverzet bedrijf. De onderneming werd gevoerd aanvankelijk als eenmanszaak, later als vennootschap onder firma en sinds de jare
Eiser vordert deel overwaarde verkocht woning. Notaris heeft overwaarde verkochte woning na faillissement stichting in depot. Uitkering volgt na overeenstemming tussen schuldeisers of op basis van rangregeling. Vordering afgewezen.
Kort geding. Vordering op grond van artikel 3:270, lid 4 BW. Nu zowel eiser (beslaglegger) als de hypotheekhouder beiden gemotiveerd aanspraak maken op (een deel van) de executie opbrengst en niet op voorhand kan worden gezegd dat de stellingen van eiser geen enkele kans van slag
art. 3:264 lid 6 BW / Eerder door bank verzwegen uitkering van overlijdensrisicoverzekeraar telt wel degelijk mee / Uitgaan van taxatie van eigen makelaar bank t.a.v. executiewaarde in verhuurde staat (huidige huur) en van uitkering uit polis / Voldoende opbrengst als bedoeld in
Verzoek om goedkeuring verklaring ex art. 3:270 lid 3 BW afgewezen. Niet summierlijk gebleken van juistheid verklaring. Aanleiding voor vermoeden oogmerk andere schuldeisers te benadelen.
Uitbetaling overwaarde van de woning aan de beslaglegger is niet onrechtmatig of een tekortkoming van de notaris. Uit de zorgplicht van de notaris vloeit mede voort ervoor te zorgen dat de koper de woning vrij van hypotheken en beslagen verwerft.
Renvooizaak. Vordering tot verificatie. Hypothecaire geldlening bestaat en wordt erkend. Geen buitengerechtelijke vernietiging hypotheekrecht. Hypotheekverstrekking betrof geen onverplichte rechtshandeling in de zin van artikel art. 3:45 lid 1 BW. Ook ontbreekt wetenschap van sch
Kort geding. Hypothecaire leningen. Zakelijke lening en woninglening. Cross-defaultbepaling. Indien er problemen zijn met de ene lening, mag de Bank ook de andere lening beëindigen. De eerste rechter heeft terecht de vorderingen van de leningdebiteuren, gericht op voortzetting va
termijnstelling en opeising door de curator, ten nadele van de bank/hypotheekhouder. (boedel)vordering op grond van onrechtmatige daad/misbruik van bevoegdheid van de bank jegens de curator.
Verzoek ex artikel 3:270 lid 3 BW. De notaris en de bank zijn op het verzoek gehoord. Gebleken is dat de bank kosten heeft geboekt onder de achterstand. Dit zou staande praktijk zijn. Dat is echter niet zuiver en overzichtelijk.
Verzet. Overheidsaansprakelijkheid. Is de Staat aansprakelijk op grond van artikel 3:270 lid 6 BW voor het handelen van de notaris bij de executoriale verkoop van een woning? Daarnaast vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst op grond van artikel 3:44 BW. Beroep op verj
Geschil over verdeling en uitkering van opbrengst onderhandse verkoop verhypothekeerd goed. Positie eerste hypotheekhouder jegens koper en overige hypotheekhouders. Vordering van overige hypotheekhouders jegens behandelend notaris tot uitkering overeenkomstig artikel 3:271 lid 2
executieverkoop. koopsom niet in handen van notaris. verrekening koopsom na cessie
Geen sprake van misbruik van bevoegdheid door gedaagden, omdat zij geen afstand willen doen van hun hypotheekrechten en zich het recht voorbehouden gebruik te maken van het recht van parate executie ex artikel 3:268 lid 1 BW.
Beslissing op verzoek ex artikel 3:270 lid 4 BW. Voorzieningenrechter bepaalt dat de netto-executieopbrengst niet mag worden uitgekeerd aan de eerste hypotheekhouder.
Aanspraak op executieopbrengst bank. Geen doeloverschrijding. De aanspraak op de executieopbrengst van het bedrijfspand is niet teniet gegaan als gevolg van nietigheid wegens doeloverschrijding of als gevolg van het ontbreken van toestemming ex artikel 1:88 BW.
KG staking executie, art. 3:268 en 3:270 BW, voor rechtsgeldige hypothecaire executie niet vereist dat hoogte vordering bank vastligt in een vonnis of arrest.
Uitspraak na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2013:BZ4072). Er is geen sprake van strijd met een wettelijke bepaling dan wel met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur op grond waarvan de verleggingsregeling van artikel 24ba, lid 1, letter d, Uitv. Besluit OB niet
De voorzieningenrechter heeft de onderhandse koopovereenkomsten van kantoorpanden van Eurcommerce goedgekeurd.
Begrip genothebbende als bedoeld in art. 24 Wet WOZ. Beschikking WOZ en aanslag WOZ opgelegd aan executoriaal verkopende bank. Nu de woning op 1 januari 2009 al wel executoriaal was verkocht, maar nog niet geleverd, was mevrouw A daarvan nog de eigenaar en daarmee genothebbende e
Heeft notaris toestemming van de rechthebbenden gekregen voor het doen van een betaling vanaf de rekening waarop de executieopbrengst na veiling van een onroerende zaak was gestort?
Recht van parate executie, verlof tot onderhandse verkoop, executeitraject nog niet voltooid, zie rov 3.3 t/m 3.9.
Beslagrecht, faillissement; art. 33 F. Valt (restant)executieopbrengst in de boedel indien gelden ten tijde van faillietverklaring geëxecuteerde nog onder de notaris zijn? Het ligt in het verlengde van HR 25 januari 2008, LJN BB8653, NJ 2008/66 en strookt ook met doel executie, o
Onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW toegewezen. Goedkeuringsverklaring ex art. 3:270 lid 3 BW aangehouden omdat thans onvoldoende vast staat of alle vorderingen die de bank op belanghebbenden stelt te hebben door de eerste hypotheek zijn verzekerd.