Klacht tegen een (oud-)notaris. Klaagster verwijt de notaris - in de kern - het volgende: 1. de notaris heeft klaagster niet gekend in of op de hoogte gesteld van de door koper uitgebrachte dagvaarding en het vonnis van de rechtbank. Er heeft dan ook geen hoor en wederhoor inzake
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:270 BW
Genoemd in 68 uitspraken · Officiële wettekst
68 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Hoger beroep van ECLI:NL:RBOVE:2021:4855; na ondershandse executoriale verkoop door en uitbetaling aan eerste hypotheekhouder geschilpunten rond gerechtelijke rangregeling met tweede hypotheekhouder en faillissementscurator van de schuldenaar; ontvankelijkheid van tweede hypothee
Kort geding. Vordering op grond van artikel 3:270, lid 4 BW. Nu zowel eiser (beslaglegger) als de hypotheekhouder beiden gemotiveerd aanspraak maken op (een deel van) de executie opbrengst en niet op voorhand kan worden gezegd dat de stellingen van eiser geen enkele kans van slag
Verzoek ex artikel 3:270 lid 3 BW. De notaris en de bank zijn op het verzoek gehoord. Gebleken is dat de bank kosten heeft geboekt onder de achterstand. Dit zou staande praktijk zijn. Dat is echter niet zuiver en overzichtelijk.
executieverkoop. koopsom niet in handen van notaris. verrekening koopsom na cessie
Beslissing op verzoek ex artikel 3:270 lid 4 BW. Voorzieningenrechter bepaalt dat de netto-executieopbrengst niet mag worden uitgekeerd aan de eerste hypotheekhouder.
KG staking executie, art. 3:268 en 3:270 BW, voor rechtsgeldige hypothecaire executie niet vereist dat hoogte vordering bank vastligt in een vonnis of arrest.