Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art. 6:162 BW; art. 6:98 BW). Exploitant als bedoeld in art. 6:177 lid 2 BW. Aansprakel
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:27 BW
Genoemd in 64 uitspraken · Officiële wettekst
64 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Beslagrecht, goederenrecht, derdenbescherming (art. 3:36 BW). Doorhaling hypotheekrecht in registers; rechtsgeldige afstand van hypotheekrecht? Wordt beslaglegger beschermd tegen gewekte schijn van afstand? Nadeelvereiste? Reikwijdte van de bescherming van art. 3:36 BW; aard van
Faillissementsrecht. Antilliaanse zaak. Pauliana ex art. 38 Fb Sint Maarten (art. 42 Fw). Samenstel van rechtshandelingen. Benadeling. Wetenschap van benadeling.
Goederenrecht. Procesrecht. Niet-inschrijving cassatieberoep in rechtsmiddelenregister (art. 3:29 lid 3 BW). Herstel mogelijk? Ratio inschrijvingsvoorschrift. Onverbrekelijk samenhangend oordeel dat deelt in niet-ontvankelijkheid?
Beslagrecht, goederenrecht, derdenbescherming (art. 3:36 BW). Doorhaling hypotheekrecht in registers; rechtsgeldige afstand van hypotheekrecht? Wordt beslaglegger beschermd tegen gewekte schijn van afstand? Nadeelvereiste? Reikwijdte van de bescherming van art. 3:36 BW; aard van
Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale aanduiding in dit verband.
Proces- en goederenrecht. Toewijzing van verklaring voor recht dat hypotheekrechten als gevolg van art. 3:45 BW nietig zijn. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de verplichting om een hoger beroep tegen een vonnis met een verklaring van waardeloosheid van een
Waardeloosverklaring van inschrijving in de openbare registers. Niet-ontvankelijkheid vanwege niet tijdige inschrijving in het rechtsmiddelenregister? Art. 3:39 lid 3 BW. Samenhang met rechtspraak met betrekking tot art. 3:301 lid 2 BW.
Verklaring voor recht dat de geïntimeerden eigenaars zijn van onroerende zaak met bepaling dat het vonnis kan worden ingeschreven. Dit is niet de verklaring van art. 3:27 BW maar die van art. 3:202 BW, zodat de appeldagvaarding niet behoefde te worden ingeschreven in het register
Verzoening van partijen na scheiding van tafel en bed?; art. 1:176 BW (oud); omstandigheden van het geval; samenwonen van partijen is niet doorslaggevend. Gevolgen voor het bezwaren en vervreemden van onroerende goederen.
Personen- en familierecht. Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullende conclusie na ECLI:NL:PHR:2025:428. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. uitblijven aantekening in rechtsmiddelenregister (art. 3:301 lid 2 BW in verbinding met art. 433 Rv), hoewel tij
Kort geding. Executiegeschil. Verzet Opheffing executoriaal beslag. Maatstaf en grieven. Executoriaal beslag voor schuld van man op woning die op naam staat van vrouw. Elke gemeenschap van goederen uitgesloten bij huwelijkse voorwaarden. Verzet vrouw tegen beslag. Geen processuel
Ontvankelijkheidsgronden afgewezen. Eiswijziging tijdens pleidooi.
Executiekwestie; afstand hypotheekrecht? Latere beslaglegger kan zich met succes beroepen op artikel 3:36 BW; invloed faillissement van beslagene, artikel 505 Rv
Ooms c.s. hebben vervolgens bij de rechtbank een procedure tegen de Gemeente aangespannen, waarin zij zich primair op het standpunt hebben gesteld dat zij (en hun rechtsvoorgangers) vanaf 1972 , derhalve meer dan twintig jaar, bezitter van de tuinen op de wallenkant zijn zodat de
Art. 3:27 BW Gebruiker van een perceel grond vordert een verklaring voor recht dat hij in 2009 door verjaring de eigendom van dat perceel heeft gekregen. Vordering wordt afgewezen want geen inbezitneming en bovendien alleen houderschap. Veroordeling tot ontruiming. Gemeente Heusd
Oude boedel Yatu Baku & Omgeving Washikemba. Eindbeschikking. Machtiging verkoop ex art. 3:174 BW dan wel toekenning in eigendom aan de overheid.
Beroep op gezag van gewijsde faalt.
Eigenaar onbekend, gelegenheid om aktes te nemen.
inschrijven in register conform artikel 3:27 lid
Door een ruilverkaveling zijn erfdienstbaarheden vervallen. De rechtbank oordeelde dat deze erfdienstbaarheden door verkrijgende verjaring opnieuw zijn ontstaan, omdat geïntimeerden (en hun rechtsvoorgangers) tenminste tien jaar bezitter te goeder trouw zijn. Het hof komt tot het
Procesrecht 3:27 lid 2 BW; goederenrecht; beroep op bezit en verkrijgende verjaring; bewijsopdracht
Art. 3:27 BW, rechterlijke verklaring dat door verkrijgende verjaring een eigendomsrecht is verkregen, tegendeelbewijs, inbezitneming, art. 3:113 lid 2 BW, machtsuitoefeningen, vestiging opstalrecht bij notariële akte, arrest gemeente Heusden, beschikkingsonbevoegdheid niet gehee
Hangt samen met zaaknummer SXM202300740; beschikkingsonbevoegd; nietigverklaring levering art. 3:39 BW; art. 3:27 BW.
Geen onrechtmatige daad. Verkrijging eigendom stuk grond door verjaring. Medewerking inschrijven registerverklaring van verjaring ex artikel 34 jo 37 Kadasterwet.