Erfrecht, benoeming vereffenaar, rechtsmacht Nederlandse rechter, Duits recht van toepassing, artikel 33 Erfrechtverordening.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:268 BW
Genoemd in 496 uitspraken · Officiële wettekst
496 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Kort geding, executiegeschil, hypotheekrecht Geschil tussen twee broers. De ene broer heeft van de andere ruim tien jaar geleden een bedrag geleend en ten gunste van de broer van wie hij het geld leende een recht van hypotheek gevestigd op zijn woning. Vast staat dat het volledig
Herroeping vanwege bedrog en/of het achterhouden van stukken van beslissende aard (artikel 382 Rv). Zijn er feiten verzwegen die tot een voor de wederpartij gunstige afloop hadden kunnen leiden?
Vordering tot schorsing van executie door hypotheekhouder. Art. 3:13 BW. Betalingsregeling overeengekomen? Moest hypotheekhouder eerst haar pandrecht op de levensverzekering van haar debiteur uitwinnen?
Gezag van gewijsde. Geschil tussen ex-echtelieden over draagplicht voor schuld als gevolg van debetstand op een bankrekening. Hoever reikt de bindende kracht van de oordelen van een in kracht van gewijsde gegaan eerder arrest van het Gerechtshof?
Schending boetebeding in koopovereenkomsten door (door)verkoop van appartementen vóór de feitelijke oplevering ter bewoning van de resp. appartementen; belangen van de verkoper; geen grond voor matiging van de verbeurde boetes ex art 6:94 BW.
Bancaire zorgplicht. Wat geldt tussen partijen met betrekking tot de aanwending van verkoopopbrengsten van vastgoedobjecten waarop de bank een (bank)hypotheek heeft en het eindigen/doorhalen van die (bank)hypotheek? Is de bank aansprakelijk wegens een blokkade van de verkoopopbre
Executiegeschil, Covid-19, Misbruik van bevoegdheid.
Opheffing eigen beslag.
Verrekening tijdens noodregeling. Gedeeltelijk verbod aan Girobank tot uitwinning hypotheekrecht.
Kort geding, executiegeschil, geen misbruik van bevoegdheid bank om tot executie over te gaan.
Geen schending door eiseres van haar verplichtingen als bedoeld in art. 21 Rv en art. 111 Rv. Afwijzen vordering van eiseres in kort geding. Gedaagde, de hypotheekhouder, is ex artikel 3:268 BW bevoegd tot executieverkoop van de woning van eiseres.
Art.6:80 aanhef en onder a BW. Ontbinding koop onroerend goed voorafgaand aan de levering. Onder de gegeven omstandigheden was de conclusie gerechtvaardigd dat deugdelijke nakoming onmogelijk was geworden, omdat de bank een openbare veilig had aangekondigd en het huurbeding had a
Executiegeschil. Hypotheek. Geen sprake van misbruik van bevoegheid nadat bank terecht gebruik heeft gemaakt van haar recht van parate executie van artikel 3:268 lid 1 BW. De gevraagde voorzieningen in kort geding worden afgewezen.
KG. Rechtsgeldige cessie bank aan niet bank. (Vgl. ECLI:NL:HR:2020:1274 en 1276). Misbruik van procesrecht door zonder nieuwe feiten en argumenten dezelfde vordering aan voorzieningenrechter voor te leggen die al (ook in hoger beroep) was afgewezen.
Onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW ; geen doorbreking rechtsmiddelenverbod ; gestelde betalingsafspraak is niet nagekomen; niet-ontvankelijk
Faillissementsrecht. Termijnstelling door curator op grond van artikel 58 Fw. Hoger beroep tegen beslissing rechter-commissaris verworpen.
Kort geding. Geen verbod op executoriale verkoop van percelen. Bank heeft ogv art. 3:268 BW het recht van parate executie. Redelijke termijn voor realiseren onderhandse verkoop verstreken. Niet onrechtmatig veiling door te zetten. Geen misbruik van recht.
Executiegeschil; geen misbruik van bevoegdheid bank.
Artikel 1 lid 1 Fw Artikel 2 lid 4 Fw Bekrachtiging uitgesproken faillissement. Vorderingsrecht. Pluraliteit van schuldeisers. Toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Verzoekschrift als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW. Inhoudsindicatie: Geen gunstiger bod tijdig voorgelegd.
Executieverkoper schendt haar mededelingsplicht door in de veilingadvertentie te zwijgen over de haar bekende recente ontmanteling van een hennepkwekerij in de te verkopen woning. Vordering tot vergoeding van geleden nadeel (6:230 BW) toewijsbaar.
Acceptatie compensatievoorstel curatoren DSB Bank. Geen bevoegdheid woning executoriaal te verkopen. Uitlaten over omvang schade.
vordering concern tegen bank tot medewerking aan royement hypotheekrechten afgewezen. geen plicht tot verlenging looptijd leningen. reconv vordering tot dulden executie afgewezen.
Verstek. Reëele executie door hypotheekhouder. Terugkoopverplichting van woningstichting op grond van Koopgarantbepalingen. Terugkoopverplichting tezamen met de prijsbepaling in de Koopgarantbepalingen door een vaste formule is voldoende duidelijk om als prijs in notariële akte t