Verzoek onderhandse verkoop – doorbreking appelverbod.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:268 BW
Genoemd in 496 uitspraken · Officiële wettekst
496 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Herroeping vanwege bedrog en/of het achterhouden van stukken van beslissende aard (artikel 382 Rv). Zijn er feiten verzwegen die tot een voor de wederpartij gunstige afloop hadden kunnen leiden?
Vordering tot schorsing van executie door hypotheekhouder. Art. 3:13 BW. Betalingsregeling overeengekomen? Moest hypotheekhouder eerst haar pandrecht op de levensverzekering van haar debiteur uitwinnen?
Kort geding, executiegeschil, geen misbruik van bevoegdheid bank om tot executie over te gaan.
Art.6:80 aanhef en onder a BW. Ontbinding koop onroerend goed voorafgaand aan de levering. Onder de gegeven omstandigheden was de conclusie gerechtvaardigd dat deugdelijke nakoming onmogelijk was geworden, omdat de bank een openbare veilig had aangekondigd en het huurbeding had a
KG. Rechtsgeldige cessie bank aan niet bank. (Vgl. ECLI:NL:HR:2020:1274 en 1276). Misbruik van procesrecht door zonder nieuwe feiten en argumenten dezelfde vordering aan voorzieningenrechter voor te leggen die al (ook in hoger beroep) was afgewezen.
Onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW ; geen doorbreking rechtsmiddelenverbod ; gestelde betalingsafspraak is niet nagekomen; niet-ontvankelijk
Kort geding. Geen verbod op executoriale verkoop van percelen. Bank heeft ogv art. 3:268 BW het recht van parate executie. Redelijke termijn voor realiseren onderhandse verkoop verstreken. Niet onrechtmatig veiling door te zetten. Geen misbruik van recht.
Verzoekschrift als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 BW. Inhoudsindicatie: Geen gunstiger bod tijdig voorgelegd.
Artikel 1 lid 1 Fw Artikel 2 lid 4 Fw Bekrachtiging uitgesproken faillissement. Vorderingsrecht. Pluraliteit van schuldeisers. Toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Executieverkoper schendt haar mededelingsplicht door in de veilingadvertentie te zwijgen over de haar bekende recente ontmanteling van een hennepkwekerij in de te verkopen woning. Vordering tot vergoeding van geleden nadeel (6:230 BW) toewijsbaar.
Verzoek tot ongeldig verklaren van veilingkoop. Schuldeiser bevoegd om erfpachtrechten in het openbaar te veilen. Betrokkenen hebben geen overeenstemming over het uitstel bereikt en eisers hebben ook geen behoorlijk aanbod ter zake van hun schuld aan de schuldeiser gedaan.
De bank mocht een zakelijke lening opzeggen na echtscheiding van een ondernemersechtpaar en bedrijfsbeëindiging. Het was onzorgvuldig van de bank om daarna alleen met de man te communiceren, maar de vrouw legt niet voldoende uit dat haar situatie anders was geweest als de bank de
Kort geding. De vordering tot opheffing van het executoriaal beslag wordt afgewezen. Geen sprake van misbruik van executiebevoegdheid.
Executiegeschil. Het gevorderde dat ertoe strekt om RNHB te verbieden om tot onderhandse verkoop van het pand over te gaan, althans haar te verbieden over te gaan tot parate executie van haar recht van hypotheek ten aanzien van het pand en RNHB te verbieden enige executiemaatrege
Kort geding. Verhaalsbeslag op onroerende zaken. Opheffing op grond van misbruik van bevoegdheid
Burgerlijk recht. Beschikking goedkeuring onderhandse executie hypotheekrecht. Verklaring voor recht dat de hypotheekgevers na levering aan de koper tot ontruiming worden genoodzaakt zoals bedoeld in art. 525 lid 3 Rv.
Onderhandse verkoop goedgekeurd, behoudens verklaring voor recht tav artikel 525 lid 3 Rv. Onderhandse verkoop betreft executieverkoop en impliceert recht verkoper de ontruiming af te dwingen. Subsidiair verzochte veroordeling tot ontruiming afgewezen.
Kort geding, ministerieplicht notaris, artikel 21 Wna, Novitaris-arrest.
huurbeding. Bank heeft belang bij ontruiming huurders vóór afloop termijn van onderhandse biedingen.
Machtiging onderhandse verkoop afgewezen. Redenen: -het taxatierapport opgesteld in opdracht van hupotheekgeefster is wijfelachtig -de koopovereenkomst voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen -het bod is lager dan de omvang van de gestelde zekerheid
onrechtmatige daad door koop woning van executerende hypotheekhouder?
Verzoek goedkeuring onderhandse verkoop en ontruiming toegewezen (artikel 3:268 lid 2 BW). Verklaring voor recht dat de hypotheekgever op grond van de te wijzen beschikking tot ontruiming wordt genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv afgewezen.
Onderhandse verkoop, 3:268 BW, ontruiming, 525 lid 3 Rv Verzoek tot goedkeuring onderhandse verkoop 3:268 BW wordt toegewezen. De voorzieningenrechter overweegt verder dat de beschikking op één lijn kan worden gesteld met het proces-verbaal als bedoeld in 525 lid 3 Rv en de hypot
Onderhandse verkoop. Verklaring voor recht dat hypotheekgegevens op grond van de beschikking worden genoodzaakt tot ontruiming als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv.