Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:253 BW
Genoemd in 31 uitspraken · Officiële wettekst
31 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Faillissementsrecht. Pandrecht. Verkoop van aan de bank verpande winkelvoorraad met toestemming van de bank tegen pinbetalingen. M.b.t. die betalingen uitzondering op het verrekeningsverbod voor de bank van art. 54 lid 1 Fw? Toepassing van o.m. de arresten Mulder q.q./CLBN, Van G
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Het gaat in deze zaak om de vraag of Rabobank in de periode vanaf 18 maart 2015 tot en met 8 april 2015 op de door Rabobank ontvangen pinbetalingen verband houdende met de aan haar verpande winkelvoorraad met voorrang mag verhalen doordat zij haar vordering op Geddes Retail heeft
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Vordering uit hoofde van een rekening-courantverhouding . De vordering wordt betwist op de grond dat de schuldenaar een dividendvordering op de schuldeiser heeft die zij kan verrekenen. En dat aan de schuldenaar een beroep toekomt op een pandrecht dat aan inning van de rekening-c
Pandrechten. Is de bestendige handelsrelatie een rechtsverhouding als bedoeld in artikel 3:239 lid 1 BW waaruit vorderingen rechtstreeks worden verkregen? Pandrecht op handelsnaam en klantcontracten?
Faillissementsrecht. Bodemvoorrecht fiscus. Uitoefening van dat recht door curator ex art. 57 lid 3 tweede zin Fw. Betekenis afdracht restant executieopbrengst door pandhouder.
Uitverkoop van elektronicawinkel door bank en leverancier. Vraag of leverancier, die eigendomsvoorbehoud heeft, samen met bank pandhouder is bevestigend beantwoord (uitleg gezamenlijke pandakte). Verzuim aanwezig geacht wegens bedrijfsbeëindiging. Pandrecht rust op eigendom onde
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op auto onder klaagster t.z.v. ontnemingsprocedure tegen ex-vriend klaagster, waarna auto op last van pandhouder executoriaal is verkocht, executieoverschot is overgemaakt op bankrekening OM en OM dit bedrag, zonder ex art. 116.3 Sv mededeling te doe
Rangregeling. Voorstel staat van verdeling. Pandgever verleent eerste pandrecht op vorderingen die zij op debiteuren heeft of zal krijgen aan ABN-AMRO Bank. Daarna is een tweede pandrecht verleend aan verzoeker, eveneens op vorderingen van de pandgever op derden. Pandgever gaat d
Faillissementspauliana (artikel 42 Fw). Overdracht van een aan de bank verpande tractor aan een andere schuldeiser. Is faillissementspauliana wel bedoeld voor de situatie waarin enkel de bank als separatist benadeeld zou kunnen zijn?
Contradictoir. Uitleg over rechtsgeldigheid derdenpandrecht en beantwoording van de vraag of derdenpandrecht is uitgewonnen
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7575, NJ 2004/618 (Bannenberg). Verhaal door pandhouder voor ten tijde van faillietverklaring toekomstig vorderingen. Art. 483e Rv. Rechtsverhouding waaruit regresvord
Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Verrekening door pandhouder van verkoopoverschot met vorderingen uit achtergestelde leningen; waren leningen achtergesteld ? Was verrekening toelaatbaar ?
Tot stand gekomen pandrecht op vorderingen die voortvloeien uit ten tijde van de pandakte nog niet bestaande rechtsverhouding? Betaling in het kader van een overwaardearrangement? 3:239 BW, 3:253 lid 1 BW De rechtbank is van oordeel dat in dit geval noch krachtens de pandakte, no
Pandrecht / faillissementsrecht. Pandhouder van een vordering handelt niet onrechtmatig jegens de debiteur van de verpande vordering door te incasseren ook nadat de hoofdvordering is voldaan. De rechtbank laat de bank toe tot het bewijs dat de curator wist van de afspraken over d