Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:251 BW
Genoemd in 135 uitspraken · Officiële wettekst
135 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Faillissement (art. 57 F.); verleggingsregeling als bedoeld in art. 12 lid 4 Wet op de omzetbelasting 1968 jo. art. 24ba lid 1, aanhef en onder d, Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968; Richtlijn 2006/112/EG. Onderhandse verkoop door curator krachtens overeenstemming met pandhou
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013, ECLI:NL
Faillissementsrecht. Pandrecht. Verkoop van aan de bank verpande winkelvoorraad met toestemming van de bank tegen pinbetalingen. M.b.t. die betalingen uitzondering op het verrekeningsverbod voor de bank van art. 54 lid 1 Fw? Toepassing van o.m. de arresten Mulder q.q./CLBN, Van G
Vragen aan de Hoge Raad over de aard van de vordering van de Ontvanger in faillissement in geval van oneigenlijke lossing met betrekking tot rentekas-btw.
VPB. Afwaardering vorderingen.
Incident tot schorsing ex artikel 225 Rv en tot hervatting ex artikel 227 Rv.
Het gaat in deze zaak om de vraag of Rabobank in de periode vanaf 18 maart 2015 tot en met 8 april 2015 op de door Rabobank ontvangen pinbetalingen verband houdende met de aan haar verpande winkelvoorraad met voorrang mag verhalen doordat zij haar vordering op Geddes Retail heeft
Hoger beroep tegen weigering toestemming voorzieningenrechter ex art. 3:251 BW/ Doorbreking van appelverbod in deze aan de orde (zie HR 17 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1401 en HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:213) / Naleving blokkeringsregeling door executerende eerste pandho
Vordering van curator tot betaling door bank o.gr.v. 6:162 BW.
Deze zaak gaat over bestuurdersaansprakelijkheid en schuldeisersbenadeling (de faillissementspauliana). De curator maakt de (voormalig) bestuurder(s) van de failliete vennootschap verschillende verwijten, die naar het oordeel van de rechtbank echter niet tot bestuurdersaansprakel
Goederenrecht. Pandrecht. Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering en, zo neen, kan hij die bevoegdheid in de pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Betekenis arresten IAE/Neo River en MFE/Stibbe. Toepassing van art. 7:424 lid 1 BW jo a
Verzoek voorlopig getuigenverhoor, artikel 197 Rv, onvoldoende belang omdat de gestelde vordering als kansloos moet worden beschouwd, het verzoek is onvoldoende bepaald en een fishing expedition, strijd met goede procesorde wegens niet vermelden van een eerder inzageverzoek, verz
Afwijzing van verzoek pandhouder ex artikel 3:251 lid 1 BW. Hoger beroep tegen afwijzende beschikking wordt verworpen; geen doorbrekingsgrond. Overweging ten overvloede dat het verzoek geen redelijk doel dient en verzoekster geen rechtens te respecteren belang heeft bij verzoek.
Geen feitelijk beleidsbepaler. Schending boekhoudplicht? Uitwinning pandrechten. Bedrijfsovername; zijn referentiegegevens inzake het fosfaatreductieplan (per 1 januari 2018 fosfaatrechten) in de koop inbegrepen? Uitleg koopovereenkomst.
Kort geding. Vorderingen om kredietfaciliteit en bankrekeningen te deblokkeren worden afgewezen.
Eindvonnis. De vorderingen worden afgewezen. Geen sprake van pauliana (3:45 BW), onrechtmatig handelen of bestuurdersaansprakelijkheid in verband met het cederen van vorderingen, het vestigen en uitoefenen van een pandrecht, het beëindigen en verhangen van activiteiten, het verko
Incasso van facturen door curator. Succesvol verweer dat goederen niet zijn besteld respectievelijk niet zijn geleverd en dat wat dit laatste betreft de overeenkomst is ontbonden.
Tussenvonnis. Bestuurdersaansprakelijkheid. Failissementspauliana. Artikel 54 Fw.
OK; Enquête; Afwijzing verzoek
Faillissement. Vorderingen curator tegen (o.a.) bestuurders failliet en groepsvennootschappen. Bestuurdersaansprakelijkheid. Beroep op artikelen 42 en 47 Fw. Verpanding was geen onverplichte rechtshandeling als bedoeld in artikel 42 Fw. Geen sprake van benadeling van de boedel. O
OK; Enquête; niet-ontvankelijkverklaring en afwijzing verzoek
Appel van ECLI:NL:RBNNE:2019:284 (kortgedingzaak) en van vonnis in bodemzaak. Vordering van curator in faillissement in de bodemzaak tot verklaring voor recht dat Heineken aansprakelijk is voor het boedeltekort in het faillissement. Onvoldoende gesteld dat Heineken optrad als fei
Pauliana (art. 3:45 BW). Vader doet ten titel van schenking afstand van vruchtgebruik op certificaten ten gunste van zoon. Tegelijkertijd worden pandrechten gevestigd op de certificaten ten gunste van vader en het familiebedrijf. Zoon komt te overlijden. Na uitwinning van het pan
Uitverkoop van elektronicawinkel door bank en leverancier. Vraag of leverancier, die eigendomsvoorbehoud heeft, samen met bank pandhouder is bevestigend beantwoord (uitleg gezamenlijke pandakte). Verzuim aanwezig geacht wegens bedrijfsbeëindiging. Pandrecht rust op eigendom onde