Toewijzing van verzoek van vuistpandhouder om haar verlof te verlenen tot het op andere wijze verkopen van zaken (ex artikel 3:251 lid 1 BW). Het verzoek is niet toewijsbaar, voor zover dat onvoldoende is onderbouwd of de wettelijke grondslag daarvoor niet is gesteld of gebleken.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:251 BW
Genoemd in 135 uitspraken · Officiële wettekst
135 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Afwikkeling van een mislukte samenwerking in een joint venture. Gedaagde 1 moet een bij de start van de samenwerking geleend bedrag aan eiseres terugbetalen. Gedaagde 2 is niet persoonlijk aansprakelijk voor betaling van dit bedrag, maar hij heeft zich wel borg gesteld en als bor
Afwijzing van verzoek pandhouder ex artikel 3:251 lid 1 BW. Hoger beroep tegen afwijzende beschikking wordt verworpen; geen doorbrekingsgrond. Overweging ten overvloede dat het verzoek geen redelijk doel dient en verzoekster geen rechtens te respecteren belang heeft bij verzoek.
Verzoek ex artikel 3:251 lid 1 BW. Verzoeker stelt een pandrecht te hebben op een partij ethanol die in de Rotterdamse haven is opgeslagen. De voorzieningenrechter wordt verzocht te bepalen dat de partij ethanol op de voet van artikel 3:251 lid 1 BW zal verblijven aan verzoeker a
Twee pandhouders op een voorraad sportkleding van failliete groepsvennootschappen hebben elk een verzoek ex artikel 3:251 lid 1 BW ingediend tot onderhandse verkoop. De verzoekschriften zijn gezamenlijk behandeld.
Verzoekschrift tot verkrijging van verlof tot onderhandse verkoop ex 3:251 lid 1 BW door pandhouder. Onderhands bod is lager dan de taxatiewaarde. Desondanks wordt het verlof verleend, omdat een hogere opbrengst via openbare verkoop niet aannemelijk is.
De curatoren in het faillissement van het D-Reizen concern zijn een doorstart overeengekomen met Prijsvrij. Onderdeel van de doorstart is de overdracht van de IE-rechten van D-Reizen aan Prijsvrij voor een bedrag van EUR 500.000. Voorwaarde voor het doorgaan van de doorstart is d
betalingsachterstand geldlening – executie door fiduciair eigenaar – verklaring dat het fiduciair verbonden aan de zekerheid. Formele relatie: CUR201406548
Verzoek pandhouder aan voorzieningenrechter te bepalen dat de verpande zaken aan haar zullen verblijven dan wel onderhands zullen worden verkocht. Onderwerp: Pandhouder heeft op grond van art. 496 lid 2 Rv beslag op verpande zaken gelegd. Zij wenst dat de voorzieningenrechter op
Vervolg van tussenarrest 21 april 2020. Schorsing zoals door de eerste rechter bepaald. Bekrachtiging.
Overeenkomst van opdracht voor bepaalde tijd. Opzegging door opdrachtgever; art. 7:408 BW. Uitleg overeenkomst. Redelijke opzegtermijn. Geldvordering in kort geding; spoedeisend belang.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Rekening-courantschuld. Bestuur en RvC niet aansprakelijk.
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Verhaal schuldeisers onmogelijk ten gevolge van doorstart bedrijf na onderhandse verkoop bedrijfsinventaris met medwerking van bank die de inventaris in pand had. Wetenschap bank dat koper een aan de schuldenaar geliëerd bedrijf was?
Faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid.
Procesrecht. Executoriale verkoop van aandelen door pandhouder met inachtneming van blokkeringsregeling. Is voor onderhandse verkoop toestemming van de voorzieningenrechter nodig? Verhouding tussen art. 2:198 lid 6 BW en art. 3:251 lid 1 BW. Doorbreking rechtsmiddelenverbod.
Geen verwijzing wegens verknochtheid van onderhavig verzoek aan de verzoeken inzake C/16/436924 / KG RK 17-357 en C/16/436929 / KG RK 17-358. Onder het begrip 'dezelfde rechter' in 285 lid 2 Rv wordt ook verstaan 'hetzelfde gerecht'.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Is omzetbelasting over verkoop als gevolg van parate executie door pandhouder boedelschuld? Verwijzing naar o.m. ander HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q.), en HR 19 april 2013, ECLI:NL
Bestuurdersaansprakelijkheid, selectieve betaling, profiteren van wanprestatie, vereenzelviging, uitvoerbaar bij voorraad
Procesrecht. Goederenrecht. Rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW analoog van toepassing op beschikking tot verblijven van verpand goed aan pandhouder (art. 3:251 BW)? Vgl. HR 17 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1401, NJ 1995/367.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Frustratie van betaling. Na een onherroepelijk geworden uitspraak, waarbij de wederpartij is veroordeeld tot betaling, blijft betaling uit. Verhaal blijkt niet mogelijk, omdat de vennootschap inmiddels is leeggehaald en de door de vennootschap gedrev
Curatoren vorderen betaling openstaande facturen aan boedel, o.g.v. internationale overeenkomst van bewaarneming. Algemene voorwaarden van toepassing (o.m. inhoudend verrekeningsverbod) ?
Verkoop pand op bijzondere wijze, art. 3: 251 BW Discussie over IE-rechten op de machine (het pand) valt buiten het beoordelingskader.
Pandrecht op aandelen. Tenietgaan (substitutie)pandrecht door verjaring van gezekerde vordering? Toepasselijkheid art. 3:323 lid 1 BW indien pandhouder een op de voet van art. 3:251 lid 1 BW aangevangen executie, na toewijzende beschikking, niet voltooit. Beroep op tenietgaan pan
Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Executiegeschil. Geen dwangsommen verbeurd. Belangenafweging brengt mee dat van verweerster in reconventie verwacht kan worden dat zij meewerkt aan levering van de aandelen op grond van de conceptakte van levering, mèt de door eiser in conventie gewenste aanvulling.