Hoofdzaak: eisers vorderen betaling van aan hen verpande vorderingen en stellen dat gedaagde, door aan pandgever te betalen, heeft betaald aan inningsonbevoegde. Vordering wordt toegewezen. Vrijwaring: gedaagde, bestuurder van pandgever, heeft aan echtgenote van eiser verwijtbaar
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:246 BW
Genoemd in 203 uitspraken · Officiële wettekst
203 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Vordering terzake verpande vorderingen. Bewijswaardering t.a.v. vraag of sprake is van een verrekenbare tegenvordering. Geen mogelijkheid tot het doen horen van getuigen, mogelijkheid daartoe prijsgegeven.
Hoewel niet langer sprake is van een ten opzichte van een kredietrelatie tussen gedaagde en de bank achtergestelde lening, kan eiseres op grond van artikel 3:246 BW niettemin geen terugbetaling vorderen,omdat zij haar vordering openbaar heeft verpand aan de bank, zodat de bevoegd
Geschil tussen pandhouder en debiteur van pandgever. Diverse juridische verweren, Boas had nl al aan beslaglegend conservatoirs betaald.
Bank verrekent opbrengsten van door pandgever onbevoegd verkochte zaken. Pandhouder vordert het desbetreffende bedrag van de bank. Hof: een van de verrekeningen door de bank valt onder de delictsomschtijving van artikel 417bis Wetboek van Strafrecht althans is onzorgvuldig jegens
Faillissementsrecht. Bevoegdheid van curator om aan een bank stil verpande vorderingen te innen ten behoeve van de failliete boedel zonder de bank van zijn voornemen in kennis te stellen en om op voet van art. 58 lid 1 F. een (redelijke) termijn te stellen tot uitoefening van in
Zaak Citibank-KPN in verband met faillissement KPNQwest. Citibank vordert als pandhouder van gefailleerde KPNQwest betaling door KPN van vorderingen van KPNQwest op KPN. Het hof verwerpt het beroep van KPN op verrekening met tegenvorderingen van haar op KPNQwest onder de overwegi
Geschil in het faillissement van een pandgever omtrent de mogelijkheid tot verrekening door een debiteur van de verpande vordering met zijn tegenvordering zonder dat de pandhouder (bank) een beroep toekomt op art. 6:136 BW, strekking van art. 53 lid 3 Fw., verweermiddelen van deb
Het gaat in deze zaak om de vraag of de curator ten opzichte van de bank gerechtigd was om de aan de bank stil verpande vorderingen te innen zonder haar van zijn voornemen daartoe in kennis te stellen en haar een redelijke termijn te geven, waarbinnen zij tot de in art. 3:246 lid
Pandrecht: contractsoverneming!
Faillissement. Inning stil verpande vorderingen door curator op een andere rekening dan de door de failliet aangehouden rekening bij eiser, die een pandrecht heeft op die vorderingen. Artikel 58 Fw.
Op 26 november 1999 heeft de Ontvanger aan Beheersmaatschappij [Z] BV een dwangbevel betekend terzake van een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting ten bedrage van f 85.010,-- vermeerderd met f 4.295,-- kosten. Uit hoofde van dit dwangbevel heeft de Ontvanger op 10 oktober 20
31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/281HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK "IJSSELMOND" U.A., gevestigd te Kampen, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, t e g e n ALDI OMMEN B.V., gevestigd te
-