In deze zaak liggen twee kwesties voor: (a) een beroep op pauliana door de curator ter zake een vaststellingsovereenkomst die ING (huisbankier van gefailleerde) sloot met een huurder van een bedrijfspand met deze gefailleerde. (b) de (principieel ingestoken) vraag of een pandhoud
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:246 BW
Genoemd in 203 uitspraken · Officiële wettekst
203 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
-
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Schuldenaar heeft bevrijdend betaald aan pandhouder. Pandgever heeft bevoegdheid om schikking te treffen aan pandhouder overgedragen. Uitleg maatstaf Neo River-arrest.
Uitwinning pandrecht (art. 3:246 BW). Overdracht van de verpande vordering kan niet aan de pandhouder worden tegengeworpen.
Kan de openbaar pandhouder een beroep doen op de tussen pandgever en schuldenaar gemaakte forumkeuze?
Openbaar pandrecht op toekomstige vorderingen. Stelplicht en bewijslast voor verval pandrecht en inningsbevoegdheid.
Openbaar pandrecht op toekomstige vorderingen. Stelplicht en bewijslast voor verval pandrecht en inningsbevoegdheid.
Wederzijds zekerhedenarrangement en faillissement. Het voor faillissement ten gunste van ICF gevestigde pandrecht strekt ook tot zekerheid van de contractuele regresvordering van ICF op haar (gefailleerde) schuldenaar uit hoofde van borgstelling. De regresvordering vloeit voort u
Verbintenissenrecht. De houder van een executoriale titel die het op executie laat aankomen terwijl bij voorbaat vaststaat dat de executie voor hem geen positieve opbrengst kan opleveren maakt niet zonder meer misbruik van recht, wanneer moet worden aangenomen dat de debiteur ove
-
Koop/aanneming (installaties voor kassen). Eindvonnis na deskundigenonderzoek. Deel klachten te laat (art. 7:23 BW). Gedeeltelijke ontbinding voor gebreken, vaststellen omvang ontbinding. Geschil over wie procespartij is (v.o.f. of vennoot?). Uitleg processtukken.
Goederenrecht. Pandrecht. Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering en, zo neen, kan hij die bevoegdheid in de pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Betekenis arresten IAE/Neo River en MFE/Stibbe. Toepassing van art. 7:424 lid 1 BW jo a
Vervolg van ECLI:NL:RBGEL:2026:411. Geldlening, pandrecht en redelijkheid en billijkheid.
Kort geding tegen de Staat. Pandrecht rechtsgeldig openbaar gemaakt. Niet bevrijdend betaald. Geen verbod tot opleggen van boetes en verrekening. Geen betaling want het is aannemelijk dat de Staat een beroep op opschorting en verrekening kan doen. Vordering verstrekken nadere geg
Betwisting ontvangst van verklaring. Toepassing HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104 (Centavos / Stichting Nieuwenhuis) met name de vraag van welk e-mail adres verzender redelijkerwijs mocht aannemen dat ontvanger daarop bereikt kon worden.
Bijzondere overeenkomst; huurkoop
Na getuigenverhoor oordeelt het hof dat met geïntimeerde, de eenmanszaak, is gecontracteerd.
Erfrecht. Geschil over geldvorderingen (stief)kinderen (art. 4:15 lid 1 BW). Uitkering door levensverzekeraar aan hypotheekbank in de, achteraf onjuist gebleken, veronderstelling dat de verzekering aan de bank was verpand.
Bestuurdersaansprakelijkheid. [geïntimeerde] kan als (indirect) bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. Onrechtmatig handelen van [geïntimeerde] jegens Rabobank door vermogen te onttrekken aan vennootschap waardoor Rabobank als pandhouder wordt benadeeld.
Uitwinning pandrecht - geschil over verpande vordering - verrekening tegenvorderingen met verpande vordering - verpande vordering door verrekening volledig teniet - vorderingen afgewezen
Hoger beroep; inning bancair pandrecht op vorderingen; opeisbaarheid vorderingen waarvoor het pandrecht is gevestigd; toerekening betalingen; tegenbewijs tegen volledig bewijs bankadministratie; verjaring pas na opeising leningen; vorderingen waarop het pandrecht is gevestigd; re
Nakoming openbaar verpande vordering, (eigen)beslag, opschorting, depotakte
Vordering op grond van een pandakte. Tussenarrest. Het hof oordeelt dat appellante een rechtsgeldig pandrecht heeft en daarmee als pandhouder inningsbevoegd is in de zin van 3:246 lid 1 BW ten aanzien van de door haar ingestelde primaire vordering. Daaruit volgt dat appellante in
Inwinning pandrecht. Er is een rechtsgeldig pandrecht tot stand gebracht. ING heeft met haar mededeling aan de schuldenaar van de verpande vordering een openbaar pandrecht op de r-c vordering verkregen (art. 3:246 BW). ING was bevoegd te innen. ING heeft terecht de afboeking van