Goederenrecht. Bevoegdheid pandhouder tot uitwinning zekerheden die zijn verbonden aan vordering pandgever op derden. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619, NJ 2006/362. Verbod van herverpanding (art. 3:242 BW).
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:242 BW
Genoemd in 6 uitspraken · Officiële wettekst
6 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
Goederenrecht. Bevoegdheid pandhouder tot uitwinning zekerheden die zijn verbonden aan vordering pandgever op derden. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619, NJ 2006/362. Verbod van herverpanding (art. 3:242 BW).
Faillissement bekrachtigd. Verpandingen dienen geen ander doel dan de verhaalsmogelijkheden van schuldeisers te frustreren. Voldoende aannemelijk is geworden dat het verpandingsverweer regelmatig wordt opgeworpen om faillissementsaanvragen binnen het concern [X] / [y] c.s. te fru
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
herverpanding (art. 3:242 BW) geen ondubbelzinnige toestemming pandgever voor herverpanding verpande vordering; geen executie via de weg van het aan het pandrecht verbonden nevenrecht, nu daarmee het verpandingsverbod van art. 3:242 BW zou worden omzeild.