Openbaar pandrecht op toekomstige vorderingen. Stelplicht en bewijslast voor verval pandrecht en inningsbevoegdheid.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:239 BW
Genoemd in 134 uitspraken · Officiële wettekst
134 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Overeenkomst van opdracht tussen twee partijen. In de algemene voorwaarden van de opdrachtgever is opgenomen dat de opdrachtnemer haar rechten en verplichtingen pas na schriftelijke toestemming van de opdrachtgever mag overdragen. Opdrachtgever heeft haar vorderingen verpand, waa
verpanding (toekomstige) vorderingen
Faillissementsrecht. Vóór faillissement verstrekt pandrecht op onder meer bestaande vorderingen en op vorderingen die rechtstreeks worden verkregen uit reeds bestaande rechtsverhoudingen. Vorderingen tot ongedaanmaking of restitutie als gevolg van ontbinding of opzegging van een
19 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/231HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n Mr. Jakob Cornelis ROSENBERG POLAK, in zijn hoedanigheid van curator in het fail
-
Pandrecht op doorverkochte vorderingen
Pandrechten. Is de bestendige handelsrelatie een rechtsverhouding als bedoeld in artikel 3:239 lid 1 BW waaruit vorderingen rechtstreeks worden verkregen? Pandrecht op handelsnaam en klantcontracten?
Afwijzing faillissementsverzoek. Eerste pandrecht van verzoeker niet summierlijk gebleken.
Incident relatieve onbevoegdheid. Forumkeuzebeding.
Geen openbaar pandrecht op (toekomstige) handelsvorderingen maar later wel een stil pandrecht gevestigd. Ten onrechte vorderingen met beroep op pandrecht geïnd. Onrechtmatige daad jegens gezamenlijke schuldeisers. Verrekening niet mogelijk.
Vordering op grond van een pandakte. Tussenarrest. Het hof oordeelt dat appellante een rechtsgeldig pandrecht heeft en daarmee als pandhouder inningsbevoegd is in de zin van 3:246 lid 1 BW ten aanzien van de door haar ingestelde primaire vordering. Daaruit volgt dat appellante in
Inwinning pandrecht. Er is een rechtsgeldig pandrecht tot stand gebracht. ING heeft met haar mededeling aan de schuldenaar van de verpande vordering een openbaar pandrecht op de r-c vordering verkregen (art. 3:246 BW). ING was bevoegd te innen. ING heeft terecht de afboeking van
Vordering uit hoofde van kredietovereenkomst? Openbaar pandrecht?
Mededeling stil/openbaar pandrecht aan debiteuren door verzenden aangetekende brieven (artikel 3:37 lid 3 BW). Ontvangst brieven betwist.Voor bewijs ontvangst aangetekende brieven is – waar het proces van aangetekende verzending in hoge mate is geautomatiseerd – het plaatsen van
Vervolg van tussenarrest 16 april 2019. Is vordering op de bank stil verpand aan de holding? Evenals de eerste rechter oordeelde, is niet voldaan aan het uit art. 3:84 lid 2 BW in verbinding met art. 3:98 BW voortvloeiende bepaaldheidsvereiste (HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994
Zelfstandig onrechtmatig handelen van vennootschap door in ontvangst nemen van betaling gedaan aan een dochtervennootschap. Bestuurdersaansprakelijkheid, Aansprakelijkheid ex artikel 2:11 BW
Geen (stil) pandrecht gevestigd. Geen grond voor toekenning volledige kosten van de procedure. Recht op toegang tot de rechter. Artikel 6 EVRM. Misbruik van procesrecht.
stil pandrecht, bestaande rechtsverhouding.
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenisssenrecht. Tenuitvoerlegging van uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis. Vonnis in hoger beroep vernietigd. Is de bank (als pandhouder) jegens de geëxecuteerde aansprakelijk voor het handelen van de curator die het vonnis ten uitvoer heeft gelegd?
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Geen mededeling van cessie gedaan aan schuldenaar. Wordt pandhouder beschermd tegen beschikkingsonbevoegdheid die voortvloeit uit leveringsgebrek? Art. 3:88 BW en art. 3:98 BW.
Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte? Uitleg pandakte.
faillissementspauliana, samenstel van rechtshandelingen, rechthandeling om niet
Kort geding. Derde pretendeert pandrecht(en) op vorderingen waarop door executant beslag is gelegd. Derde wordt ex art. 438 lid 5 Rv niet ontvankelijk verklaard omdat hij uitsluitend de executant en de geëxecuteerde niet heeft gedagvaard. De voorzieningenrechter komt uit procesec
Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid insolventieadviseur jegens gezamenlijke faillissementscrediteuren; Peeters/Gatzen-vordering. Ingangsdatum wettelijke rente, art. 6:83, onder b, BW. Verder grotendeels art. 81 lid 1 RO.