Goederenrecht. Stille verpanding vorderingen op naam (art. 3:239 lid 1 BW). Omschrijving van de vorderingen in de akte; mate van bepaalbaarheid. Tijdstip registratie akte.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:239 BW
Genoemd in 134 uitspraken · Officiële wettekst
134 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Stille verpanding. Rechtsgeldigheid ‘verzamelpandakte’-constructie. Afzonderlijke elementen waaruit onderhavige verpandingsconstructie bestaat, niet in strijd met wet, meer in het bijzonder met art. 3:239 lid 1 BW. Dit geldt ook voor vestiging stil pandrecht op vorderingen die op
-
Goederenrecht. Pandrecht. Is vordering stil verpand, zonder dat deze was vermeld in pandakte? Uitleg pandakte. Bepaaldheidsvereiste; art. 3:84 lid 2 jo. art. 3:98 BW.
Faillissementspauliana; art. 42 en 47 Fw. Rechtsgeldigheid verpandingen door middel van verzamelpandakteconstructie. Volmacht die uitsluitend strekt tot uitvoering van in stampandakte neergelegde verplichting tot verpanding; onverplichte rechtshandeling? Samenspanning? Maatstaf.
Faillissement. Pand. Stil pandrecht op toekomstige vorderingen rekeninghouder als gevolg van stortingen gelden door derden op bankrekening? Betoog dat deze vorderingen (voldoende) rechtstreeks voortvloeien uit rekening-courantverhouding om onder voordien gevestigd stil pandrecht
Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte? Uitleg pandakte.
Faillissementsrecht. Pandrecht. Verkoop van aan de bank verpande winkelvoorraad met toestemming van de bank tegen pinbetalingen. M.b.t. die betalingen uitzondering op het verrekeningsverbod voor de bank van art. 54 lid 1 Fw? Toepassing van o.m. de arresten Mulder q.q./CLBN, Van G
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Goederenrecht. Pandrecht. Is vordering stil verpand, zonder dat deze was vermeld in pandakte? Uitleg pandakte. Bepaaldheidsvereiste; art. 3:84 lid 2 jo. art. 3:98 BW.
Onoverdraagbaarheidsbeding = onverpandbaarheidsbeding? Is per datum faillissement sprake van toekomsitge vorderingen?
Pandrechten. Inningsbevoegdheid pandhouder na openbaarmaking pandrecht.
Vestiging openbaar pandrecht op bestaande en toekomstige vorderingen door mededeling van pandakte uit 2007 aan de schuldenaar op 5 september 2012. De op die datum bestaande en toekomstige vorderingen zijn individualiseerbaar gebleken.
Coöperatie; verpanding van aanspraken lid uit hoofde van ledenlening en participatierekening; bestaande of toekomstige vorderingen?; leidt goederenrechtelijke onoverdraagbaarheid ex art. 3:83 lid 2 BW tevens tot onverpandbaarheid?
Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft.
Vennootschapsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad. De vennootschap, die zich heeft verplicht tot verstrekking eerste pandrecht, verstrekt een tweede pandrecht. Onvoldoende verhaal. Ernstig persoonlijk verwijt van bestuurder? Hoge drempel bestuurdersaansprakelij
Faillissementspauliana; art. 42 en 47 Fw. Rechtsgeldigheid verpandingen door middel van verzamelpandakteconstructie. Volmacht die uitsluitend strekt tot uitvoering van in stampandakte neergelegde verplichting tot verpanding; onverplichte rechtshandeling? Samenspanning? Maatstaf.
-
Renvooiprocedure. Vermogensrecht. Goederenrecht. Cessie. Bepaaldheidsvereiste. Klachten dat het hof te hoge eisen heeft gesteld aan het vereiste van ‘voldoende bepaaldheid’ van art. 3:84 lid 2 BW en dat het ten onrechte het bewijsaanbod om de curator te horen heeft gepasseerd.
Uitzondering op de strenge verrekeningsregels van artikel 54 lid 1 Fw gaat rechtsvormende taak van de rechter te buiten.
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Goederenrecht. Verpanding van auteursrecht op software. Is voldaan aan vereiste dat het object van pandrecht in de pandakte voldoende bepaald dan wel bepaalbaar is? Art. 3:84 lid 2 BW en art. 3:98 BW.
Uitwinning pandrecht (art. 3:246 BW). Overdracht van de verpande vordering kan niet aan de pandhouder worden tegengeworpen.
stil pandrecht vordering op naam. registratie pandakte. verrekening
Openbaar pandrecht op toekomstige vorderingen. Stelplicht en bewijslast voor verval pandrecht en inningsbevoegdheid.