Onttrekking aan pandrecht, art. 348.1 Sr. Het Hof heeft geoordeeld dat de handeling van verdachte, te weten het zonder toestemming van X op eigen naam overschrijven van de aan Y in eigendom toebehorende auto, ertoe strekte de parate executie van het t.b.v. X op deze auto gevestig
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:237 BW
Genoemd in 81 uitspraken · Officiële wettekst
81 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Uitleg overeenkomst. Geen sprake van een obligatoire verplichting om in de toekomst een goederenrechtelijke zekerheid te vestigen.
ongerechtvaardigde verrijking en bezitloos pandrecht
Kort geding. Teruggave inboedel, die was meegenomen nadat de voorzieningenrechter verlof had verleend tot het in vuistpand nemen van zaken door de pandnemer op grond van artikel 496 lid 2 Rv, juncto artikel 3:237 lid 3 BW. De bevoegdheid op grond daarvan komt de pandnemer eerst t
Pandrecht – Door de (eerdere) registratie van pandlijsten is een pandrecht ontstaan op de daarin genoemde vorderingen, ook al is de pandakte die daaraan ten grondslag ligt eerst later geregistreerd. De pandlijsten fungeren in het onderhavige geval als onderhandse pandakten. In ca
Huurovereenkomst bedrijfsruimte Hulsbeek. Achterstallige huurpenningen. Pandrecht op inventaris.
Het betrof onder meer de vraag of een beslaglegger onrechtmatig heeft gehandeld jegens een stille pandhouder (i.c. de Ontvanger) door de beslagen goederen te verkopen zonder daarbij de artikelen 463 tot en met 466 Rv (openbare verkoop en tijdige aankondiging daarvan) in acht te n
Kan de curator met succes de nietigverklaring van een tussen Vekoma en Huisman gesloten koopovereenkomst (waarbij een paardencarrousel en twee safari jeeps aan Huisman zijn verkocht) inroepen met een beroep op de faillissementspauliana (art. 42 Fw) dan wel het ficuciaverbod ex ar
Conservatoir beslag tot afgifte van verpande zaken door pandhouder (730 Rv)
De grondslag van de primaire vordering berust op de opvatting dat De IJsvogel Groep zich onrechtmatig jegens de failliet dan wel jegens de curator heeft gedragen door zich de complete inventaris, de handelsgoederen en de courante voorraad handelsgoederen van de failliet toe te e
Geschil tussen curator en de bank over de verkoop van de handelsvoorraad van gefailleerde door die bank. De Bank had pandrecht op de verkochte zaken. De overeenkomst van vuistpand was niet vernietigd o.g.v. art. 24 Faillissementswet. Bank mocht ook tijdens faillissement tot verko
Verzoek tot het verlenen van verlof om pandhoudersbeslag te leggen gedeeltelijk afgewezen gelet op de eisen van proportionaliteit.
Vestigingsvereisten stil pand. Nodeloos veroorzaakte proceskosten.
De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af.
Het hof volgt Lise v.o.f. niet in haar betoog dat erop neerkomt dat zij nimmer kan tekortschieten in haar plichten met betrekking tot de geldlening, reeds omdat ING Bank in haar memorie van grieven heeft gewezen op art. 11 lid 1 sub a van de toepasselijke Algemene Voorwaarden van
Faillissementsrecht. Stil pandrecht vorderingen op naam. Vervolg op HR 22 juni 2007, LJN BA2511 (ING/Verdonk); curator dient zich te onthouden van actieve inning van stil verpande vorderingen gedurende de in dat arrest genoemde termijn, alsook zodra stille pandhouder heeft meeged
Stil pandrecht. Vernietiging pandovereenkomst door curator. Verleningsovereenkomst naast vestigingsovereenkomst? Overeenkomst om niet? Benadeling. Wegnemen verpande goederen door pandhouder.
Vervolg van BB 2312; Aansprakelijkheid notaris; nietig beding in akte van geldlening?
Het belastingvoordeel met betrekking tot het gebruik van de roerende zaken is in strijd met de doelstellingen van de Zesde richtlijn en van de Wet OB 1968. Niet aannemelijk is dat niet-fiscale overwegingen een meer dan bijkomende rol hebben gespeeld bij het opzetten van de constr
Vraag of in beslag genomen oldtimers wel of niet zijn bezwaard met pandrecht ten behoeve van gedaagde. Oldtimers aangetroffen in pand van eisers - vermoeden van bezit. Bank weet dat vermoeden te weerleggen, waardoor eiseres haar gepretendeerde eigendom moet bewijzen.
Zekerheidsrecht. Subrogatie borg in rechten van bank als schuldeiser/hypotheekhouder na uitwinning borgtocht?; toepasselijkheid van art. 1439 (oud) BW; overgangsrecht, strekking art. 220 Ow NBW.
OB. Uit de feiten volgt dat het Ziekenhuis en niet eiseres de macht heeft gekregen om als eigenaar over de medische apparatuur te beschikken. De overige omstandigheden, zoals de tussen partijen gesloten overeenkomsten, de tenaamstelling van de bestelling en de factuurstroom, doen
Vestiging bij voorbaat van een stil pand recht op roerende zaken, te weten te velde staande beplanting, gevolgd door verkoop en levering bij voorbaat van deze beplanting aan een ander. Een deel van de beplanting is inmiddels aan de koper geleverd. De voorzieningenrechter oordeelt
Strafrechtelijke en bestuursrechtelijke afdoening van sociale zekerheidsancties. Samenloop en het ‘una via’ beginsel. De ‘una via-regeling’ op grond van artikel 17a Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en het moment van werking van voornoemd artikel. De op grond van artikel 1
Strafrechtelijke en bestuursrechtelijke afdoening van sociale zekerheidsancties. Samenloop en het ‘una via’ beginsel. De ‘una via-regeling’ op grond van artikel 17a Coördinatiewet Sociale Verzekeringen en het moment van werking van voornoemd artikel. De op grond van artikel 12 li