Opzegging financiering. Toerekenbare tekortkoming van de bank. Heeft rekeninghouder zelf de handdoek in de ring gegooid? Goede grond te vrezen dat rekeninghouder in zijn verplichtingen zal tekortschieten? Verwijzing naar schadestaatprocedure. Mogelijkheid van schade voldoende aan
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:237 BW
Genoemd in 81 uitspraken · Officiële wettekst
81 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vervolg op Rechtbank Rotterdam 1 mei 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA3385. Onrechtmatig handelen en bestuurdersaansprakelijkheid; kredietovereenkomst met bank; financiering op basis van “borrowing base”; vervalsing voorraadlijsten door kredietnemer; fraude; verdere beoordeling causaal
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7451, NJ 2009/92 (Singulus/Nemox). Strekking van art. 241c
Omzetting stil pandrecht in vuistpand feitelijke handeling, in feitelijke macht brengen door bodemverhuur, vooruitbetalingdsbeding in huurovereenkomst onrechtmatig of paulianeus? artikelen 53 en 54 Fw.
Kort geding. Vordering tot opheffing pandhoudersbeslag op inventarissen van failliete Vapiano-restaurants. Toewijzing. Beslagen zijn vexatoir omdat zij tijdens de afkoelingsperiode zijn gelegd en slechts zijn bedoeld om een hogere verkoopopbrengst te realiseren. Daarmee miskent d
Verklaringsprocedure. Reële executie afgiftevordering pandhouder d.m.v. derdenbeslag, met als grondslag dat de anterieure eigendomspretentie van de derde nietige zekerheidseigendom betreft (artikel 3:84 lid 3 BW).
Gedaagde heeft een aanzienlijke vordering op één van eisers en heeft in dat verband executoriaal beslag gelegd op roerende goederen. Geen sprake van misbruik van (beslag- en executie)recht als bedoeld in artikel 3:13 BW. Geen grond voor teruggave goederen. Afwijzing vorderingen.
Verlof voor executie tot afgifte van roerende zaken waarop pandrecht rust, ex artikel 496 lid 2 Rv jo. artikel 3:237 lid 3 BW. Verkorting termijn artikel 439 lid 1 Rv tot nihil.
Deze zaak gaat onder andere over een rekening-courantovereenkomst. De vraag is of deze door de eisende partij kon worden opgezegd. De rechtbank oordeelt dat de rekening-courantovereenkomst door opzegging is beëindigd. Volgens de rechtbank is het echter naar maatstaven van redelij
Achteraf opgestelde dadingovereenkomst brengt geen wijzigingen in juridische verhouding ten tijde van eerder uitgesproken faillissement. Bewaarder van bedrijfsmiddelen van gefailleerde had deze niet mogen afgegeven aan beslaglegger, die zich beriep op eigendomsvoorbehoud en pandr
kredietovereenkomst; bedongen zekerheden waaronder een pandrecht
financial lease, geen koop op afbetaling of huurkoop, geldlening.
Pandrecht op onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken. Afstand van eigendomsvoorbehoud; daartoe strekkende overeenkomst met wederpartij; betekenis HR 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4866. Aanvaarding afstand namens wederpartij door daartoe bevoegd vertegenwoordiger? Kribbenb
Gedaagden hebben aan eisers goede grond gegeven om te vrezen dat gedaagden in de verplichtingen jegens hen als pandhouders tekort zullen gaan schieten. Gedaagden moeten hun medewerking verlenen aan de verplaatsing en de opslag van de verpande schilderijen.
ongerechtvaardigde verrijking en bezitloos pandrecht
Kort geding. Teruggave inboedel, die was meegenomen nadat de voorzieningenrechter verlof had verleend tot het in vuistpand nemen van zaken door de pandnemer op grond van artikel 496 lid 2 Rv, juncto artikel 3:237 lid 3 BW. De bevoegdheid op grond daarvan komt de pandnemer eerst t
Het betrof onder meer de vraag of een beslaglegger onrechtmatig heeft gehandeld jegens een stille pandhouder (i.c. de Ontvanger) door de beslagen goederen te verkopen zonder daarbij de artikelen 463 tot en met 466 Rv (openbare verkoop en tijdige aankondiging daarvan) in acht te n
Conservatoir beslag tot afgifte van verpande zaken door pandhouder (730 Rv)
Verzoek tot het verlenen van verlof om pandhoudersbeslag te leggen gedeeltelijk afgewezen gelet op de eisen van proportionaliteit.
Geschil tussen curator en de bank over de verkoop van de handelsvoorraad van gefailleerde door die bank. De Bank had pandrecht op de verkochte zaken. De overeenkomst van vuistpand was niet vernietigd o.g.v. art. 24 Faillissementswet. Bank mocht ook tijdens faillissement tot verko
De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af.
Het hof volgt Lise v.o.f. niet in haar betoog dat erop neerkomt dat zij nimmer kan tekortschieten in haar plichten met betrekking tot de geldlening, reeds omdat ING Bank in haar memorie van grieven heeft gewezen op art. 11 lid 1 sub a van de toepasselijke Algemene Voorwaarden van
Faillissementsrecht. Stil pandrecht vorderingen op naam. Vervolg op HR 22 juni 2007, LJN BA2511 (ING/Verdonk); curator dient zich te onthouden van actieve inning van stil verpande vorderingen gedurende de in dat arrest genoemde termijn, alsook zodra stille pandhouder heeft meeged
Stil pandrecht. Vernietiging pandovereenkomst door curator. Verleningsovereenkomst naast vestigingsovereenkomst? Overeenkomst om niet? Benadeling. Wegnemen verpande goederen door pandhouder.
Vraag of in beslag genomen oldtimers wel of niet zijn bezwaard met pandrecht ten behoeve van gedaagde. Oldtimers aangetroffen in pand van eisers - vermoeden van bezit. Bank weet dat vermoeden te weerleggen, waardoor eiseres haar gepretendeerde eigendom moet bewijzen.