9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/078HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Marcus Antonius Maria BANNENBERG, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van I.C.T. INTERNATIONAL B.V., tevens handelende onder de naam Incotec, kantoorhoudende te Rosma
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:231 BW
Genoemd in 42 uitspraken · Officiële wettekst
42 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Surseance van betaling; verrekening; maatstaf ontbreken goede trouw (art. 54/235 Fw); gezichtspunten; cash pooling; overboekingen zonder toestemming bewindvoerder (art. 228 Fw); contractuele meerpartijenverrekening; reikwijdte verruimde verrekening (Mulder q.q./CLBN, NJ 1996/471)
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
-
Artikelen 3:231 en 260 BW. Strekt een ‘bankhypotheek’ ook tot zekerheid voor een later aan de hypotheekhouder overgedragen vordering en welke maatstaf moet worden aangelegd bij de uitleg van de betrokken bepaling in de hypotheekakte (Haviltex of een objectieve maatstaf)? Het gaat
Doorhaling bankhypotheek. Uitleg hypotheekakte objectieve maatstaf. Toekomstige vordering. Hypotheek is niet tenietgegaan door beëindiging samenwerking. Weigering om medewerking te verlenen aan doorhaling is niet in strijd met redelijkheid en billijkheid.
Toekomstige vordering van hypotheekhouder valt onder het hypotheekrecht (art. 3:231 lid 2 BW jo. art. 3:260 lid 1 BW). Hypotheeknemer moet de kosten voor de opgestarte executie betalen (art. 3:270 lid 1 BW). Oneerlijk beding, maar terugvalverbod is niet van toepassing. Hypotheekh
Vordering derde die stelt eigenaar te zijn, tot verbod executoriale verkoop door Ontvanger van twee in beslag genomen Bentleys en een Mercedes. Beroep door derde op art. 435 lid 3 Rv. Betekenis en reikwijdte art. 435 lid 2 en lid 3 Rv en verhouding tot art. 456 Rv. In dit geval n
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7575, NJ 2004/618 (Bannenberg). Verhaal door pandhouder voor ten tijde van faillietverklaring toekomstig vorderingen. Art. 483e Rv. Rechtsverhouding waaruit regresvord
Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. Regresvordering borg. Art. 42 en 54 Fw. Verplichte rechtshandeling? Wetenschap van benadeling?
Inkomstenbelasting. Terbeschikkingstellingsregeling. Regresvordering. Derdenhypotheek. Vorming voorziening toegestaan.
-
-