(Stil) pandrecht op vordering. Overgang van schuldeisersbevoegdheden na vestiging beperkt recht; wettelijke regeling. Bevoegdheid pandhouder tot inning en opzegging van vordering na mededeling , art. 3:246 lid 1 en 2 BW. Bevoegdheid pandgever tot kwijtschelding, art. 6:160 BW, ve
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:227 BW
Genoemd in 47 uitspraken · Officiële wettekst
47 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft.
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting (art. 225 e.v. Rv)? Rechtsopvolging en -verkrijging tijdens geding. Subjectieve omv
Goederenrecht. Bevoegdheid pandhouder tot uitwinning zekerheden die zijn verbonden aan vordering pandgever op derden. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619, NJ 2006/362. Verbod van herverpanding (art. 3:242 BW).
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor he
Goederenrecht. Pandrecht. Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering en, zo neen, kan hij die bevoegdheid in de pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Betekenis arresten IAE/Neo River en MFE/Stibbe. Toepassing van art. 7:424 lid 1 BW jo a
Eiseres is geen eigenaar geworden van de woning, vordering tot ontruiming wordt afgewezen
Onteigeningsrecht. Vervroegde onteigening en voorschot schadeloosstelling. Dagvaarding tot vervroegde onteigening niet betekend aan hypotheekhouder? Art. 18 lid 4 Ow. Ontvankelijkheid hypotheekhouder in cassatie. Ontbreken zekerheidstelling (art. 54i lid 4 Ow).
Beroepsaansprakelijkheid notaris en tenietgaan hypotheek. Aan notaris B was volmacht verleend tot algehele doorhaling van een hypotheek. Notaris B heeft de hypotheek niet doorgehaald. Eisers hebben de hypotheek opgezegd. Enige jaren later heeft notaris K met gebruikmaking van de
Faillissementsrecht. Is een openbare, en dus inningsbevoegde, pandhouder (art. 3:246 BW) bevoegd het faillissement van de panddebiteur aan te vragen? Art. 1 lid 1 Fw.
Koopovereenkomst percelen met terugkoop- en suppletieverplichting. Ten behoeve van verkoper wordt hypotheek gevestigd. Na faillissement koper verkoopt curator percelen aan gemeente.
Faillissementsaanvraag. Pandhouder is niet bevoegd om het faillissement van de schuldenaar van zijn pandgever aan te vragen. Pandhouder doet mededeling van zijn pandrecht. Nadat betaling uitblijft vraagt de pandhouder het faillissement van de debiteur van zijn pandgever. De faill
Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art. 3:
Pandrecht op lidmaatschapsrecht coöperatie, huurbeding, executie. Art. 3:264 BW van overeenkomstige toepassing? Waarborgen openbare registers, art. 3:260 lid 1 BW.
11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/313HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISEN BOERENLEENBANK B.A., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, t e g e n 1. STORMPOLDER VASTGOED B.V., ge
19 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/189HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mrs. B. Winters en H.J.A. Knijff, t e g e n Mr. Pieter Marius GUNNING, in zijn hoedanigheid van curator in he
-