Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:226 BW
Genoemd in 77 uitspraken · Officiële wettekst
77 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Erflaatster heeft bij leven haar villa verkocht aan haar zoon onder voorbehoud van het recht van bewoning. Erflaatster heeft alleen haar zoon tot erfgenaam benoemd. Door het feitelijk handelen van erflaatster en haar zoon is het vermogen van erflaatster verschoven naar haar zoon.
Erfgenaam (eisende partij) van een overleden vastgoedeigenaar vordert onder meer ontruiming van een gedeelte van een voormalig kantoorpand, dat door de partner (gedaagde partij) van de vastgoedeigenaar wordt bewoond. De erfgenaam stelt dat de partner de woonruimte zonder recht of
burengeschil, betreden perceel, verwijderen camera's, realiseren eigen nutsaansluiting, recht van gebruik
Erfrecht. Schenking. Overdracht van woning onder voorbehoud recht van gebruik en bewoning met omzetting koopprijs in renteloze lening.
Kort geding. Recht van gebruik. Deel van de vorderingen is declaratoir van aard. Het is verder onvoldoende aannemelijk geworden dat het recht van gebruik van de bijgebouwen niet feitelijk werd gebruikt waardoor het recht is geëindigd. Het wordt gebruiker c.q. gedaagde wel verbode
Huur bedrijfsruimte. Tijdens de looptijd van de huurovereenkomst verkoopt de verhuurder het bedrijfspand onder voorbehoud van het recht van gebruik en bewoning. Wie is opzeggingsbevoegd, de zakelijk gerechtigde, de bloot eigenaar of gezamenlijk? Hoe moeten de opzeggingsgronden wo
bewind.
HR: art. 81.1 RO. Ambtshalve strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], tegen de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 22 mei 2012, nr. 10/00286, LJN BW7837, NTFR 2012/1744. De staatssecretaris van Financiën heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld. B
Estate planning. Beschermingsbewind. Machtiging verkoop recht van gebruik en bewoning met kwijtschelding. Wijziging successiewetgeving.
Op vordering van moeder moet zoon door hem bewoonde gedeelte van boerderij ontruimen. Moeder recht van gebruik en bewoning, zoon heeft blote eigendom. Zoon heeft geen huurovereenkomst; slechts opzegbare gebruiksovereenkomst.
Nu de verkoop nadelig was voor de geestelijk gestoorde moeder, wordt haar toestemmingsverklaring vermoed te zijn gegeven onder invloed van de stoornis. Een met haar toestemmingsverklaring overeenstemmende wil wordt geacht te ontbreken. Een beroep van [appellanten] op artikel 3:35