(Stil) pandrecht op vordering. Overgang van schuldeisersbevoegdheden na vestiging beperkt recht; wettelijke regeling. Bevoegdheid pandhouder tot inning en opzegging van vordering na mededeling , art. 3:246 lid 1 en 2 BW. Bevoegdheid pandgever tot kwijtschelding, art. 6:160 BW, ve
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:210 BW
Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst
13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
recht van vruchtgebruik op vordering; rechtsgeldige constructie?; misbruik van recht; uitlokken van wanpretatie onrechtmatig door bijkomende omstandigheden
Procedure met betrekking tot locaties voor mobiele telefonieantennes ten behoeve van KPN. Zijn er rechtsgeldige rechten van vruchtgebruik van Telecom Vastgoed gevestigd op de vorderingsrechten van de Landlords jegens KPN met betrekking tot huurpenningen en retributies? Is er spra
Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting (art. 225 e.v. Rv)? Rechtsopvolging en -verkrijging tijdens geding. Subjectieve omv
Goederenrecht. Bevoegdheid pandhouder tot uitwinning zekerheden die zijn verbonden aan vordering pandgever op derden. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619, NJ 2006/362. Verbod van herverpanding (art. 3:242 BW).
Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van goederenrecht; vruchtgebruikobject en vruchten; inningsbevoegdheid; zaaksvervanging; misbruik van bevoegdheid; onrechtmatig profiteren van wanprestatie
Goederenrecht. Pandrecht. Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering en, zo neen, kan hij die bevoegdheid in de pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Betekenis arresten IAE/Neo River en MFE/Stibbe. Toepassing van art. 7:424 lid 1 BW jo a
Overdrachtsbelasting. In geschil is of sprake is van een belaste verkrijging in de zin van artikel 2, tweede lid, Wet BRV. Het Hof oordeelt dat belanghebbende bij akte een samenstel van rechten en verplichtingen heeft verkregen dat een belang vertegenwoordigt bij een recht waaraa
Faillissementsrecht. Is een openbare, en dus inningsbevoegde, pandhouder (art. 3:246 BW) bevoegd het faillissement van de panddebiteur aan te vragen? Art. 1 lid 1 Fw.
Faillissementsaanvraag. Pandhouder is niet bevoegd om het faillissement van de schuldenaar van zijn pandgever aan te vragen. Pandhouder doet mededeling van zijn pandrecht. Nadat betaling uitblijft vraagt de pandhouder het faillissement van de debiteur van zijn pandgever. De faill
(Stil) pandrecht op vordering. Overgang van schuldeisersbevoegdheden na vestiging beperkt recht; wettelijke regeling. Bevoegdheid pandhouder tot inning en opzegging van vordering na mededeling , art. 3:246 lid 1 en 2 BW. Bevoegdheid pandgever tot kwijtschelding, art. 6:160 BW, ve
Wettelijke verdeling. Verzoek van kind aan stiefmoeder tot overdracht van goederen. Toepassing wisselbepaling.
-