Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Burgerlijk Wetboek

Art. 3:197 BW

Genoemd in 7 uitspraken · Officiële wettekst

7 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live

ECLI:NL:RBNHO:2021:8126 1 × geciteerd
Rechtbank Noord-Holland · 16-06-2021 · Civiel recht

“Partijen zijn op 14 april 1999 getrouwd in gemeenschap van goederen. Bij notariële akte van 1 juli 2002 zijn partijen huwelijkse voorwaarden overeengekomen. Vordering vrouw inzake vernietiging verdeling huwelijksgemeenschap afgewezen. Beroep van man op vervalbeding in huwelijkse

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 31-07-2024 · Civiel recht; Goederenrecht

Erfrecht. Eiser en gedaagde zijn enige erfgenamen van ouders, erflaters. Geen testament. Moeder vooroverleden. Wettelijke verdeling. Eiser vordert verdeling nalatenschap vader, erflater, en betaling van gedaagde van een bedrag van € 21.516,62. Grondslag van die vordering is onrec

Parket bij de Hoge Raad · 22-11-2019 · Civiel recht; Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap; overgeslagen goederen; art. 3:179 lid 2 BW. Verhouding tot gehomologeerd faillissementsakkoord; art. 157 Fw.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24-09-2019 · Civiel recht

verstekzaak – Boon-van Loon-regime – indexering van pensioen

Rechtbank Amsterdam · 22-05-2019 · Civiel recht

Erfrecht. Beroep op oplegbepaling wegens dwaling over meer dan kwart van de waarde (3:197 BW) naar maatstaven redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Van belang zijn partijbedoeling en het feit dat partij in eigen nadeel uitvoering gaf aan de ovk.

Gerechtshof Amsterdam · 27-11-2018 · Civiel recht

Ontvlechting van het vermogen van twee broers. Schadeplichtigheid van broer, schoonzuster, bank, notaris en notariskantoor. Geldigheid van een kwijtingsbeding. Oordeel van de tuchtrechter en van de civiele rechter. Tweeconclusieregel. Misbruik van procesrecht. Werkelijke procesko

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10-05-2005 · Civiel recht

De rechtbank heeft de vordering uit hoofde van artikel 3:196 BW afgewezen. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. 4.4.2. De erven hebben de prealabele vraag voorgelegd naar het object van de verdeling bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van benadeling van meer dan