Huwelijkse voorwaarden. Niet-uitgevoerd verrekenbeding. Echtscheidingsconvenant. Wilsgebrek: dwaling of misbruik van omstandigheden? Verjaring. Artikel 3:200 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:196 BW
Genoemd in 303 uitspraken · Officiële wettekst
303 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Afwikkeling vennootschap onder firma
Echtscheidingsconvenant. Nakoming afspraken. Laesio Enormis: artikel 3:196 lid 2 BW. Dwaling. Man is voor meer dan 25% benadeeld. Onbekendheid met waarde van de panden. Voor afstand van recht moet duidelijk zijn waarvan afstand wordt gedaan. Beheer en verdeling van onroerende zak
Laesio enormis. Partij komt geen beroep toe op dwaling als bedoeld in artikel 3:196 BW.
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Uitleg echtscheidingsconvenant ten aanzien van de vraag of daarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de interne draagplicht voor een gemeenschapsschuld en wel in die zin dat de man deze schuld als een eigen schuld zal voldoen onder vrijw
Het echtscheidingsconvenant is een pakketovereenkomst en dient in zijn geheel te worden beoordeeld en niet op aparte onderdelen buiten enige samenhang bezien.
.
Personen- en familierecht. Huwelijksgoederenrecht. Verdeling eenvoudige gemeenschap; vernietigbaarheid wegens dwaling (art. 3:196 BW), vereisten. Toepasselijkheid art. 6:288-230 BW? Art. 3:199 BW (HR 7 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1697, NJ 1996/499). Vergoedingsrecht bij vermoge
Art. 80a lid 1 RO. Uitleg echtscheidingsconvenant. Dwingende bewijskracht. Beroep op leemte in convenant. Stelplicht.
Echtscheidingsconvenant. Dwaling. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Vordering vernietiging echtscheidingsconvenant. Laesio enormis. Finaal verrekenbeding.
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden met finaal verrekenbeding alsof partijen in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. Kan afgeweken worden van de akte huwelijkse voorwaarden bij onderhandse overeenkomst? Geldt de leer van de verknochtheid van schadevergoeding ook in het
Flitsscheiding. Bij ontbreken van andere afspraken zijn de huwelijkse voorwaarden van rechtswege getransformeerd in partnerschapsvoorwaarden. Verdeling en verrekening. Artikel 3:196 BW, benadeling voor meer dan een kwart? Uit de stukken blijkt dat er sprake is geweest van een zog
Huwelijksvermogensrecht. Huwelijkse voorwaarden met verrekenbeding. Vordering tot vernietiging van de tussen partijen gesloten overeenkomst betreffende de vermogensrechtelijke afwikkeling. Dwaling. Benadeling voor meer dan één kwart.
Ingevolge artikel 3:200 BW vervalt een rechtsvordering tot vernietiging door verloop van drie jaren na de verdeling. Naar het oordeel van de rechtbank behoeft de vraag of de vaststellingsovereenkomst als een verdeling voor de toekomst is aan te merken, zoals de vrouw stelt, of ee
pensioen in eigen beheer, afstorting
Echtscheiding. Voor vernietiging vatbare overeenkomst in beschikking. Indien de rechter in een (echtscheidings)beschikking bepaalt dat de onderlinge vermogensrechtelijke regeling die partijen in een convenant hebben vastgelegd, als in de beschikking opgenomen wordt beschouwd, dan
Artikel 3:196 BW, vernieting van verdeling bij dwaling. De vrouw stelt dat zij voor meer dan een vierde is benadeeld en vordert vernietiging van de verdeling. In dat verband dient de vrouw niet alleen te stellen en onderbouwen dat zij voor meer dan een vierde is benadeeld, maar o
Vraag of gedaagde op grond van de vaststellingsovereenkomst die partijen na echtscheiding hebben gesloten is gehouden de aan eiseres opgelegde fiscale claim voor zijn rekening te nemen. Gedaagde mag akte nemen over recente ontwikkelingen in de procedure met de fiscus die hebben g
Echtscheiding. Vordering tot partiële vernietiging echtscheidingsconvenant toegewezen. Dwaling. Rol notaris.
Dwaling bij verdeling eenvoudige gemeenschap (woning). Bij vaststelling benadeling voor meer dan een kwart ook de hypotheekschuld betrekken. Deze behoort strikt genomen niet "tot" de gemeenschap, maar komt wel voor rekening van de gemeenschap en is uitsluitend met het oog op het
Verdelin van een gemeenschap. Daling omtrent de waarde van de onroerende goederen (landbouwgronden). Benadeling met meer dan eenvierde in de zin van artikel 3:196 lid 1 en 2 BW.
In dit kort geding is opheffing van een gelegd conservatoir beslag gevorderd op de grond dat de bodemrechter bij nog niet in kracht van gewijsde gedaan vonnis de vordering waarvoor het beslag is gelegd, heeft afgewezen. De bodemzaak is nog in hoger beroep aanhangig. De bij de vor
Volgens de geldende jurisprudentie zijn begrepen onder belanghebbenden als bedoeld in artikel 99 Wna - zoals dit artikel luidde ten tijde van indiening van de klacht - allereerst de partijen en rechthebbenden, zoals genoemd in de artikelen 49 en 49b Wna. Vast staat dat klaagster
Partijen hebben een echtscheidingsconvenant gesloten inhoudende dat ter beslechting van de tussen hen bestaande geschillen ter zake de verrekening op grond van de huwelijkse voorwaarden, de man aan de vrouw een bedrag is verschuldigd en dat hetgeen partijen zijn overeengekomen ee