Overmaken verkoopopbrengst naar derdengeldrekening. Ten aanzien van de klachtonderdelen a) en c) verenigt het hof zich met de beslissing van de kamer. Ten aanzien van klachtonderdeel b) overweegt het hof het volgende. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is gebleken
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:174 BW
Genoemd in 346 uitspraken · Officiële wettekst
346 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Woning niet aan de man verknocht, ondanks de aanpassingen, waar overigens voldoende bewijs voor ontbreekt. Geen misbruik van het recht dat de vrouw haar aandeel in de ontbonden gemeenschap opeist.
Anti-speculatiebeding; uitleg, strijd met Huisvestingswet?; 6:248 lid 2 BW
Partijen zijn in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd geweest. Tot de ontbonden en nog niet verdeelde huwelijksgemeenschap van partijen behoort de voormalig echtelijke woning. De man heeft herhaaldelijk toezeggingen gedaan aan de vrouw dat hij de betreffende woning zal over
Machtiging te gelde maken gemeenschappelijk goed / art. 3:174 BW / verklaring voor recht.
Aan de omstandigheid dat in artikel 9 e.v. van de samenwerkingsovereenkomsten limitatief is bepaald op welke wijzen de samenwerkingsverbanden eindigen en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn, hebben [geïntimeerden] redelijkerwijs het vertrouwen mogen ontlenen dat zij niet
Gedaagde is gehouden om uitvoering te geven aan de in rechte vastgestelde verdeling. Machtiging tot tegeldemaking van een gemeenschapsgoed kan worden verleend ter voldoening van een gemeenschapsschuld en om een andere gewichtige reden (artikel 3:174 BW). Naar het oordeel van de v
Er bestaat geen wettelijke grondslag om de kosten van taxatie van onroerende zaak t.b.v. een boedelverdeling ten laste van de staat te brengen.
"(..)"Partijen hebben een affectieve relatie gehad en gedurende een periode van ongeveer twee jaar samengewoond in de woning van eiser te België. "(..)" "(..)"2.2. Tijdens de samenwoning hebben partijen op 15 juli 2004 gezamenlijk een auto aangekocht, een Fiat Stilo, voor een bed
"(..)"Eiseres is met gedaagden en nog een drietal anderen deelgenoot in de nalatenschap van wijlen (naam overledene), welke nalatenschap nog niet verdeeld is. "(...)" "(..)"Van de nalatenschap maakt deel uit de onroerende zaak gelegen aan de (adres), kadastraal bekend gemeente Te
Bij vonnis van de voorzieningenrechter van 20 september 2007 is de vrouw veroordeeld tot medewerking aan de aanbieding en verkoop van de echtelijke woning op de vrije woningmarkt via makelaar X en tegen een door makelaar X geadviseerde waarde en om vervolgens mee te werken aan he
Vordering van zus tot medewerking door broer aan verkoop van de voormalige ouderlijke woning
Als gevolg van de echtscheiding van partijen, machtigt de man de vrouw onherroepelijk om alles te doen om de echtelijke woning zo spoedig mogelijk te gelde te maken. Hij verbindt zich ook om zo spoedig mogelijk na ondertekening van de tussen de man en de vrouw gemaakte afspraken
In kort geding wordt verzocht om een eiswijziging, hoewel gedaagde niet is verschenen. Uit hetgeen gedaagde bij haar uitvoerig ‘verweerschrift’ heeft opgemerkt maakt de rechtbank op, dat gedaagde goed heeft begrepen dat het de bedoeling van eiseres was om de medewerking van gedaa
Vordering curator tot veroordeling van gedaagden, vader en zoon, om mee te werken aan verkoop en levering van de hen in eigendom toebehorende woning. Indien de curator al met toepassing van artikel 58 Fw buiten de bank om de woning kan verkopen, geldt dat slechts het aandeel van
Vordering tot toedeling voormalige echtelijke woning had bij dagvaarding moeten worden ingeleid. Wisselbepaling.
De voorzieningenrechter is bevoegd om in kort geding op de voet van art. 3:300 lid 2 BW te bepalen dat zijn uitspraak in de plaats zal treden van een (deel van een) akte als bedoeld in die bepaling. Dat heeft evenzeer betrekking op het in art. 3:174 lid 1 BW geregelde geval dat e
9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/109HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding
Procesrecht; Voor voeging in het kort geding is reeds voldoende dat de gevoegde partij een rechtstreeks en in rechte erkenbaar belang heeft om met eigen argumentatie als partij in het geding op te komen (vgl. HR 15-11-1996, NJ 1997, 482). Overeenkomstenrecht; Verdeling; Voorshand
-
-
-