Heeft een boekhouder ten onrechte bedragen in rekening gebracht bij een oudere, inmiddels overleden cliënte en aldus onrechtmatig gehandeld? Stelplicht en bewijslast. Verzwaarde motiveringseis. Bewijskracht van onderhandse akte/schuldbekentenis (157/158/159 Rv). Verjaring.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:171 BW
Genoemd in 310 uitspraken · Officiële wettekst
310 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
overdracht aandelen, verzoek afgewezen
Huurovereenkomst ten aanzien van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW, met bovengelegen afhankelijke bedrijfswoning. Tot de huurovereenkomst behorende huurindexeringsclausule, waardoor de huur jaarlijks van rechtswege wordt geïndexeerd overeenkomstig het CBS-prijsindexci
Kort geding. Vordering tot nakoming van koopovereenkomst woning. Op de voet van artikel 3:174 BW verleende machtiging bedoeld om totstandkoming van de koopovereenkomst en levering van het verkochte mogelijk te maken omvat niet tevens de bevoegdheid om een rechtsvordering tot nako
Eiseres is eigenaar van een perceel dat grenst aan een pad. Haar zuster is eigenares van een ander perceel aan dit pad. In 2000 hebben eiseres en haar zuster een (vaststellings)overeenkomst met Natuurmonumenten gesloten inzake het onderhoud door Natuurmonumenten van dit pad. In d
Slepende ruzie tussen voormalige echtgenoten. Deze procedure heeft betrekking op een lening aan een ten behoeve van de bouw van een jacht opgerichte vennootschap. De man kan bewijzen dat een voorwaarde aan opeisbaarheid van deze lening in de weg staat.
Opschorting verplichting eisers om hun appartementsrechten beschikbaar te stellen voor verhuur niet gerechtvaardigd. Ook geen grondslag voor afdracht huuropbrengst van hun appartementen.
Bevoegdheid deelgenoot en executeur achterstallige pachtbetalingen te innen.
Over een periode van 3,5 jaar is meer dan € 281.000,- van de bankrekeningen van erflater opgenomen of afgeschreven, aanzienlijk meer dan in voorgaande jaren. Erfgenamen stellen vordering in tegen ‘verzorgster/vriendin’ van erflater, primair uit onrechtmatige daad. subsidiair uit
huurovereenkomst aangegaan met v.o.f., procespartij na ontbinding v.o.f.
Bekrachtiging beschikking waarbij verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek ex artikel 3:168 BW omdat in de gegeven omstandigheden niet meer gesproken kan worden van een gemeenschappelijk beheer en verzoeker derhalve niet langer bevoegd is tot het indienen van een
Vorderingsrecht van deelgenoten in een gemeenschap (art. 3:171 BW). Aansprakelijkheid notaris. Causaliteit. Twee van de drie erven stellen vordering in tegen notaris wegens onrechtmatig handelen jegens onverdeeldheid. Dat mag omdat iedere deelgenoot in een onverdeeldheid gerechti
grondhuur, vakantiewoning, opstal, bezit, verkrijging door verjaring
Procederen door een van twee erfgenamen namens de nalatenschap tegen de andere erfgenaam. Vader heeft twee dochters (dochter A en dochter B). Vanwege dementie worden de goederen van vader onder bewind gesteld. De bewindvoerder begint een procedure tegen dochter A wegens onder mee
Aankondiging dat rechtbank dient terug te komen op bindende eindbeslissing in tussenvonnis. Artikel 4:228 BW. Rechtbank komt terug op als bindende eindbeslissing te beschouwen beslissing in tussenvonnis, dat hetgeen een erfgenaam na een gedwongen schuldtoerekening volgens artikel
Erfrecht. Executele. Beneficiaire aanvaarding. Art. 4:202 lid 1 onder a BW. Art. 4:149 lid 1 onder d BW. Vereffenaar. Art. 4:195 BW. Art. 4:198 BW. Art. 4:222 BW. Art. 3:371 BW. Procesrecht. Ontvankelijkheid in appel.
Geldleningsovereenkomst. Deelgenoot kan op eigen naam een rechtsvordering instellen (artikel 3:171 BW).
Eiser mag als deelgenoot niet zelfstandig beheersdaden verrichten, nu niet is voldaan aan de tenzij-bepaling van artikel 3:170 lid 3 BW. Bovendien is hij niet ontvankelijk o.g.v. art. 3.171 BW, omdat de vordering niet namens de gemeenschap is ingesteld.
Pachtzaak. Ontvankelijkheid executeurs en deelgenoten in nalatenschappen
Onduidelijkheden in de afhandeling van een nalatenschap door een afwikkelingsbewindvoerder die in de periode voorafgaande aan het overlijden van de erflaatster bewindvoerder in haar meerderjarigenbewind was.
Erfrecht, artikel 3:171 BW en ECLI:NL:HR:2018:535. De discussie die partijen voeren over een eventuele verjaring en de hoogte van de aflossingen t.a.v. van een zich in de nalatenschap bevindende vordering op een derde kan niet gevoerd worden in deze procedure. Dit betekent dat ei
Executele. Incasseren van een vordering welke deel uitmaakt van een gemeenschap tussen deelgenoten. Karakter ingestelde vordering: pro se of namens de deelgenoten gezamenlijk (artikel 3:170, 184 en 185 BW). Niet voldaan aan vereiste dat voor gedaagde duidelijk moet zijn tegen wie
zuivere of beneficiaire aanvaarding ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vanwege eerder huwelijk onderdeel van nalatenschap. hoedanigheid van procespartij
Onverschuldigde betaling, bewijs, uitzondering hoofdregel artikel 150 Rv
Geen sprake meer van een gemeenschap ex art. 3:166 BW na onherroepelijke uitspraak tot vaststelling van de verdeling. Het feit dat de registergoederen goederenrechtelijk nog geleverd dienen te worden, doet daaraan niet af. Hierdoor is ook geen sprake meer van een gemeenschappelij