De erven van een voormalig vennoot in een V.O.F. zijn in eerste aanleg gedagvaard door de medevennoot tot voldoening van een schuld van de V.O.F. De rechtbank veroordeelt de erven hoofdelijk tot betaling. Tegen dat vonnis komt slechts één van de erven in appèl. Zij doet dit niet
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:171 BW
Genoemd in 310 uitspraken · Officiële wettekst
310 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Berekening licentievergoeding voor bijdrage aan totstandkoming octrooien voor raamuitzetter en scharnier; aanvullend deskundigenbericht
Erfrecht. Inbreng van giften. Oud recht. Materiële schenking ten laste van de huwelijksgemeenschap. Gift aan schoonkind grens van art. 4: 1134 (oud) BW. Procesrecht. Appel gericht tegen oorspronkelijk medegedaagde. Tegenvordering in hoger beroep. Verwijzing voor het petitum naar
De voorzieningenrechter verklaart de eisers niet onvankelijk op grond van artikel 3:268 lid 2 BW in gedane verzoek. De eisers hadden een verzoekschrift tot het verkrijgen van verlof als bedoeld in art. 3:268 lid 2 BW, om een onroerende zaak onderhands te verkopen voor een bedrag
- Gemeenschappelijke eigendom, diverse aspecten waaronder bevoegdheid tot procederen. Artikel 3:166 en 3:171 BW - Burenrecht, licht, lucht en uitzicht. Artikel 5:21 en 5:50 BW - Verjaring erfdienstbaarheid van het recht op licht, lucht en uitzicht - Al of niet openbare weg. Artik
Appellanten passen in hoger beroep hun vordering aan na suggestie van het Hof. Bezwaar door TKDR hiertegen word afgewezen. Gelet op de moeilijkheidsgraad van nalatenschapkwesties als de onderhavige acht het Hof de gegeven vingerwijzing op haar plaats. Beslissing wordt aangehouden
Faillissement; verzoek tot herstel kennelijke fouten in proces-verbaal verificatievergadering; verificatie van tijdig ter verificatie ingediende doch in verificatievergadering onbehandeld gebleven vordering alsnog mogelijk in een op de voet van art. 178 F. belegde vergadering? Be
Onteigeningsrecht. Gemeenschap; gemeenschappelijke eigendom onteigende onroerende zaak; begrip ‘onteigende partij’ van art. 61 Ow; afwijzing verzoek onteigende tot terugvordering van een ten behoeve van de Staat onteigende onroerende zaak; geen zelfstandig recht op teruglevering
Appellanten stellen dat zij het betreffende perceel door verjaring hebben verkregen. Appellante krijgt gelegenheid te bewijzen dat zij de enige erfgenaam is van haar vader, en indien dit bewijs niet geleverd kan worden de vordering aan te passen. Hof houdt iedere beslissing aan.
Beroep op vernietiging van de vaststellingsovereenkomst vanwege wilsgebreken gaat niet op.
De feiten [eiseres] en de zoon van [gedaagde] zijn op 17 maart 2006 te Reimerswaal met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen. Bij beschikking van deze rechtbank van 16 april 2008 is de echtscheiding tussen hen uitgesproken. De beschikking is op 24 juni 2008 ingeschreven in de
ontvankelijkheid van het hoger beroep; (deels) andere procespartij dan in eerste aanleg.
Geschil tussen verkoper onroerende zaak enerzijds en de koper respectievelijk makelaar respectievelijk notaris anderzijds. Omschrijving van het verkochte en te leveren object in de transportakte wijkt af van de omschrijving in de koopakte.
Veel verbintenisrechtelijke geschillen en forse geldvorderingen over en weer na wegens wanbetaling ontbonden koopovereenkomst van landgoed.
(non)conformiteit parketvloer. Volgens de parlementaire geschiedenis van artikel 3:171 BW behoeft in de dagvaarding niet te worden gesteld dat degene die ageert zijn eis instelt ten behoeve van de deelgenoten (zie TM, PG Boek 3, p. 590). Verder verhindert volgens vaste rechtspraa
Erfgenamen vorderen betaling van een bedrag dat gedaagden hebben geleend van de inmiddels overleden erflater, die ten tijde van de lening met een herseninfarct in een verzorgingshuis lag. Vordering wordt afgewezen omdat er meer erfgenamen blijken te zijn en eisers betaling aan he
Verlenging van pachtovereenkomst; toepasselijk recht; dwingend recht; verpachting door vruchtgebruikster; totstandkoming wijzigingsovereenkomst art 12, 36 en 57 pachtwet (oud) art 3:171, 3:217 en 7:399 BW art 3 lid 3 EVO Vruchtgebruikster sluit wijzigingsovereenkomst waarbij de p
Is sprake van ongebouwd onroerend goed of van huur 7:230a BW? Maatstaf toepasselijk huurregime. Tegen welke datum is ontruiming aangezegd, de laatste dag van de huur of de eerste dag nadien? Kunnen de vennoten van een vof/huurder het verzoekschrift indienen?
Vordering opheffing conservatoir (derden)beslag op straffe van verbeurte van dwangsom: de voorzieningenrechter verstaat dat de door gedaagden ten laste van eiseressen gelegde conservatoire (derden)beslagen van rechtswege zijn komen te vervallen en heft deze beslagen voor zover no
Opheffing conservatoir beslag. Artikel 3:171 BW. Beslag gelegd voor vordering die toebehoort aan onverdeelde nalatenschap door een deel van de erfgenamen. Aannemelijk dat beslagleggers in de bodemprocedure niet-ontvankelijk zullen worden verklaard omdat zij de vordering niet ten
Kantonzaak; procesrecht. Vraag of ontbonden vennootschap onder firma rechtsgeldig in procedure is vertegenwoordigd. Incidentele vordering tot vrijwaring van de ene vennoot tegen de andere met betrekking tot vermogen van de vennootschap betreft in feite verdeling van ontbonden ven
Antillenzaak. Geschil over verschuldigde rente; procesrecht; passeren aanbod tot het leveren van tegenbewijs door middel van getuigen wegens onvoldoende specificatie; toepassing overgangsrecht inzake aan twee of meer schuldeisers verschuldigde prestatie.
Artikel 7:401 BW. Beroepsfout makelaar. Eiser stelt dat de makelaar onjuiste informatie over de eigendom en de oppervlakte van de woning c.a. heeft verstrekt aan kopers en aan hem.
Dochter (gedaagde) hielp moeder in de jaren voor haar overlijden bij betalingen, en was mederekeninghoudster. Rechtbank: Voor de situatie tot het overlijden van moeder was sprake van een overeenkomst tot opdracht; op grond daarvan plicht tot rekening van verantwoording voor docht
Verbintenissenrecht. Buitengerechtelijke ontbinding van koopovereenkomst door verkoper van woning na uitgebleven transport door toedoen koper; beroep op opschortingsrecht bij wederzijdse tekortkomingen, reikwijdte van regeling in Boek 6 titel 1 en 5 BW.