Conventie: Gedaagde heeft in strijd gehandeld met eisen van redelijkheid en billijkheid door geld uit bouwdepot te halen voor andere doeleinden dan overeengekomen, maar geen voorziening in kg passend en nodig. In reconventie: geen verdeling van een deel van de gemeenschap in kg
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:166 BW
Genoemd in 735 uitspraken · Officiële wettekst
735 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Auteursrecht. Format voor tv-programma als werk. Gezamenlijk makerschap, bewijs.
Gemeenschappelijke eigendom machines; stelplicht overdrachtsvereisten; grenzen rechtsstrijd (art. 24 Rv); verrassingsbeslissing; vaststaande feiten (art. 149 lid 1 Rv); eisen bewijsaanbod; rechtsverwerking; gebruiksvergoeding (art. 3:169 BW)
Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding. De rechtbank stelt de (wijze van) verdeling van de woning vast aan de hand van artikel 3:185 lid 2 sub c BW.
Vereisten voor het instellen van een rechtsvordering namens een gemeenschap en het procederen op grond van een last of volmacht.
personen en familierecht
Kort geding. Partijen zijn deelgenoten in een gemeenschap ex art. 3:166 BW. Gedaagde wordt veroordeeld tot openlegging administratie die hij voor de gemeenschap heeft gevoerd. Overige vorderingen met betrekking tot het beheer van de gemeenschap, creditering van facturen, (terug)b
Eenvoudige gemeenschap samenwoners en gezamenlijke schuld, hoofdregel gelijke verdeling, bij overlijden valt helft gemeenschap en schuld in de nalatenschap.
Bevoegdheidsincident. Rechtbank acht zich bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van eiser. Artikel 108 lid 4 Rv.
Geschil tussen moeder en dochter. Moeder heeft ouderlijke woning voor 99/100ste deel geschonken aan dochter. Vordering tot verdeling van dochter tijdens leven moeder. Moeder verzoekt uitsluiting verdeling: toegewezen op grond van belangenafweging. Herroeping schenking vermogen op
Verdeling van een nalatenschap; ongerechtvaardigde verrijking.
Partij A en partij B hebben gedurende hun – inmiddels beëindigde - affectieve relatie een woning in gezamenlijk eigendom verkregen. partij A vordert in conventie dat partij B zal meewerken aan de verkoop van de woning. partij B wil eerst proberen zelf de woning en de daaraan geko
Erfrecht. Verdeling. Gebruiksvergoeding.
Partijen in de hoofdzaak waren gezamenlijk eigenaar van een aantal percelen. De percelen zijn toebedeeld aan een van hen. Op één perceel bevinden zich woonarken. De ligplaatsen voor de woonarken zijn al voor de verdeling door de partij die niet de eigenaar is geworden verhuurd aa
Gezamenlijke bankrekening: aan wie komt het geld toe?
benoeming onzijdig persoon (3:181 lid 1 BW); (geen) schenking ter zake des doods in de zin van 7:177 lid 1 BW. Verstekvonnis, geen hoger beroep maar verzet. (335 Rv).
Eindvonnis / bewijsopdracht / tegenbewijs tegen dwingend bewijs art. 156 lid 2 jo. 157 Rv / aandelen deelgenoten gelijk tenzij andere rechtsverhouding ex art 3:166 lid 2 Rv / bewijsopdracht rechtsverhouding partijen geslaagd, eiser heeft recht op de overwaarde van de verkoop van
Eiser vordert in deze procedure verdeling van de woning waarvan hij en zijn tweelingbroer (gedaagde) ieder voor de helft eigenaar van zijn. Ook vordert eiser een veroordeling van gedaagde tot betaling van een gebruiksvergoeding. Gedaagde heeft verweer gevoerd. De rechtbank honore
Artikel 3:196 lid 4 BW; appellant heeft in de akte van verdeling afstand gedaan van haar recht op vernietiging van de verdeling wegens dwaling: partijen zjjn in de akte overeengekomen dat ieder de verdeling te zijnen bate of schade heeft aanvaard. Passeren bewijsaanbod in hoger b
Erfrecht. Geschil over geldvorderingen (stief)kinderen (art. 4:15 lid 1 BW). Uitkering door levensverzekeraar aan hypotheekbank in de, achteraf onjuist gebleken, veronderstelling dat de verzekering aan de bank was verpand.
Procedure over o.a. inzage door erfgenaam in mutaties bankrekeningen erflater. Vonnis treedt in de plaats van toestemming executeur/afwikkelingsbewindvoerder en overige erfgenamen.
stilzwijgende overeenkomst
Erfrecht. Vaststelling vorderingsrecht kinderen uit hoofde van ouderlijke boedelverdeling. Moeder is overleden. Tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoort een vordering van vader op één van de drie kinderen uit hoofde van de afwikkeling van een stille maatschap. De rechter ste
Appellanten zijn niet-ontvankelijk in hun verzoek tot benoeming van een vereffenaar, omdat zij geen schuldeisers van de nalatenschap van erflater zijn en dus geen belanghebbende in de zin van artikel 4:203 lid 1 onder b BW. Alle beweerde vorderingen van appellanten spelen namelij
Civiel recht. Bodemzaak. Vordering tot verdeling van een woning die tot een huwelijksgoederengemeenschap behoorde.