Contractenrecht, huwelijksvermogensrecht. Bij overeenkomst ter gelegenheid van echtscheiding afgeweken van huwelijkse voorwaarden m.b.t. verevening pensioenrechten. Wederzijdse dwaling (art. 6:228 lid 1, onder c, BW). Kenbaarheidsvereiste. Stelplicht en bewijslast.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:11 BW
Genoemd in 239 uitspraken · Officiële wettekst
239 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Verkrijgende verjaring teboekstaand schip. Artt. 8:791 en 3:99 BW. Koper bezitter te goeder trouw? Art. 3:118 lid 3 BW. Onderzoeksplicht koper. Verjaring hypotheekrecht. Verkl. voor recht ogv art. 3:27 BW zonder openbare oproeping belanghebbenden?
Vordering tot afgifte van goederen en verbod tot het vernietigen van goederen. In geschil is wie eigenaar is. Aannemelijk is dat een eigendomsvoorbehoud is overeengekomen. Voorwaarde voor eigendomsoverdracht was betaling. Die betaling heeft door een faillissement niet plaatsgevon
goede trouw pandhouder ten tijde van in vuistpand neming van zaak waarop een eigendomsvoorbehoud rust; art. 3:238 lid 1 BW.
Eigendomsvoorbehoud op auto die aan autodealer is geleverd. Geen beschermende werking van artikel 3:86 BW voor autodealer omdat deze niet te goeder trouw was op het moment van levering van de auto. Niet voldaan aan onderzoeksplicht tav kenteken deel II.
Geen verkrijgende verjaring van strook grond als gevolg van de aanleg van een grindpad, ook niet in combinatie met de aanwezigheid van een ernaast gelegen ondoordringbare haag van struiken. Doorzichtig raam binnen twee meter van de erfgrens. Wetsartikel: 3:105, 3: 306, 5:50, 6:16
vervolg op ECLI:NLRBGEL2014:6409 Gedaagde werd bij zijn verkrijging op 1 december 2000 met meerdere feitelijkheden werd geconfronteerd op grond waarvan hij zich had moeten afvragen of de door hem gedachte grens van zijn tuin overeenstemde met de kadastrale grens. Mede in het lich
Borgstelling, toestemming echtgenote vereist, rechtshandeling niet verricht ten behoeve van normale bedrijfsuitoefening van B.V. waarvan borg DGA is. Wederpartij borg niet te goeder trouw. Artikel 1:88 lid 5 BW en artikel 1:89 BW.
Diefstal boot. Geen bescherming van de verkrijger tegen onbevoegdheid van de vervreemder nu de verkrijger niet te goeder trouw was als bedoeld in artikel 3:86 lid 1 BW.
Geschil tussen bank en koper van een mobiel podium. Bank stelt dat zij pandhouder is. Koper beroept zich op derdenbescherming van aritkel 3:86 lid 2 BW. Naar het oordeel van het hof is niet voldaan aan het vereiste van het "kennen noch behoorde te kennen" van het pandrecht. Compa
Vraag of sprake is van verkrijgende verjaring van strook grond; artikelen 3:99 BW, 3:118 BW, 3:23 BW en 3:11 BW; precarioverhouding; verwijzing naar rol voor akte uitlating.
Vordering tot staking van het gebruik van een strook grond en tot ontruiming en terugbrengen in oorspronkelijke staat daarvan. Beroep op verkrijgende verjaring (artikel 3:99 BW) slaagt niet omdat de daarvoor vereiste goede trouw ontbreekt. Ook beroep op verjaring op grond van art
Beslag op een paard. Vraag of eiser de rechtmatige eigenaar is van het paard. Gedaagden sub 3-5 waren niet beschikkingsbevoegd om het paard aan eiser te verkopen. Vraag of eiser ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst te goeder trouw was. Bewijsopdracht aan gedaagden su
“Art. 3:84 en 3:86 BW. Analogische toepassing art. 3:86 BW. Driepartijenverhouding. Rechtsbescherming bij onvolledige samengestelde titel? Goede trouw verkrijger?”
Kort geding. Gedaagde sub 1 in eerste aanleg dagvaardt in hoger beroep niet alleen de oorspronkelijk eiser maar ook de medegedaagde. In zoverre volgt niet-ontvankelijkverklaring. De vraag of sprake is van een met het fiduciaverbod van artikel 3:84 lid 3 BW strijdige zekerheidsove
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek; art. 288 lid 1 onder b Fw. Toepassing hardheidsclausule? Art. 288 lid 3 Fw.
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek. Goede trouw; art. 288 lid 1 onder b Fw. Grenzen rechtsstrijd. Hardheidsclausule; art. 288 lid 3 Fw.
Goederenrecht. Merkenrecht. Verkrijging van merkenrechten te goeder trouw van beschikkingsonbevoegde rechtsopvolger geprivatiseerde Russische staatsonderneming? Inroeping nietigheid merkendepot (art. 14.B BMW). Depot te kwader trouw (art. 14bis BMW)? Valt gedogen aan te merken al
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Onrechtmatige daad. Zekerheidsverlening kort vóór faillissement. Faillissementspauliana; art. 42 Fw. Goede trouw als bedoeld in art. 51 lid 2 Fw.
Pandrecht op lidmaatschapsrecht coöperatie, huurbeding, executie. Art. 3:264 BW van overeenkomstige toepassing? Waarborgen openbare registers, art. 3:260 lid 1 BW.
Vernietiging van koopovereenkomst in verband met het door een bipolaire stoornis ontbreken van wilsovereenstemming. Nadelige transactie; geen beroep op gerechtvaardigd vertrouwen door wederpartij.
-
CAR-verzekering. Onderaanneming. Derdenbeding. Vraag of en in welke mate verzekering mede dekking biedt aan derden; beoordelingsmaatstaf. Beroep onderaannemer op gerechtvaardigd vertrouwen (art. 3:35 BW) en derdenbescherming (art. 3:36 BW).
Het is niet aannemelijk geworden dat Funda Real Estate en/of Funda en/of NVM verplicht zijn om de uitgebreide kantoorpagina op funda zoals die is aangeboden na het e-mailbericht van 21 juni 2012 aan de leden van VastgoedPro te faciliteren, in stand te houden en te gedogen. Geen a
Vordering tot afgifte van een frees omdat gedaagde sub 4 deze van een beschikkingsonbevoegde zou hebben gekocht. Gedaagde heeft voldoende omstandigheden gesteld die een beroep op de goedetrouw zouden kunnen dragen (art. 3:11 BW). Eiseres is niet geslaagd in het tegendeelbewijs.