Geen natrekking.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:119 BW
Genoemd in 286 uitspraken · Officiële wettekst
286 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW. Zaken op schip zijn geen bestanddelen en scheepstoebehoren op grond van artikel 8:1 lid 3 en lid 4 BW. Toestaan leveren tegenbewijs gelet op wettelijke bewijsvermoeden ex artikel 3:119 BW.
Executiegeschil alimentatiebeschikking. Geen misbruik van executiebevoegdheid. De stelling van eiser sub 2 dat de alimentatiebeslissing in de beschikking van het hof ’s-Hertogenbosch van 18 februari 2003 niet ongewijzigd in stand zal blijven in de lopende verzoekschrift¬procedure
Tijdens samenleving van partijen door de vrouw gekochte motorfiets die man gebruikt heeft. Bij einde van samenleving neemt de man de motorfiets mee. Hij stelt dat de motorfiets aan hem geschonken is. Wie van partijen moet wat bewijzen?
Geschil over eigendom auto. Wettelijk vermoeden artikel 3:119 BW. Onrechtmatig verkregen bewijs.
Gedaagden worden vermoed de honden voor zichzelf te houden. Bezitter wordt vermoed rechthebende te zijn.
Geschil over eigendomsverklaring tussen curator die een zaak in de boedel aantreft en een koper die eigendomsverkrijging constitutum possessorium stelt. Bewijsrechtelijke positie bij beroep op art. 42 FW.
Revindicatie van een tweedehands auto. Duits recht toepasselijk op het eigendomsvoorbehoud, Nederlands recht van toepassing op eigendomsverkrijging te goeder trouw. Voorshands bewezen dat verkrijger niet te goeder trouw was.
pandrecht, uitleg beding eigendomsvoorbehoud in algemene voorwaarden In deze zaak speelt een conflict tussen een houder van een pandrecht op de inventaris van shops bij benzinestations en een leverancier van deze shops, die onder meer tabakswaren en snoep levert. Aan de orde is d
Beslag, ten onrechte, voertuigen, internationaal transport, landsgrenzen, eigendom, bezitter, rechthebbende,
Bewijslevering van diverse probanda, met name de vraag of gedaagde bezitter (in de zin van 3:119 BW) van het schilderij was.
Wissel- en chequerecht. Art. 182 lid 1 K. laat toe dat een cheque aan twee of meer personen betaalbaar wordt gesteld; indien een cheque betaalbaar is gesteld of geëndosseerd aan twee of meer personen afzonderlijk, hetgeen kan worden aangegeven door het woord “of” dan wel een slas
Claim op groot onomheind terrein, merendeels bestaande uit heuvels en zeer weinig vlak land (ca. 110 hectare, zijnde ca. 5% van de totale oppervlakte van Sint Eustatius). Beroep op verjaring afgewezen. Geen bezit maar houderschap voor de overheid.
Beëindiging samenwerking.
Fotoafdrukken die t.b.v. een krant zijn gemaakt; art. 3:109 en 119 BW.
Eiseres heeft voorlopig niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de bij gedaagde verblijvende ara's van haar zijn. De vordering tot afgifte van die ara's is dan ook niet toewijsbaar.
Strafrechtelijk bewaarder weigert gevolg te geven aan last tot teruggave aan beslagene. Vordering tot teruggave aan de beslagene toegewezen op basis van artikel 116 Sv. Als rechtvaardigingsgrond aangevoerd beroep op eigendomsrecht verworpen.
eigendom hond, bewijslastverdeling, bezit en houderschap Artikel 3:109 BW, 3:119 lid 1 BW, 3:118 lid 1 en lid 3 BW, Partijen verschillen van mening over de vraag wie eigenaar is van de hond. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde met haar verweer gemotiveerd heeft betwist dat z
In hoofdzaak vorderen eisers de teruggave van zaken die na ontdekking van de diefstallen ten onrechte zouden zijn beslagen c.q. afgegeven aan gedaagde.Gedaagde vordert in reconventie vergoeding van haar schade. De diefstallen zijn gepleegd uit een tuincentrum van XXX B.V. XXX B.V
Na verbreken van een LAT-relatie blijven de door de man gekochte goederen achter bij de vrouw. Man legt conservatoir beslag ten laste van de vrouw, vrouw vordert dat deze beslagen worden opgeheven. Sprake van ongerechtvaardigde verrijking, mede in het licht van de door de man bet
In het geding is of de oprit is bestemd tot buurweg dan wel dat er een gewoonte bestaat, op grond waarvan gedaagde in conventie / eiser in reconventie, zoals hij stelt, gerechtigd is om een strook met een minimale breedte van 2,80 meter van de oprit tussen de woningen van partije
De vriendin van de erflater vordert afgifte van legaat. Legaat van huur van een woning tegen inbreng van een in het testament omschreven huursom is mogelijk op grond van artikel 4:117 lid 1 BW. De vordering tot afgifte van het legaat wordt afgewezen, omdat de aangeboden huursom t
[geïntimeerden] is het eens met het oordeel van de rechtbank dat [appellanten] dient te bewijzen dat hij door verjaring eigenaar is geworden van de strook. Dat wil zeggen dat [appellanten] dient te bewijzen dat sprake is van het gedurende ten minste 20 jaar onafgebroken hebben va
[geïntimeerde] heeft zijn vorderingen gegrond op de stelling dat hij de beide percelen sedert [datum 1] in zijn bezit heeft en dat voor hem zijn ouders het bezit hadden. De ouders van [geïntimeerde] waren eigenaar van de woning en het perceel aan [adres 1], terwijl dit perceel on
Kattenbezitster is gedwongen opgenomen in een GGZ-instelling. Katten uit haar woning gehaald en bij derden ondergebracht. Onrechtmatig handelen van dierentehuis. Geen bevoegdheid tot overdracht. Derden te goeder trouw worden echter beschermd omdat de katten niet gestolen zijn.