Vermogensrecht. Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW). Erfdienstbaarheid van overpad. Goede trouw (3:23 BW). Beoordeling van overige eisen die – naast bezit van het recht van overpad – moeten worden gesteld voor rechtverkrijgende verjaring, meer in het bijzonder de eis van goede
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:118 BW
Genoemd in 286 uitspraken · Officiële wettekst
286 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Intellectuele eigendom (merkenrecht), goederenrecht en internationaal privaatrecht. Revindicatie van Benelux-merkrechten wodka (Stolichnaya, Moskovskaya, Na Zdorovye). Toepasselijk recht op goederenrechtelijke aspecten van Benelux-merkrechten; (toepasselijk recht op) verjaring re
oud recht, verkrijgende verjaring, bevrijdende verjaring, bezit, goede trouw, artikel 93 Overgangswet.
Eigendom strook grond. Bepaling grenzen geleverd kadastraal perceel. Verkrijging door verjaring ex art. 3:99 of art. 3:015 BW. Goede trouw. Art. 3:23 BW van toepassing op kadaster? Bezit.
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?
Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW); aparte maatstaf voor inbezitneming van publieke grond?; Heusdense vordering
Goederenrecht. Art. 3:99 lid 1 BW. Ontstaan van erfdienstbaarheid door verkrijgende verjaring. Bezit te goeder trouw. Art. 3:23 BW. Staat onbekendheid met feiten die door raadpleging van de registers zouden zijn gekend in de weg aan goede trouw?
-
Erfdienstbaarheid. Recht van overpad. Uitleg van de akte leidt tot oordeel dat bij splitsing van het perceel geen erfdienstbaarheid is gevestigd tussen de nieuwe percelen onderling. Beroep op beperkende werking van de eisen van redelijkheid en billijkheid slaagt niet. Beroep op v
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van weg; vestiging; verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW); bewijs. Buurweg; art. 719 (oud) BW; beperkende werking redelijkheid en billijkheid; misbruik van bevoegdheid. Aanvullende grief; tweeconclusieregel.
Faillissement OW Bunker. Heeft A, die scheepsbrandstoffen levert aan OWB NL, die doorverkoopt via andere OWB vennootschap, verhaal op laatste afnemer, of op eigenaren van de betreffende schepen?
Beroep op verkrijgende verjaring strook grond ex artikel 3:99 BW gegrond. Het plaatsen van een omheining waarover een gemiddeld mens niet gemakkelijk heen stapt, duidt erop dat betrokkene beoogde de strook grond af te scheiden van de omliggende grond en daarmee beoogde te voorkom
Verkrijgende verjaring en bevrijdende verjaring erfdienstbaarheid. Omvang erfdienstbaarheid. Goede trouw.
Een overgebleven restant van een bunker uit de tweede wereldoorlog strekt zich uit over twee aan elkaar grenzende percelen. Geschil over de vraag wie eigenaar is van een bepaald deel van het bunkerrestant. Geen eigendomsverkrijging door horizontale natrekking. Beroep op verkrijge
Erfgrens, burenrecht, hinder, verkrijging van eigendom door verjaring.
Eigendomsverkrijging door verjaring van strook gemeentegrond met leilinden voor woning. Bezit. Beroep op verjaring slaagt. Heusdense vordering wordt afgewezen: appellant te goeder trouw.
Verzoening van partijen na scheiding van tafel en bed?; art. 1:176 BW (oud); omstandigheden van het geval; samenwonen van partijen is niet doorslaggevend. Gevolgen voor het bezwaren en vervreemden van onroerende goederen.
Wie is eigenaar van de betwiste strook grond? Verkrijgende verjaring (3:99 BW), bevrijdende verjaring (3:105 jo. 3:306 BW). Bezitsdaden. Verjaring van rechtsvordering tot betaling van schadevergoeding (3:310 BW).
Vordering tot ontruiming van publieke strook grond toegewezen. Beroep van gedaagde op verkrijging van eigendom via verkrijgende en bevrijdende verjaring slaagt niet.
vervolg van (onder andere) 25 september 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3490. Beslissing over eigendom van stukje grond na uitlating door ex art. 118 Rv in het geding geroepen partij. Bespreking van een aantal burenrechtelijke vorderingen, waarvan een deel voor het eerst in appel ingest
verkrijgende verjaring, eigendomsverkrijging na bevrijdende verjaring, bezit, relevantie van artikel 3:117 BW
revindicatie viool; beroep op art. 3: 86 lid 1 BW en art. 3:86 lid 3 BW
Ruilverkavelingsperikelen. Titelzuivering. Geslaagd beroep op verkrijgende verjaring van onroerend goed. In de specifieke omstandigheden van het geval staat aan een beroep op de goede trouw niet in de weg dat de incidenteel appellante bij latere raadpleging van de registers het v
Beroep op verkrijging stuk grond d.m.v. extinctieve verjaring ex art. 3:105 BW. Niet voldaan aan verjaringstermijn, bovendien geen bezitter geworden. Verkrijgende verjaring ex art. 3:99 BW? Belangenafweging ex art. 254 Rv.
Goederen- en verbintenissenrecht. Onjuist en/of onbegrijpelijk oordeel dat vordering ter vergoeding van schade aan een woonwagen moet worden afgewezen? Is sprake van verkrijgende verjaring ten aanzien van de woonwagen?