oud recht, verkrijgende verjaring, bevrijdende verjaring, bezit, goede trouw, artikel 93 Overgangswet.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:117 BW
Genoemd in 76 uitspraken · Officiële wettekst
76 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Eigendom strook grond. Bepaling grenzen geleverd kadastraal perceel. Verkrijging door verjaring ex art. 3:99 of art. 3:015 BW. Goede trouw. Art. 3:23 BW van toepassing op kadaster? Bezit.
4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/333HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n GEMEENTE NIJMEGEN, gevestigd te Nijmegen, VERWEERSTER i
Caribische zaak; verjaring ex art. 3:105 BW Sint Maarten; maatstaf inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BWSM); posterieure omstandigheden; niet waarneembare intenties houder; grenzen rechtsstrijd
Vordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art. 3:105 BW. Interversieverbod, art. 3:111 BW. Aanvang verjaringstermijn, art. 3:314 lid 2 BW.
Bevrijdende verjaring. Bezit. Bewijsvermoeden 3:109 BW?
Goederenrecht. Procesrecht. Erfgenamen van particulier die (boeken met) tekeningen in de jaren '30 in bruikleen heeft gegeven aan museum, vorderen verklaring voor recht van eigendom en voortduring bruikleen. Volgens museum behoren deze werken tot de verzameling die de particulier
Art. 81 RO. Extinctieve verjaring; art. 3:105, 314 BW. Bezit en houderschap; art. 3:111 e.v. BW.
Burengeschil. Plaatsen overkapping. Sprake van overbouw? Eigendom van de grond waarop de overkapping staat door verkrijgende dan wel bevrijdende verjaring? Feitelijke machtsuitoefening en bezit van die grond. Goede trouw. 3:99, 3:105, 3:113 BW. Bewijs.
Burengeschil. Kadastrale erfgrens. Meting door Kadaster. Plaatsen overkapping. Overbouw? Sprake van verkrijgende of bevrijdende verjaring? Feitelijke macht, bezit en goede trouw. 3:99, 3:105 en 3:113 BW. Bewijslevering.
Verkrijgende verjaring recht van erfpacht of erfdienstbaarheid (art. 3:105 BW); ondubbelzinnig bezit; objectieve aanwijzingen; bewijslast; beëindiging bezit erfpachtrecht door toegang derden?; onbesproken grief
toe-eigening van grond. Verjarende situatie.
Verbintenissenrecht. Incidentele vordering. Bouw fabriek. Geschil over betaling facturen. Retentierecht.
Verjaring. Bevrijdende verjaring van rechtsvordering tot nakoming. Moment aanvang verjaringstermijn; samenloop tussen art. 3:311 lid 1 BW (gedeeltelijke of anderszins gebrekkige nakoming contractuele verbintenis) en art. 3:307 BW (in het geheel niet nagekomen contractuele verbint
Geen geldige uitoefening retentierecht op woning door verbouwer t.o.v. hypotheekhouder
Extinctieve verjaring
Retentierecht op appartementsrecht Aannemer claimt retentierecht op onroerende zaak tegen derden met ouder recht. Die derden hebben appartementsrechten. Aannemer wil uitwinnen. Derden vorderen in reconventie verwijdering van de door de aannemer geplaatste hekken. Vorderingen over
Kort geding. Beroep op retentierecht op een onroerende zaak slaagt niet wegens het ontbreken van feitelijke macht over de zaak. Op vordering van de rechthebbende treft de rechter een voorziening strekkende tot het ter beschikking stellen van de teruggehouden zaak aan die rechtheb
Met een beroep op verkrijging te kwader trouw door extinctieve verjaring op grond van artikel 3:105 BW en nader ook op grond van goede trouw (artikel 3:99 BW) menen eisers dat eerst hun ouders, en nu zij op grond van vererving, als eigenaar van het weitje behoren te worden bescho