Geschil m.b.t. strook grond die in eigendom is van de gemeente en grenst aan de tuin van gedaagde in conventie/eiseres in reconventie. Stilzwijgende buikleenovereenkomst. Geen verkrijgende verjaring. Bruikleenovereenkomst rechtsgeldig door gemeente opgezegd.
Burgerlijk Wetboek
Art. 3:113 BW
Genoemd in 456 uitspraken · Officiële wettekst
456 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
Verkrijging van een strook grond door extinctieve verjaring ? Is sprake van bezit bij appellant en zijn rechtsvoorgangers?
Verkrijgende verjaring; erfgrens; mandeligheid.
Door verjaring eigenaar geworden van het deel van de groenstrook? Bezit?
Verkrijgende verjaring, art. 3:105 BW. Beoordeling of gedaagden percelen grond voor zichzelf houden als bedoeld in art. 3:108 BW. Werking van art. 3:111 BW (verbod van interversie).
"Verjaring. Geen sprake van inbezitneming perceel grond. Belang van de feitelijke situatie."
Geschil over erfgrens, overbouw en recht van reed betreffende het perceel van de Stifting Slag by Warns
Beroep op extinctieve verjaring; aanvang verjaringstermijn. Gedaagde heeft percelen grond gepacht van de Gemeente. Na beëindiging van de pachtovereenkomst blijft gedaagde de grond gebruiken voor zijn melkveebedrijf. Wanneer de Gemeente in 2008 haar eigendom opeist, beroept gedaag
"Gebruik" van gemeentelijke groenstrook door eigenaar van naastgelegen perceel. Vraag of er sprake is van eigendomsverkrijging door verkrijgende verjaring. In dit geval is geen sprake van de pretentie van eigendom. Feitelijk onderhouden en opnieuw beplanten groenstrook is daartoe
Erfdienstbaarheid door verjaring? Buurweg? Noodweg?
Non-conformiteit? Visuele begrenzing perceel stemt niet overeen met werkelijke perceelsgrenzen. Verkrijgende verjaring? Beroep op art. 7:23. Klachttermijn i.c. negen maanden. Geen nadeel voor de verkoper.
Revindicatie; verkrijgende en bevrijdende verjaring; bezit
Vordering tot verplaatsing schutting tot op wettelijke erfgrens. Beroep op verkrijging door verjaring van strook grond met (voorheen zich ter plekke bevindende) haag. Is voldaan aan vereiste van bezit? Artikelen 3:99, 3:105 lid 1, 3:107 lid 1, 3:108, 3:113 lid 2, 3:306
Eiser in conventie is vanaf 30 juni 1978 eigenaar van de woning met aanbehoren en erf, staande en gelegen te Burgh-Haamstede. De gemeente is eigenaresse van de openbare weg waar de woning van eiser in conventie is gevestigd. In 1978 heeft hij is er een conventie een tuinarchitect
extinctieve (bevrijdende) verjaring
vaststelling kadastrale grens, beroep op verkrijging door extinctieve verjaring op grond van art. 3:105 BW, beroep op verkrijgende verjaring ex art. 3:99 BW, raadpleging openbare registers.
Het gaat om de vraag of eis.conv./gedn.reconv. door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van het dijkperceel. Uitgangspunt is dat gedn.conv./eis.reconv. in 1986 of 1987, toen eis.conv./gedn.reconv. het dijkperceel in gebruik namen, eigenaar waren van het dijkperceel.
Geschil over ligging erfgrens, wijziging van eis 3:26 BW
In conventie is de vraag aan de orde of eiser in conventie door verjaring eigenaar is geworden van een strook grond, die blijkens het kadaster toebehoort aan de gemeente Weert. In reconventie heeft de gemeente Weert, voor het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat eisers in
In deze grief handhaaft SHP uitdrukkelijk haar zowel door de voorzieningenrechter als door de rechtbank gemotiveerd verworpen standpunt dat de mogelijkheid van verwerving van eigendom door extinctieve verjaring als vervat in artikel 3:105 BW eerst in 2012 ontstaat. Het hof verwer
Verkrijgende/bevrijdende verjaring perceel grond. Bezit?
Verkrijgende + bevrijdende verjaring t.a.v. strook water. Verjaring m.b.t. recht van erfdienstbaarheid. Oud + nieuw recht.
Revindicatie van perceel grond. Gedaagden stellen de stukken grond te hebben verkregen door extinctieve verjaring. Alleen in geval sprake is van bezit, kunnen gedaagden de grond hebben verkregen door middel van extinctieve verjaring. Of sprake is van bezit, moet aan de maatstaf v
Gedaagden waren als pachter geen bezitter van de gronden, maar hielden deze voor de verpachter. Zoals door gedaagden tijdens de comparitie is verklaard is door de ruilverkaveling feitelijk niets veranderd. Het gebruik is ongewijzigd voortgezet. In een dergelijk geval zijn ingevol
Voor het antwoord op de vraag of de gedaagde door verjaring de eigendom van de gronden heeft verkregen is beslissend of hij gedurende een termijn van twintig jaar bezitter van die gronden is geweest volgens de in artikel 3:108 BW genoemde maatstaf. Dat betekent dat de vraag of ie